Terug

2012_CBS_10266 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vanstechelman nv - Herentalsebaan 683 - 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/435/JV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/10/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_10266 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vanstechelman nv - Herentalsebaan 683 - 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/435/JV - Goedkeuring 2012_CBS_10266 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vanstechelman nv - Herentalsebaan 683 - 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/435/JV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Vanstechelman nv - Pierstraat 231 - 2550 Kontich. De aanvraag omvat de hernieuwing van een vergunning voor een garage voor herstellings- en onderhoudswerken met showroom en magazijn.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Vanstechelman nv, Pierstraat 231, 2550 Kontich, om op de percelen te 2100 Deurne-Antwerpen, Herentalsebaan 683, een garage voor herstellings- en onderhoudswerken met showroom en magazijn verder te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

1. Algemene voorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden

hoofdstuk 4.1;

algemene milieuvoorwaarden, geluid

hoofdstuk 4.5;

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2.

2. Sectorale voorwaarden:

garages en parkeerplaatsen

hoofdstuk 5.15;

gassen, algemeen

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1;

gassen, compressoren en koelinrichtingen

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3;

gassen, vulinstallaties

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.4.3;

gevaarlijke producten - algemene bepalingen

hoofdstuk 5.17, afdeling 5.17.1;

gevaarlijke producten - opslag in bovengrondse houders

hoofdstuk 5.17, afdeling 5.17.3;

metalen

hoofdstuk 5.29.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarde en brandweervoorwaarden dient na te leven:

- bijzondere voorwaarde:

De exploitant maakt na goedkeuring van de stedenbouwkundige vergunning voor de aanpassing van de inrichting een plan over aan de dienst milieuvergunningen met daarop aangeduid de nieuwe indeling van de inrichting met vermelding van de milieurelevante gegevens.

- brandweervoorwaarden:

B1

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

S1

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC te worden aangebracht.

Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaats waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

S2

Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 per 150 m² (binnenruimte). Voor de oppervlakten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

S3

Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht bij elk punt met verhoogd risico zoals bijvoorbeeld pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz… In de inrichting moeten in elk geval minstens 2 toestellen aanwezig zijn.

Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

H1

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundige gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiodes, gewaarborgd zijn.

H2

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm diameter dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 5 oktober 2012 en eindigt op 5 oktober 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.