Terug

2012_CBS_06692 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vets Shipstores nv, Wilmarsdonksteenweg 11, haven 259, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/246/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 29/06/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_06692 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vets Shipstores nv, Wilmarsdonksteenweg 11, haven 259, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/246/AVG - Goedkeuring 2012_CBS_06692 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vets Shipstores nv, Wilmarsdonksteenweg 11, haven 259, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/246/AVG - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Vets Shipstores nv - Wilmarsdonksteenweg 11, haven 259, 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat een nieuwe klasse 2-inrichting voor scheepsbevoorrading.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Vets Shipstores nv, Wilmarsdonksteenweg 11, haven 259, 2030 Antwerpen, om op de percelen gelegen op hetzelfde adres, een inrichting voor scheepsbevoorrading te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

1 Algemene voorwaarden:

V01

algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1;

V02

algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5;

V03

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2;

V109

algemene milieuvoorwaarden – licht – hoofdstuk 4.6.

2 Sectorale voorwaarden:

V35

elektriciteit – hoofdstuk 5.12;

V37

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen - hoofdstuk 5.15;

V38

gassen – gemeenschappelijke bepalingen – afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

V40

gassen – koelinrichtingen / compressoren – afdeling 5.16.3;

V44

gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten – afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;

V46a

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders - afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;

V46c

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders - afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven: 

Bijzondere milieuvoorwaarde:

  • het huishoudelijk afvalwater moet worden aangesloten op een individuele behandeling van afvalwater (IBA) of worden afgevoerd naar een erkend verwerker.

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens Koninklijk Besluit van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Minimaal een bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 29 juni 2012 en eindigt op 29 juni 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.