Het opstarten van een onderzoek naar een selectieve overkapping van de Ring is opgenomen in het Bestuursakkoord 2007-2012 en in de bindende bepalingen van het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen. In de procesnota Groene Singel (2007) is het overkappingsonderzoek dan ook als één van de onderzoeksvragen binnen het visievormingsproces voor de strategische ruimte Groene Singel opgelijst.
Tussen 2007 en 2009 worden verschillende onderzoeken uitgevoerd binnen de visievorming rond de strategische ruimte Groene Singel. De resultaten hiervan worden in september 2009 gebundeld in de visienota “Durven dromen van een Groene Rivier”. Deze nota bevat reeds een aantal inzichten rond de inzet van overkappingen in functie van groentekorten, maar laat ook nog een aantal open vragen. De synthesenota markeert de afronding van een eerste fase van interne visievorming binnen de stad, maar is geen masterplan. Niet alles is bepaald en, zoals ook vermeld in de nota, blijven er open vragen die in een volgende fase nog ingevuld moeten worden op basis van de verdere uitwerking van het mobiliteitsproject voor de Ring en de lopende studies voor de lucht- en geluidplannen.
In de periode 2008-2010 wordt door de Vlaamse en stedelijke administraties werk gemaakt van die geluid- en luchtkwaliteitskaarten naar aanleiding van de Europese Richtlijnen die hieromtrent werden uitgevaardigd. In het kader van deze studies worden een aantal inzichten verworven omtrent de omvang van de problematiek en het effect van verschillende maatregelen waaronder overkappingen.
Met de goedkeuring van het Masterplan 2020 in september 2010 worden echter belangrijke nieuwe uitgangspunten geformuleerd. Het mobiliteitsproject Groene Singel, met de opsplitsing van een doorgaande en stedelijke ring, wordt geschrapt. De Oosterweelverbinding wordt een tunnel in plaats van een brug en het viaduct van Merksem verdwijnt onder het maaiveld. De tangenten A102 en R11 bis rond de stad worden toegevoegd. Deze nieuwe elementen zijn erg belangrijk zowel voor de bouwkundige invalshoek van het overkappingsonderzoek (namelijk met betrekking tot de snede van de Ring) als voor de invalshoek luchtkwaliteit en geluid (aangezien de locatie en de omvang van het verkeer wijzigen). Aansluitend op de goedkeuring van het Masterplan 2020 komt er medio 2011 dan ook een belangrijke doorstart in het overkappingsonderzoek.
Uitgangspunt voor het onderzoek is dat een overkapping van de Ring niet als doel op zich, maar wel als een middel wordt gezien om bepaalde doelstellingen te halen. Bijgevolg worden naast een overkapping ook andere mogelijke maatregelen om het vooropgestelde doel te bereiken in beeld gebracht en tegenover elkaar afgewogen.
In navolging van de procesnota Groene Singel van 2007 worden bij de doorstart van het onderzoek verschillende invalshoeken gedefinieerd. Enerzijds zijn er de invalshoeken die een motivatie en argumentatie voor overkappingen kunnen leveren. Daarbij wordt gekozen voor de invalshoeken luchtkwaliteit, geluid en stedelijke ontwikkeling. Daarnaast zijn er de invalshoeken die uitdagingen zullen vormen in het realiseren van een overkapping, met name de verkeerskundige, bouwkundige en financiële invalshoek. De integratie van de inzichten uit de verschillende invalshoeken gebeurt in de multidisciplinaire begeleidingsgroep met interne en externe experten.
Door de integratie van de verschillende invalshoeken - geluid, luchtkwaliteit, stedelijke ontwikkeling, bouwkunde, verkeerskunde en financiering - komt de multidisciplinaire begeleidingsgroep van het overkappingsonderzoek tot volgende conclusies.
Er is vandaag een probleem op het vlak van luchtkwaliteit, geluidsbelasting en stedelijke ontwikkeling in de Ringzone.
Als we de Ring zouden overkappen, heeft dat wel een positieve impact, maar lost dat absoluut niet al die problemen op. De Singel en de invalswegen blijven ook dan een belangrijke bron van luchtverontreiniging en vooral van lawaai voor de dichtbij gelegen woningen. Aan de tunnelmonden, op- en afritten en aansluitingscomplexen doen zich concentraties van luchtverontreiniging voor, en op het vlak van stedenbouw blijven de Singel en de spoorweg op vele plekken een barrière vormen tussen de binnenstad en de nieuwe, overkapte delen.
Bovendien is het omwille van de geldende tunnelrichtlijnen niet mogelijk een dergelijke grootschalige overkapping te realiseren zonder een robuust netwerk te maken door onder andere de R11 bis en A102, zoals voorzien binnen het Masterplan 2020, te realiseren. De situatie op de Antwerpse Ring, met zijn vele op- en afritten en aansluitingscomplexen is – zelfs met de invoering van de meest doorgedreven tunneltechnieken zoals sprinklers, verlichtingssystemen, … – te complex om hem op een veilige manier te ‘vertunnelen’. Het is daarom essentieel dat er een volwaardig robuust alternatief komt in het snelwegennetwerk vooraleer de Ring overkapt kan worden.
De volledige uitvoering van het Masterplan 2020 zorgt echter zelf al voor een belangrijke verbetering van de luchtkwaliteit in de binnenstad en de Ringzone. Als we ook het steeds schoner wordende verkeer in rekening brengen, dan blijft er in 2025 enkel in het centraal en noordelijk deel van de Ringzone een probleem op het vlak van luchtkwaliteit. Als het Masterplan 2020 nog verder zou worden geoptimaliseerd met bijkomende maatregelen om de emissies in deze segmenten te verminderen, dan is een grootschalige overkapping van de Ring in functie van het halen van de Europese NO2-normen zelfs overbodig. Het onderzoek wijst immers uit dat een drastische reductie van verkeersemissies bovendien de meest efficiënte maatregel is in functie van de verbetering van de luchtkwaliteit voor de ganse stad en op dat vlak zelfs beter scoort dan een overkapping.
Er is echter niet enkel een probleem van luchtkwaliteit maar ook van geluid en stedelijke ontwikkeling in de Ringzone. Op sommige plaatsen in de Ringzone zien we een concentratie van knelpunten op het vlak van ruimte (voornamelijk groentekorten), luchtkwaliteit en akoestiek. Op die locaties biedt de combinatie van strategisch ingeplante, korte overkappingen (250-500 m) en een uitvoering van het Masterplan 2020, met bijkomende mobiliteitsmaatregelen in functie van het halen van de Europese NO2- normen, de beste oplossing. In de zones tussen die overkappingen moeten - naast het Masterplan 2020 en de nodige bijkomende maatregelen - een aantal akoestische ingrepen genomen worden om ook inzake geluidsbelasting de knelpunten weg te werken.
Hoe verder?
In navolging van deze conclusies vraagt het college, via een collegiale brief, aan de Vlaamse overheid om te onderzoeken hoe en in welke mate het Masterplan 2020 geoptimaliseerd kan worden zodat de Europese NO2-normen in Antwerpen gehaald kunnen worden. Het in opmaak zijnde plan MER Oosterweelverbinding zal inzake reeds bijkomende inzichten geven.
Uitgaande van de veronderstelling dat een verdere optimalisatie van het Masterplan 2020 inzake luchtkwaliteit mogelijk is, geeft het college alvast de opdracht aan AG Stadsplanning om:
Het college neemt kennis van het overkappingsonderzoek.
Het college beslist om het onderzoek over te maken aan de Vlaamse regering.
Het college geeft opdracht:
| AG STAN |
een onderzoek op te starten naar de inzet van strategische korte overkappingen |
| AG STAN |
een geïntegreerd onderzoek (akoestisch en landschappelijk/stedenbouwkundig) te starten naar de nodige en gewenste geluidsmaatregelen in de Ringzone |