Het Rode Kruis riep het Disaster Relief Emergency Fund in het leven om meteen over financiële middelen te beschikken om hulpoperaties te kunnen uitvoeren voor rampen die nauwelijks in de aandacht komen, de stille rampen. In 2012 was dit onder meer het geval voor overstromingen in Kenia, cyclonen in Mozambique en droogte in Paraguay.
Op 1 februari 2001 besliste het college (jaarnummer 703) een noodfonds voor slachtofferhulp op te richten en hiervoor jaarlijks een bedrag in te schrijven op code 36001/332/02/00.
Op donderdag 25 oktober 2012 richtte het Internationale Rode Kruis een brief aan het college met de vraag om een financiële bijdrage te leveren aan het noodhulpfonds Disaster Relief Emergency Fund.
De dienst samen leven/ontmoetingen/ontwikkelingssamenwerking bekeek de vraag tot financiële bijdrage aan het noodhulpfonds Disaster Relief Emergency Fund en argumenteerde dat de omvang van de rampen waarvoor een financiële bijdrage gevraagd wordt relatief klein is en dat er in het overzicht van de ondersteunde rampen in 2012 geen landen vermeld staan waarvan grote gemeenschappen in Antwerpen vertegenwoordigd zijn.
De wet betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van sommige toelagen van 14 november 1983 en het reglement op de toelagen (gemeenteraadsbesluit van 18 december 2006, jaarnummer 2730) zijn van toepassing.
SL/ONT/ONW geeft negatief advies voor het bieden van noodhulp voor stille rampen via het Rode Kruis, om volgende redenen:
Het college neemt kennis van de vraag van het Internationale Rode Kruis om een bijdrage te leveren aan het noodhulpfonds Disaster Relief Emergency Fund.
Het college beslist na het advies van de dienst samen leven/ontmoeting/ontwikkelingssamenwerking de financiële bijdrage aan het noodhulpfonds "Disaster Relief Emergency Fund" te weigeren.
Het college geeft opdracht aan:
| dienst | taak |
| BZ/SD | het opstellen van een brief om het Internationale Rode Kruis op de hoogte te brengen van de beslissing van het college |