Terug

2012_CBS_11342 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Aannemingsmaatschappij CFE nv, Kattendijkdok-Westkaai zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/562/PV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 09/11/2012 - 09:00 digitaal
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_11342 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Aannemingsmaatschappij CFE nv, Kattendijkdok-Westkaai zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/562/PV - Kennisneming 2012_CBS_11342 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Aannemingsmaatschappij CFE nv, Kattendijkdok-Westkaai zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/562/PV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college beslist dat de exploitant volgende algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
algemene milieuvoorwaarden - geluid hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;
elektriciteit hoofdstuk 5.12;
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen hoofdstuk 5.15;
gassen - koelinrichtingen / compressoren afdeling 5.16.3;
gassen - opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;
opslag van gevaarlijke stoffen:  bovengrondse houders afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;
bouwmaterialen en minerale producten - algemene bepalingen afdeling 5.30.0;
winning van grondwater hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  1. men dient er rekening mee te houden dat de kaaimuren van het Kattendijkdok een beschermd monument zijn. Er mag dus niets aan de kaaimuur vastgemaakt worden of dergelijke;
  2. het lozingswater mag niet langs het voorvlak van de kaaimuur stromen. De lozingsbuis dient zich tot onder het dokwater te bevinden;
  3. uitstekende delen uit het voorvlak van de kaaimuur dienen beschermd te worden door een fenderconstructie ter bescherming van de scheepvaart.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.