Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3. §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6 de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Het pand Van Maerlantstraat 5, district Antwerpen, werd aan een controle van de gewestelijke wooninspecteur onderworpen. Het gebruik van dit pand werd in de loop der jaren gewijzigd van eengezinswoning naar meergezinswoning zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning.
Bij het uitbrengen van een vordering zoals voorzien in artikel 20bis van de Vlaamse Wooncode of artikel 17bis van het Kamerdecreet houdt de wooninspecteur rekening met de stedenbouwkundige status van het onroerend goed. Hij dient immers te vermijden dat via een herstelmaatregel, strekkende tot het verbeteren van de woonkwaliteit, een stedenbouwkundige illegale toestand wordt bestendigd of zelfs zal uitdeinen.
Binnen de stedelijke omgeving stelt deze problematiek zich vooral met betrekking tot de onvergunde omvorming van eengezinswoningen naar meergezinswoningen.
In principe onderzoekt de wooninspecteur de vergunningentoestand van het gebouw, maar houdt hij geen rekening met het vermoeden van vergunning zoals bedoeld in artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Om te vermijden dat herstelvorderingen tijdens de gerechtelijke procedure moeten worden bijgestuurd verdient het de voorkeur dat de vraag van de eigenaar: "of het vermoeden kan worden ingeroepen", wordt beantwoord voor het inleiden van de herstelvordering.
Het gebruik van dit pand werd in de loop der jaren gewijzigd van eengezinswoning naar meergezinswoning zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning. Er is geen bewijs dat de vergunningsplichtige werken werden uitgevoerd voor 22 april 1962 of in de periode van 22 april 1962 en 3 oktober 1979.
Op basis van de door de wooninspecteur opgemaakte grondplannen van de toestand die werd aangetroffen tijdens een plaatsbezoek, kan bovendien worden vastgesteld dat meerdere leefruimtes/woningen niet voldoen aan de basisvoorwaarden voor de gezondheid van de bewoners (onvoldoende lichtinval en luchttoevoer) en aan de minimum verblijfskwaliteit.
Er is geen afdoend bewijs om het vermoeden van vergunning toe te passen op dit pand.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze datum en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister als hebbende een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het college beslist, om op basis van de huidige gegevens, de opname in het vergunningenregister van het pand Van Maerlantstraat 5, district Antwerpen, wegens een vermoeden van vergunning te weigeren.