Terug

2012_CBS_08244 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Bus De Polder nv, Groenendaallaan 387, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/269/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 10/08/2012 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_08244 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Bus De Polder nv, Groenendaallaan 387, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/269/PV - Goedkeuring 2012_CBS_08244 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Bus De Polder nv, Groenendaallaan 387, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/269/PV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Bus De Polder nv, Groenendaallaan 387, 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat de verdere exploitatie na wijziging en uitbreiding van een stel-, werk- en tankplaats voor autobussen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Bus De Polder nv, Groenendaallaan 387, 2030 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2030 Antwerpen, Groenendaallaan 387, een autocarbedrijf te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen - hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
algemene milieuvoorwaarden - geluid - hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater - hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;
bedrijfsafvalwaters - afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2, sector 59. car- en truckwashbedrijven;
bedekkingsmiddelen (verven, vernissen, inkten, emails, metaalpoeders en analoge producten, afbijt en beitsmiddelen), kleurstoffen en pigmenten - algemene bepalingen - afdeling 5.4.1;
bedekkingsmiddelen (verven, vernissen, inkten, emails, metaalpoeders en analoge producten, afbijt en beitsmiddelen), kleurstoffen en pigmenten - aanbrengen van bedekkingsmiddelen - afdeling 5.4.3;
elektriciteit - hoofdstuk 5.12;
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen - hoofdstuk 5.15;
gassen - gemeenschappelijke bepalingen - afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;
gassen - koelinrichtingen / compressoren - afdeling 5.16.3;
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders - afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;
opslag van gevaarlijke stoffen / bovengrondse houders - afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;
brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen - afdeling 5.17.5;
metalen - hoofdstuk 5.29.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

  • Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
  • Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
  • Een snelblustoestel van 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.
  • Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
  • Rondom de inrichting dienen, op onderlinge afstanden van circa 80 m, bovengrondse hydranten, van het type BH 100, volgens de norm NBN S 21.019 geplaatst te worden, welke mogen aangesloten worden, met een aansluiting van het directe type op een leiding van minimaal 6” hetzij op het net van de openbare waterleiding, hetzij in eigen beheer gevoed, waarbij tenminste gedurende 2 uren voldoende waterdebiet onder de vereiste druk kan geleverd worden. De uitgeefkanten van 70 mm doormeter dienen bijkomend met gepaste afsluitkranen te worden uitgerust. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydranten.
  • Tankstation

Snelblustoestellen van het type 6 kg poeder ABC, conform NBN EN 3-7, dienen minstens op volgende plaatsen opgesteld te worden:

-          1 toestel per pompeenheid;

-          1 toestel ter hoogte van de losplaats.

  • De losplaats voor de bevoorrading van het tankstation dient zodanig uitgevoerd dat geen vloeistoffen onder de tankwagens kunnen blijven staan. De vloer van de losplaats is tevens zodanig gemaakt dat de tankwagen niet kan wegrollen.
  • Het tankstation dient uitgerust met een noodstop.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.