De stedelijke cofinanciering wordt voorzien door de inzet van bestaand personeel van regievzw Werk en Economie en BAOBAB vzw.
Op 2 maart 2012 (jaarnummer 2068) keurde het college de deelname van stad Antwerpen aan de URBACT-projectvoorstellen 'My Generation @ Work' en 'Involving parents in the prevention of early school leaving' (PREVENT, voorheen PESL) goed. Op 24 april 2012 maakte het URBACT-programmasecretariaat bekend dat beide projectvoorstellen weerhouden werden.
Deelname aan een URBACT-project verloopt in twee fasen: tijdens de ‘ontwikkelingsfase’ (duurt zes maanden, en loopt bij de huidige oproep van mei 2012 tot en met oktober 2012) moet het initiële projectvoorstel verder uitgewerkt en het partnerschap uitgebreid worden, om zo te kunnen starten aan de eigenlijke ‘implementatiefase’ van het project (looptijd 27 maanden, vanaf goedkeuring finale aanvraag). Aldus, de ‘ontwikkelingsfase’ mondt uit in een finale aanvraag (deadline eind oktober 2012), die moet goedgekeurd worden alvorens de ‘implementatiefase’ kan starten.
Het partnerschap van 'My Generation @ Work' bestond initieel uit hoofdpartner Rotterdam (Nederland), Glasgow (Verenigd Koninkrijk), Riga (Letland) en Gdansk (Polen), en werd inmiddels uitgebreid met Warschau (Polen), Tampere (Finland), Valencia (Spanje), Braga (Portugal), Maribor (Slovenië), Turijn (Italië) en Thessaloniki (Griekenland). Het oorspronkelijke PREVENT-consortium met hoofdpartner Nantes (Frankrijk), Stockholm (Zweden), Gijon (Spanje) en Sofia (Bulgarije) werd vervolledigd met steden München (Duitsland), Catania (Italië), Usti nad Labem (Tsjechië), Den Haag (Nederland) en Tallinn (Estland).
Eind oktober 2012 rondt de ‘ontwikkelingsfase’ af, en moeten de hoofdpartners (Rotterdam voor ‘My Generation @ Work’ en Nantes voor PREVENT) de finale aanvraag indienen. Deze finale indiening gaat gepaard met de nodige formaliteiten (documenten die een ondertekening vereisen), die door alle partners op zeer korte termijn aangeleverd moeten worden.
Het betreft hier onder andere bijkomende intentiebrieven (voor 'My Generation @ Work' werd de ondertekening van de bijkomende intentiebrief reeds in orde gebracht, zie collegebesluit van 6 juli 2012, jaarnummer 6991) en een joint convention, die beide aan de finale aanvraag moeten worden toegevoegd. In deze documenten worden onder meer het finale projectbudget en de budgetverdeling onder de verschillende partners uitgeklaard.
Wat 'My Generation @ Work' betreft, zal het partnerbudget van stad Antwerpen 36.000,00 EUR bedragen (waarvan 30% oftewel 10.800,00 EUR stedelijke cofinanciering). Het PREVENT-consortium moet het finale budget nog vastleggen. Het Antwerpse aandeel binnen PREVENT wordt geschat op 75.000,00 EUR (waarvan 30% stedelijke cofinanciering). De stedelijke cofinanciering wordt voorzien door de inzet van bestaand personeel van respectievelijk regievzw Werk en Economie en BAOBAB vzw. Indien de finale URBACT-aanvragen goedgekeurd worden, zal regievzw Werk en Economie instaan voor de uitvoering van het project 'My Generation @ Work', en BAOBAB vzw voor de uitvoering van PREVENT.
Met het oog op de tijdige indiening van beide aanvraagdossiers wordt schepen Robert Voorhamme (bevoegd voor onderwijs, economie, werk en middenstand, en voorzitter van de raden van bestuur van regievzw Werk en Economie en BAOBAB vzw) gevraagd de nodige documenten die aan de aanvraag moeten worden toegevoegd, te ondertekenen.
Het college keurt de deelname aan de implementatiefase van de URBACT-projecten 'My Generation @ Work' en PREVENT goed.