Terug

2012_CBS_10261 - Stedenbouwkundige vergunningen - Districten Antwerpen en Hoboken - Verscheidene adressen - Niet-opname in vergunningenregister - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/10/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_10261 - Stedenbouwkundige vergunningen - Districten Antwerpen en Hoboken - Verscheidene adressen - Niet-opname in vergunningenregister - Goedkeuring 2012_CBS_10261 - Stedenbouwkundige vergunningen - Districten Antwerpen en Hoboken - Verscheidene adressen - Niet-opname in vergunningenregister - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3. §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6 de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).  

Aanleiding en context

Bij het uitbrengen van een vordering zoals voorzien in artikel 20bis van de Vlaamse Wooncode of artikel 17bis van het Kamerdecreet houdt de wooninspecteur rekening met de stedenbouwkundige status van het onroerend goed. Hij dient immers te vermijden dat via een herstelmaatregel, strekkende tot het verbeteren van de woonkwaliteit, een stedenbouwkundige illegale toestand wordt bestendigd of zelfs zal uitdeinen.

Binnen  de stedelijke omgeving stelt deze problematiek zich vooral met betrekking tot de onvergunde omvorming van eengezinswoningen naar meergezinswoningen.

In principe onderzoekt de wooninspecteur de vergunningentoestand van het gebouw, maar houdt hij geen rekening met het vermoeden van vergunning zoals bedoeld in artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Om te vermijden dat herstelvorderingen tijdens de gerechtelijke procedure moeten worden bijgestuurd verdient het de voorkeur dat de vraag of het vermoeden kan worden ingeroepen wordt beantwoord voor het inleiden van de herstelvordering.

Argumentatie

Volgende panden werden aan een controle van de wooninspecteur onderworpen:

  • Brederodestraat 48, afdeling 11, sectie L, nummer 3606/s/3, district Antwerpen;
  • Brederodestraat 55, afdeling 11, sectie L, nummer 3602/m/2, district Antwerpen;
  • Brederodestraat 57, afdeling 11, sectie L, nummer 3605/d/2, district Antwerpen;
  • Kloosterstraat 99, afdeling 38, sectie B, nummer 507/x, district Hoboken.

Het gebruik van deze panden werd in de loop der jaren gewijzigd van eengezinswoning naar meergezinswoning zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning. Er is geen bewijs dat de vergunningsplichtige werken werden uitgevoerd voor 22 april 1962 of in de periode van 22 april 1962 en 3 oktober 1979.

Op basis van de door de wooninspecteur opgemaakte grondplannen van de toestand die werd aangetroffen tijdens een plaatsbezoek, kan bovendien worden vastgesteld dat een aantal kamers/woningen niet voldoet aan de basisvoorwaarden voor de gezondheid van de bewoners (onvoldoende lichtinval en luchttoevoer) en aan de minimum verblijfskwaliteit.

Er is geen afdoend bewijs om het vermoeden van vergunning toe te passen op deze panden.

Juridische grond

Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister als hebbende een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist om, op basis van de huidige gegevens, de opname in het vergunningenregister van volgende panden, wegens een vermoeden van vergunning, te weigeren:

  • Brederodestraat 48, afdeling 11, sectie L, nummer 3606/s/3, district Antwerpen;
  • Brederodestraat 55, afdeling 11, sectie L, nummer 3602/m/2, district Antwerpen;
  • Brederodestraat 57, afdeling 11, sectie L, nummer 3605/d/2, district Antwerpen;
  • Kloosterstraat 99, afdeling 38, sectie B, nummer 507/x, district Hoboken.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.