Terug

2012_CBS_11346 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - garage voor carrosseriewerkzaamheden, Frans Baetenstraat 41, 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/564/JV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 09/11/2012 - 09:00 digitaal
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_11346 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - garage voor carrosseriewerkzaamheden, Frans Baetenstraat 41, 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/564/JV - Kennisneming 2012_CBS_11346 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - garage voor carrosseriewerkzaamheden, Frans Baetenstraat 41, 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/564/JV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden, conform de wetgeving, aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen in bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de sectorale voorwaarden voor standaardgarages van toepassing zijn:

1.Sectorale voorwaarden:

  •  standaardgarages- en carrosseriebedrijven - hoofdstuk 5bis.0 en 5bis.15.5.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarden:

  • de exploitatie kan pas worden aangevat na het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning;

Indien een stedenbouwkundige vergunning verkregen wordt, zijn volgende exploitatievoorwaarden van kracht:

  • het aanleveren van goederen en het ophalen van afvalstoffen door verwerkers vindt plaats op weekdagen tussen 09.00 uur en 15.00 uur;
  • de stoffilters voor de behandeling van afgezogen lucht van de voorbehandelingszone en de verfspuitinstallatie dienen zo vaak vervangen te worden als nodig om de goede werking te garanderen;
  • er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van bedekkingsmiddelen met een gehalte van maximum 150 g/liter organische oplosmiddelen.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.