In de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement (20/02/2013) beantwoorde minister Muyters enkele vragen van parlementsleden over de toeleiding van de ontslagen Opel werknemers naar werk. De meest recente cijfers tonen immers aan dat nog steeds een kwart van deze ex-werknemers geen werk heeft (646 van de 2591), dit twee jaar na de sluiting van de fabriek.
De werkloosheidsgraad in Antwerpen bedraagt momenteel 15,7% tegenover 4,3% elders (Bron: VDAB en departement Werk). Dat is dramatisch en hoger dan de gemiddelden in de rest van Vlaanderen. Nochtans is en blijft Antwerpen de belangrijkste economische motor van Vlaanderen en is het bovendien de grootste werkgever onder de steden in Vlaanderen. Dat het Opel verhaal een complex verhaal is, is bekend. Er was geen pasklare oplossing. Het geschil tussen het Gemeentelijk Havenbedrijf en General Motors moest eerst worden beslecht.
Op mijn vraag of minister Muyters reeds contact heeft opgenomen over Opel met de bevoegde schepen in Antwerpen antwoordde hij dat er constant overleg is.
Daarom stel ik graag volgende vragen:
[1] De vorige bestuursploeg drong er bovenlokaal op aan om in het Witboek Interne Staatshervorming de stad meer autonomie te verlenen in deze co-regisseursrol van de stad op de arbeidsmarkt.
Deze vraag werd beantwoord door schepen Van Peel.
Raadslid Turan houdt nog een wederwoord.
- Het volledige debat is opgenomen en is digitaal raadpleegbaar op het stadsarchief.