Terug

2012_CBS_10265 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen vzw, Van Schoonbekestraat 131, 2018 Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/416/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/10/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_10265 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen vzw, Van Schoonbekestraat 131, 2018 Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/416/AV - Goedkeuring 2012_CBS_10265 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen vzw, Van Schoonbekestraat 131, 2018 Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/416/AV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen vzw - Van Schoonbekestraat 131 - 2018 Antwerpen. De aanvraag omvat het verder exploiteren van een onderwijs- en ondersteuningscentrum.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan het Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Antwerpen vzw, Van Schoonbekestraat 131, 2018 Antwerpen, voor de inrichting gelegen op hetzelfde adres. De vergunning heeft als voorwerp de verdere exploitatie van een onderwijs- en ondersteuningscentrum.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen

hoofdstuk 4.1,4.7,4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1,4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden - geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlage 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1,4.5.2,4.5.3, 4.5.4,4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15; 

gassen - gemeenschappelijke bepalingen

afdelingen 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen - koelinrichtingen/compressoren

afdeling 5.16.3;

opslag van gevaarlijke stoffen - ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen - bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlagen- 5.17.7;

metalen

hoofdstuk 5.29;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures

afdeling 5.43.1 + 5.43.4;

 

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW- 5 MW)

subafdeling 5.43.2.3.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

B1

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

S1

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC te worden aangebracht. Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaats waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

S23

Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 per 150 m²(binnenruimte) en tevens bij elk punt met verhoogd risico zoals bijvoorbeeld pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting moeten in elk geval minstens 2 toestellen aanwezig zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

S9

Een snelblustoestel van 5 kg CO2 dient aangebracht aan de hoogspanningscabine.

H1

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundige gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiodes, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 5 oktober 2012 en eindigt op 5 oktober 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.