Terug

2012_CBS_11548 - Luchthavenbeleid. Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Veiligheidsvlakken luchthaven Antwerpen - Collegiale brief - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 09/11/2012 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_11548 - Luchthavenbeleid. Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Veiligheidsvlakken luchthaven Antwerpen - Collegiale brief - Goedkeuring 2012_CBS_11548 - Luchthavenbeleid. Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Veiligheidsvlakken luchthaven Antwerpen - Collegiale brief - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Het college besloot in zitting van 29 december 2011 (jaarnummer 17121) een bouwvergunning af te leveren aan Fomes bvba tot het slopen van garageboxen en berging en het oprichten van een eengezinswoning met magazijn en bureauruimte te Hofstadestraat 36. Tegen deze beslissing werd geen beroep aangetekend.

Met een brief van 19 maart 2012, gericht aan de dienst stadsontwikkeling/vergunningen/stedenbouwkundige vergunningen, stelde de afdeling Luchthavenbeleid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse Overheid vast dat de stad geen voorafgaand advies had gevraagd aan de luchthaven Antwerpen voor de desbetreffende stedenbouwkundige vergunning. Zij stelde tevens dat zij wensten de toegekende bouwvergunning te laten intrekken, aangezien de bouw zich bevindt in het opstijgvlak van de luchthaven en de maximale bouwhoogte ter plaatse 4 meter bedraagt.

Met brief van 30 maart 2012 antwoordde de gemeentelijk stedenbouwkundige ambtenaar, waarin hij stelde dat de stedenbouwkundige vergunning definitief was geworden, waardoor de stad Antwerpen niet kon ingaan op de vraag om de verleende vergunning in te trekken. Hij benadrukte tevens dat de stad Antwerpen op geen enkel ogenblik gedetailleerde richtlijnen op perceelniveau had gekregen, op basis waarvan eventuele afspraken omtrent adviesverlening in het kader van vergunningen zouden kunnen worden gemaakt. Teneinde rechtsonzekerheid in de toekomst te vermijden vroeg hij gedetailleerde en volledige informatie, richtlijnen en kaarten over te maken, op basis waarvan de dienst stadsontwikkeling/vergunningen/stedenbouwkundige vergunningen op perceelniveau kan inschatten wanneer een adviesvraag gewenst is.

Op 6 april 2012 heeft het Vlaams Gewest, als eigenaar en exploitant van de luchthaven, tegen Fomes bvba een dagvaarding in kortgeding ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg om een verbod te laten opleggen om de stedenbouwkundige vergunning uit te voeren of te laten uitvoeren. De stad Antwerpen kwam tussen in deze procedure. Op 14 mei 2012 werd de vordering van het Vlaams Gewest ongegrond bevonden omdat de eisende partij "gelet op de feitelijke omstandigheden" en de datum van de verlening van de vergunning, diens hoogdringendheid zelf gecreëerd heeft. Het Vlaams Gewest had de daartoe aangewezen rechtsmiddelen moeten uitputten, namelijk het administratief beroep bij de deputatie.

Op 27 april 2012 stelde het Vlaams Gewest een procedure ten gronde in bij de vrederechter tegen Fomes bvba. Het Vlaams Gewest vroeg de veroordeling van Fomes bvba tot afbraak en verwijdering van de constructie op het perceel, alsook tot het opleggen van een verbod om op dat perceel constructies of hindernissen op te richten. Op 7 juni 2012 dagvaardde Fomes bvba de stad Antwerpen in tussenkomst en gemeenverklaring. Op 9 oktober 2012 besliste de vrederechter dat de eis van het Vlaams Gewest in manifest onevenwicht is met het nagestreefde belang van de veiligheid van de luchthaven Antwerpen, aangezien er niet werd aangetoond dat het oprichten van de eengezinswoning te Hofstadestraat 36 de veiligheid effectief in gedrang brengt.

Het Vlaams Gewest heeft echter haar intentie reeds getoond om in beroep te gaan tegen deze beslissing van de vrederechter.

Hangende de procedure ontving de stad Antwerpen een aangetekend schrijven van 17 augustus 2012, waarin de afdeling Luchthavenbeleid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken stelde dat de stad Antwerpen reeds gedetailleerde informatie over de veiligheidsvlakken had gekregen. Desondanks werden in bijlage plannen van deze veiligheidsvlakken rond de luchthaven Antwerpen overgemaakt. De stad Antwerpen is echter van mening dat deze plannen niet voldoende informatie geven.

Argumentatie

Gelet op de te verwachten beroepsprocedure en de onduidelijkheid van de overgemaakte plannen, is het aangewezen dat het college met een collegiale brief antwoordt op het aangetekend schrijven van 17 augustus 2012 van de afdeling Luchthavenbeleid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Deze brief wordt in kopie bezorgd aan de Minister van Mobiliteit en Openbare Werken, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20 bus 1, en aan de heer Geert De Grave, gemeentelijk stedenbouwkundige ambtenaar.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de collegiale brief, gericht aan de afdeling Luchthavenbeleid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, goed te keuren en in kopie te bezorgen aan de Minister van Mobiliteit en Openbare Werken en de gemeentelijk stedenbouwkundige ambtenaar.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.