Op 16 september 2011 (jaarnummer 13659) nam het college kennis van het voorontwerp voor de heraanleg van de Scheldekaaien ter hoogte van Sint-Andries en Zuid. Het college besliste dat de noodzaak van een hekwerk langs de kaaimuur in een aparte werkgroep verder onderzocht zou worden.
Deze intern stedelijke werkgroep heeft als samenstelling:
De werkgroep komt tot onderstaande bevindingen en voorstel tot beslissing.
Bevindingen van de werkgroep
Openbaar domein langs het water vraagt om een aangepaste inrichting
Met het wegtrekken van de havenactiviteiten neemt het ‘stedelijk’ gebruik van de kaaien en dokranden toe: zitten aan de dok- of kaairand, wandelen of fietsen langs het water, organiseren van evenementen, enzovoort. Bij de inrichting van het openbaar domein moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van water. Er bestaat steeds het gevaar om in het water te vallen.
Het concrete risico is afhankelijk van verschillende factoren. Zo is vallen in het stromend water van de Schelde gevaarlijker dan vallen in het stilstaand water van een dok op het Eilandje. Vallen tussen schip en wal, is gevaarlijker dan vallen in open water. Het risico kan ook persoonsgebonden zijn.
Ook de ruimtelijke kenmerken van het openbaar domein, en het gebruik ervan zijn bepalend voor het risico. Gaat het om een grote open kaaivlakte, of om een smalle doorgang tussen een gebouw en het water? Nodigt het materiaalgebruik uit tot fietsen vlak langs het water, of ligt er een strook met ruwer materiaal tussen het water en een ‘comfortstrook’ voor wandelaars? Komen er regelmatig grote groepen mensen, of wordt de plek eerder sporadisch gebruik?
De aanwezigheid van schepen is een deel van de beleving en beeld van Antwerpen als havenstad
Dit is een functie die behouden blijft waar mogelijk, vaak in combinatie met het stedelijk gebruik als toegankelijk openbaar domein. De kaaien ter hoogte van de binnenstad worden niet langer gebruikt voor verlading van goederen, maar worden vandaag door een ander type scheepvaart gebruikt. Dit zijn hoofdzakelijk rivier- en zeecruises maar ook aangemeerde zeevaartschepen. Op die plekken waar schepen aangemeerd liggen, vormen de gespannen meerlijnen een extra risico. Deze meerlijnen kunnen erg gevaarlijk zijn, wanneer ze knappen.
Het havenbedrijf adviseert een obstakelvrije zone van minimaal 10 meter, gemeten vanaf de Blauwe Steen, om te allen tijde een goede operationele werking te kunnen verzekeren. In die zone kunnen ‘winchwagens’ gedraaid en correct gepositioneerd worden voor het meren en ontmeren van de scheepvaart. Er kan gepasseerd worden en er is voldoende plaats voor andere diensten (bevoorrading schip, brandweer, hulpdiensten, enzovoort).
Een vaste balustrade als valbeveiliging vlak naast de Blauwe Steen of naast de bolders is volgens het havenbedrijf niet combineerbaar met het aanmeren van grote Schepen. De meerlijnen dienen op een veilige manier over de bolder gelegd te worden door de bootsmannen. Het hek zal hier alleen maar hinderen en een onveilige manier creëren om de bootsmannen hun werk te laten doen.
De plaatsing van een hek op 10 meter holt de functie als valbescherming uit. Te verwachten valt dat de zone binnen die 10 meter toch betreden zal worden.
Tijdelijke veiligheidsmaatregelen bij evenementen
Bij organisatie van evenementen wordt aan de initiatiefnemer gevraagd om via verplaatsbare afsluitingen een beveiliging te voorzien:
Voorstel tot beslissing
Op specifieke plekken, maar niet doorlopend, wordt een balustrade voorzien als valbeveiliging
Op plekken waar het gevaar op vallen groot is omwille van de ruimtelijke karakteristieken of het gebruik van die ruimte, komt een hek (balustrade) als valbescherming. Dit is bijvoorbeeld het geval waar de doorgang tussen het water en een gebouw te smal is (Steen, Zuiderterras).
De balustrade wordt dan geplaatst vlak aan de Blauwe Steen, zoals vandaag reeds het geval is op verschillende locaties langs de Scheldekaaien. Voorbeelden zijn de zone langs het Steen en ter hoogte van het Loodswezengebouw. Het gevolg van de inplanting van een hek is dat de aanmeermogelijkheden op die plek beperkt worden.
In het ontwerp van het openbaar domein moet telkens geëvalueerd worden of een specifieke plek een hek nodig heeft. Dit gebeurt door de ontwerpers in overleg met veiligheidscoördinator, en in overleg met de leden van de werkgroep veiligheid, en wordt ter goedkeuring met het ontwerp aan het college voorgelegd. Ook na de ingebruikname van een openbaar domein moet de noodzaak om een hek te plaatsen geëvalueerd worden (bijvoorbeeld bij toenemend gebruik van de ruimte).
Sport- en spelterreinen worden voorzien van ballenvangers, hekken en/of een verlaagde aanleg
Op plekken die aanleiding geven tot een specifiek gebruik, zoals sportterreinen of speelterreinen wordt extra beveiliging voorzien. Sportterreinen krijgen bijvoorbeeld een extra zijde met ballenvanger, speelterreinen een hek aan de waterzijde. Sport- en/of speelterreinen die zich op grotere afstand van het water bevinden, zoals de multifunctionele zones in het voorontwerp Sint-Andries, kunnen op maat een andere oplossing krijgen, zoals het verlaagd aanleggen van deze zones.
Bij evenementen en bij aanmeren van schepen worden tijdelijke afsluitingen en veiligheidsmaatregelen voorzien
Zoals vandaag reeds gebeurt wordt bij organisatie van evenementen wordt aan de initiatiefnemer gevraagd om via verplaatsbare afsluitingen een beveiliging te voorzien. Wanneer bij bepaalde evenementen het publiek zich in de invloedsfeer van de meerlijnen kan begeven, worden géén schepen aangemeerd tijdens het evenement. Omgekeerd wordt er voor gezorgd, dat derden niet in de nabijheid van meertouwen kunnen geraken, bijvoorbeeld door een tijdelijk hek.
Tussen de Schelde en een comfortstrook voor voetgangers wordt een buffer voorzien met een ruwer materiaalgebruik
Een eventuele comfortstrook voor wandelaars wordt op enige afstand van het water geplaatst, zodat er een bufferstrook ontstaat met ruwer materiaal tussen het water de een ‘comfortstrook’ voor wandelaars. Zo is de eerste strook van 5 meter op de kaaien ter hoogte van Sint-Andries ontworpen in een ruwer, minder comfortabel materiaal: kasseien. De volgende strook van 5 meter is als comfortstrook ontworpen in gezaagde kassei.
De 10 meter aanmeerstrook langs het water krijgt een visuele markering
Langs de Scheldekaaien wordt een visuele afscheiding verwerkt in de aanleg van het openbaar domein, zodat de 10 meter aanmeerstrook onmiddellijk langs het water leesbaar wordt.
Zo wordt langs grote delen van de Scheldekaaien de waterkering gepland op 10 meter achter de Blauwe Steen. De verschillende types variëren volgens het masterplan Scheldekaaien van plek tot plek: een drempel van 80 cm, een dijk van 2m50, een gebouw, …. Deze waterkeringslijn markeert de overgang van beschermd gebied naar overstromingsgebied. In ontwerp kan dit verder in de verf worden gezet –door aangepast materiaalgebruik of door signalisatie- zodat leesbaar wordt dat deze 10 meter langs het water, een ander soort ruimte is, waar men aandacht moet hebben voor het water en de schepen. Op plaatsen langs de Scheldekaaien waar de waterkeringslijn niet op 10 meter ligt, wordt voorgesteld om via aangepast materiaalgebruik en plaatsing van straatmeubilair de 10 meterlijn visueel verder te zetten.
Het college beslist principieel volgende standpunt met betrekking tot de veiligheid langs de kaderand van de Scheldekaaien goed te keuren: