Terug

2012_CBS_08245 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Goeyvaerts R. bvba, Malagastraat 22, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/316/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 10/08/2012 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_08245 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Goeyvaerts R. bvba, Malagastraat 22, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/316/AVG - Goedkeuring 2012_CBS_08245 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Goeyvaerts R. bvba, Malagastraat 22, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/316/AVG - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Goeyvaerts R. bvba, Ter Stratenweg 44, 2520 Ranst. De aanvraag omvat een nieuwe klasse 2 voor onderhoud en reparatie van eigen voertuigen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Goeyvaerts R. bvba, Ten Stratenweg 44, 2520 Ranst, om op de percelen gelegen te 2030 Antwerpen, Malagastraat 22, een inrichting voor het onderhoud en reparatie van motorvoertuigen te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2. en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden, lucht – hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10.

Sectorale milieuvoorwaarden:

bedrijfsafvalwaters – afdeling 5.3.2 en bijlage 5.3.2, sector 59 car- en truckwashbedrijven;

elektriciteit – hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen – hoofdstuk 5.15;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen – afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen / compressoren – afdeling 5.16.3;

gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten – afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders – afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders - afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen – afdeling 5.17.5.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere milieuvoorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

  • de exploitant voorziet een voldoende gedimensioneerde slibvang vóór en een controleput na de geplande koolwaterstofafscheider;
  • het regenwater afkomstig van het dak van de loods wordt opgevangen en hergebruikt voor het reinigen van de voertuigen.

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Een snelblustoestel van 5 kg CO² - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 10 augustus 2012 en eindigt op 10 augustus 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.