Terug

2012_CBS_10264 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Don Bosco Onderwijscentrum vzw, Salesianenlaan 1, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/398/IB - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/10/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_10264 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Don Bosco Onderwijscentrum vzw, Salesianenlaan 1, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/398/IB - Goedkeuring 2012_CBS_10264 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Don Bosco Onderwijscentrum vzw, Salesianenlaan 1, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/398/IB - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Don Bosco Onderwijscentrum vzw - Don Boscolaan 15 - 3050 Oud-Heverlee. De aanvraag omvat de exploitatie van een school.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Don Bosco Onderwijscentrum vzw, Don Boscolaan 15, 3050 Oud-Heverlee, voor de inrichting gelegen te Salesianenlaan 1, 2660 Hoboken-Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een school.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene en sectorale voorwaarden

  • algemene milieuvoorwaarden – algemeen Hoofdstuk 4.1 , 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8
  • algemene milieuvoorwaarden – geluid Hoofdstuk 4.5  en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2 ,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6
  • algemene milieuvoorwaarden – lucht Hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10
  • algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater Hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2, en 4.2.5.4
  • drukkerijen, fotografische industrieën, fotografische producten Hoofdstukken 5.11 en 5.14
  • electriciteit Hoofdstuk 5.12
  • garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen Hoofdstuk 5.15
  • gassen - gemeenschappelijke bepalingen Afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5
  • gassen - koelinrichtingen / compressoren Afdeling 5.16.3
  • gassen - opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten Afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2
  • gassen - opslag in vaste reservoirs voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen Afdeling 5.16.6 en bijlagen 5.16.3 en 5.16.4
  • opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders Afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1
  • opslag van gevaarlijke stoffen:  bovengrondse houders Afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7
  • hout – algemeen Afdeling 5.19.1
  • metalen Hoofdstuk 5.29
  • schouwspelzalen Afdelingen 5.32.3, 5.32.4 en 5.32.5
  • niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - Algemene bepalingen en Immissiecontroleprocedures Afdeling 5.43.1 + 5.43.4
  • niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - Stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - Kleine stookinstallaties (300kW-5MW) Subafdeling 5.43.2.3

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

brandweervoorwaarden:

Ingevolge bovenvermelde vraag om advies kan de brand weer u als volgt inlichten en zendt zij u als bijlagen 1 en 2 haar advies (blz. 3 tot en met 12).

De instelling valt onder de specifieke bepalingen van artikel 5.32.2 van het VLAREM. De brandweer wijst er echter op dat het toezicht op de naleving van deze eisen berust bij de daartoe aangewezen ambtenaren. Op grond van art 4.1.3.2. van dit reglement adviseert de brandweer de blusmiddelen vermeld als bijlage 1 (blz. 3 tot en met 4). Daarnaast wijst de brandweer erop dat er volledig rekening moet gehouden worden met volgende inzake brandbeveiliging van toepassing zijnde wetten, verordeningen en besluiten:

Code van de Gemeentelijke Politiereglementen,

Titel I Hoofdstuk 5: "Inrichtingen toegankelijk voor het publiek en recreatie"

Afdeling 1 - Inrichtingen toegankelijk voor het publiek .

Onderafdeling 2: Maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand

Onderafdeling 5: Maatregelen van toepassing op inrichtingen toegankelijk voor het

publiek waar 50 of meer personen toegang kunnen hebben.

Onderafdeling 6: Controle, afwijkingen en administratieve maatregelen

Onderafdeling 7: Pictogrammen

Op basis van het ontvangen dossier is het voor brandweer niet duidelijk welke delen van het gebouw dienst zullen doen als ruimte ressorterend onder art. 32.2.1 . Als gevolg hiervan beperkt het advies van brandweer zich tot de opgave van de voorwaarden vermeld in bijlage 2 (blz. 4 tot en met 12).

 OPMERKING

De aandacht van de aanvrager(s) wordt erop gevestigd dat indien later in het hierboven vernoemde gebouw personeel wordt tewerkgesteld conform art. 2 §I van de Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, er dan ook zal dienen rekening gehouden met alle eventueel hierop van toepassing zijnde bepalingen uit het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB) en de Codex voor Welzijn op het Werk. Het toezicht hierop berust echter bij de Arbeidsinspectie.

Brandbestrijdingsmiddelen:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

 

1. Minimaal dienen snelblustoestellen van het type 6 kg ABC poeder of gelijkwaardig aangebracht te worden:

  • in de onmiddellijke omgeving van elke muurhaspel;
  • in of nabij de toe gang tot de stookplaats, tenzij deze op gas werkt;
  • in elk lokaal met een bijzonder risico zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz.

Dit aantal dient aangevuld zodat er zich op elk niveau minstens toestellen bevinden a rato van een toestel per 150 m²  vloeroppervlakte. Per niveau dat groter is dan 50 m² , moeten minstens twee toestellen geplaatst worden.

2. Een snelblustoestel van 5 kg C02 – ½  , bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

3. Onafhankelijk van de totale oppervlakte van de inrichting dienen muurhaspels met axiale voeding geplaatst te worden (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem.

Deze muurhaspels dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Het aantal muurhaspels wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met eenlei ding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter/minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

4. De uitgang(en), alsook de hoofdingang(en) van het gelijkvloers, dient(en) zich op ten hoogste 100 m van een hydrant, aangesloten op het net van de openbare waterbedeling, te bevinden.

Indien hiertoe hydranten dienen bijgeplaatst, dienen deze van het bovengrondse type BH 100, volgens norm NBN S 21.019, te zijn. Zij dienen daarenboven aan de uitgeefkanten van 70 mm Ø voorzien te zijn van afsluiters. De hydranten moeten steeds water onder druk leveren zonder dat enige voorafgaande bediening vereist is.  Deze hydranten dienen opgesteld langsheen een toegangsweg die geschikt is voor het rollend materieel van de brandweer.

 

Artikel 4

 Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 5 oktober 2012 en eindigt op 5 oktober 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.