De gemeenteraad keurde op 21 februari 2005 (jaarnummer 332) het mobiliteitsplan van de stad Antwerpen goed. Hierin wordt sensibilisering naar voor gebracht als één van de flankerende maatregelen voor het welslagen van het mobiliteitsplan.
Het college keurde op 17 december 2010 (jaarnummer 16132) het bestek 2010/0288 voor het aanstellen van een externe consultant voor het opstellen van een sensibiliseringsvisie in het kader van het mobiliteitsbeleid van de stad goed en stemde in om hiervoor een onderhandelingsprocedure uit te schrijven.
Het college keurde op 1 april 2011 (jaarnummer 3380) de gunning van het bestek 2010/0287 'Ondersteuning bij de organisatie van acties rond duurzame verplaatsingen' goed. De opdracht (perceel 1 'Fietsdag voor werknemers'; perceel 2 Antwerpen Autovrij) wordt stilzwijgend verlengd voor telkens 1 jaar, tot uiterlijk 31 december 2014.
Op het themacollege van 16 mei 2011 nam het college kennis van de resultaten van de Mobiliteitsenquête 2010 van de stad Antwerpen.
Het college keurde op 24 september 2011 (jaarnummer 13244) de procesnota voor de opmaak van een sensibiliseringsvisie aangaande duurzame mobiliteit goed.
Op 28 oktober 2011 (jaarnummer 14940) nam het college kennis van de inhoud van de inschrijvingsfiche voor de verkiezing Fietsgemeente/Fietsstad 2012 en keurde ze de kandidaatstelling van de stad Antwerpen voor deze verkiezing goed.
Op 23 december 2011 (jaarnummer 17025) besliste het college de Fietsdag voor werknemers te organiseren op 8 mei 2012 en Antwerpen Autovrij op 16 september 2012.
Op 30 maart 2012 (jaarnummer 3348) besliste het college het handboek voor evenementenvervoerplannen goed te keuren.
Op 4 mei 2012 (jaarnummer 4545) besliste het college de gunning van het bestek 2010/0287 voor de organisatie van de Fietsdag voor werknemers en Antwerpen Autovrij te verlengen voor het jaar 2012.
De stad Antwerpen heeft een duidelijke toekomstvisie over de stad: Antwerpen moet de meest aantrekkelijke leefomgeving worden voor wie er woont, werkt of op bezoek komt. De ruimte in de stad is schaars. Voor de mobiliteit van haar inwoners en bezoekers betekent dit dat hoe meer verplaatsingen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer gebeuren, hoe leefbaarder, aantrekkelijker en verkeersveiliger de stad wordt. Het stadsbestuur heeft dan ook resoluut gekozen voor een beleid van duurzame mobiliteit. Dit veronderstelt een wijziging van het verplaatsingsgedrag of modal shift naar duurzame vervoersmodi. Dit is vertaald in het ambitieniveau van het Masterplan 2020 dat tegen 2020 een modal split wil realiseren van 50/50 (maximaal 50% autoverkeer – minimaal 50% te voet/fiets/openbaar vervoer) in de agglomeratie Antwerpen. In de beleidsnota 'Antwerpen, duurzame stad voor iedereen' - goedgekeurd op de gemeenteraad van 27 juni 2011 (jaarnummer 920) - formuleerde de stad voor de kernstad een hogere ambitie: een modal split van 35/65.
De stad investeert in nieuwe mobiliteitsinfrastructuur en vertrekt daarbij zoveel mogelijk vanuit het STOP-principe (eerst Stappers, dan Trappers, dan Openbaar vervoer en dan Privéauto’s). Zo wordt onder meer het fiets- en voetgangersnetwerk verder uitgebouwd.
De stad hecht ook belang aan sensibilisering rond duurzame mobiliteit als middel om de 50/50 en 35/65-doelstelling te realiseren. Via sensibiliseringscampagnes wil de stad het verplaatsingsgedrag van haar inwoners en bezoekers in de richting van duurzamere vervoerswijzen sturen. Op dit moment is er echter geen overkoepelende sensibiliseringsvisie omtrent mobiliteit. Zo is er ook geen ruimer kader waarbinnen acties gevoerd en geëvalueerd kunnen worden. Daarom besliste het college om in 2011 een externe consultant aan te stellen voor het opstellen van een sensibiliseringsvisie in het kader van het mobiliteitsbeleid van de stad. Deze visie wordt via het huidig besluit voorgelegd.
Bij het opstellen van de visienota ‘Sensibilisering duurzame mobiliteit’ werd de visie van de stad op mobiliteit en aanverwante beleidsdomeinen als uitgangspunt genomen. Met het oog op sensibilisering rond duurzame mobiliteit worden in de inleiding acht belangrijke uitgangspunten naar voor geschoven: Antwerpen als aantrekkelijke stad, ondernemende stad, nabije en bereikende stad, stad die haar ruimte efficiënt gebruikt, duurzame stad met hoge leefkwaliteit, stad die investeert in grote en kleine infrastructuur, veilige en verkeersveilige stad, en sportieve stad.
Gezien de stad ook via het mobiliteitsbeleid duurzaamheid wil nastreven, wordt er met betrekking tot sensibilisering steeds over duurzame mobiliteit gesproken. De definitie van duurzame mobiliteit die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) hanteert, luidt: “duurzame mobiliteit is een vorm van mobiliteit die geen gevaar vormt voor de volksgezondheid of voor de ecosystemen en toch voldoet aan de vraag naar bereikbaarheid maar op een zodanige manier dat het verbruik van hernieuwbare energiebronnen kleiner is dan de regeneratiesnelheid ervan en het verbruik aan uitputbare energiebronnen trager verloopt dan de ontwikkeling van hernieuwbare substituten.” De Vlaamse overheid onderschrijft deze definitie en stelt vijf belangrijke beleidsdoelstellingen voorop die de leidraad kunnen vormen voor een duurzaam mobiliteitsbeleid:
Vanuit de aanwezige kennis en de internationale ervaringen met sensibiliseren rond duurzame mobiliteit worden in deel 1 van de visienota methodologische achtergronden voor efficiënt sensibiliseren rond duurzame mobiliteit in Antwerpen geformuleerd. Deze werden gebundeld in vijftien concrete aanbevelingen: besef dat gedragsverandering naar duurzame mobiliteit stap voor stap gebeurt; denk multimodaal bij het uitwerken van een sensibiliseringsactie rond duurzame mobiliteit; ga verder dan louter informeren over mobiliteitskeuzes, faciliteer; sensibiliseer in relatie met infrastructuur; communiceer via ‘betrokken anderen’; betrek ambassadeurs en intermediairen; veranderen lukt beter als het in groep gebeurt; toon de norm; sensibiliseer op een indirecte en onverwachte manier; vraag een engagement; gebruik situaties en momenten waarop mensen openstaan voor verandering in mobiliteitsgedrag; beschrijf het persoonlijk voordeel en toon direct resultaat; gebruik humor en competitie; wees geloofwaardig; breng een positieve boodschap.
In deel 2 wordt vanuit deze achtergronden een sensibiliseringsstrategie voorgesteld. Eerst worden de vijftien aanbevelingen uit deel 1 toegepast op de marketing- en communicatiestrategie van de stad. Vervolgens wordt een 3-sporen strategie voorgesteld: ingang zetten van een intern discours over duurzame mobiliteit voor de groep stad Antwerpen; het opzetten van stadsbrede campagnes; het organiseren van doelgroepgerichte acties. Voor deze laatste acties worden elf prioritaire doelgroepen naar voor gebracht. Om de prioritaire doelgroepen verder te segmenteren en om zo doelgroepgerichte acties doeltreffender te kunnen maken, wordt gebiedsgerichte (bv. locatie bedrijven) en momentgerichte (bv. begindatum van grote werken) informatie gekruist met de betreffende doelgroepen. Voor twee bestaande sensibiliseringsacties - Antwerpen Autovrij en de Fietsdag voor werknemers - geeft de visienota een evaluatie en aanbevelingen.
De strategie wordt vervolgens in deel 3 – Sensibiliseringsplan – verder geconcretiseerd in een overzichtsmatrix, een methodiek om de prioriteiten te bepalen en in doelgroepgerichte actiefiches. MaxSumo – een evaluatiemethodiek voor mobiliteitscampagnes ontwikkeld in opdracht van de Zweede overheid – wordt voorgesteld voor de evaluatie van alle sensibiliseringsacties. Tot slot wordt vanuit de 3-sporen strategie een voorstel geformuleerd voor de periode 2012-2015:
Voor 2012 wordt hiervoor het opstarten van volgende acties voorgesteld: het opstarten van een intern discours met de afdeling Stadsontwikkeling, Ruimte en Mobiliteit als regisseur; het oprichten van een stuurgroep woon-werkverkeer voor stadspersoneel; het opstarten van een structureel overleg rond de werking naar bedrijven in samenwerking met de dienst Werk en Economie. Ook voor deze laatste actie wordt de ervaring met het bedrijfsvervoerplan Den Bell aangewend.
Voor 2013 worden hiervoor volgende acties voorgesteld: het verder uitrollen van het intern discours; het uitbreiden van de werking naar bedrijven (bedrijfsvervoerplannen stadseigen locaties en ontwikkelen van een aanbod aan externe bedrijven); de heroriëntering van de Fietsdag voor werknemers naar de Fietsmaand voor werknemers; de heroriëntering van Antwerpen Autovrij; het ondersteunen van minder hinder-campagnes; en het organiseren van een campagne rond sport en duurzame verplaatsingen in het kader van Antwerpen Europese Sporthoofdstad 2013.
Het college beslist de visienota ‘Sensibilisering duurzame mobiliteit’ goed te keuren.
Het college beslist de 3-sporen strategie en de prioriteiten 2012-2015 goed te keuren.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/RM/MOB |
Het opstarten van een intern discours in samenwerking met Marketing en Communicatie, Personeelsmanagement en Patrimoniumonderhoud. |
| SW/RM/MOB |
Het organiseren van een structureel overleg rond de werking naar bedrijven in samenwerking met Werk en Economie. |
| SW/RM/MOB |
Het uitbreiden van de werking naar bedrijven: bedrijfsvervoerplannen stadseigen locaties en (externe) grote bedrijven in samenwerking met Werk en Economie. |
| SW/RM/MOB |
De heroriëntering van de Fietsdag voor werknemers naar de Fietsmaand voor werknemers 2013. |
| SW/RM/MOB |
Het opzetten van een sensibiliseringsactie rond sport en duurzame verplaatsingen in het kader van Antwerpen Europese Sporthoofdstad 2013 in samenwerking met de afdeling Sport en Recreatie (Cultuur, Sport en Jeugd). |
| SW/RM/MOB |
De heroriëntering van Antwerpen Autovrij 2013. |