Terug

2012_CBS_07436 - Mobiliteitsplan - Verbreden en verdiepen. Synthesenota - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/07/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_07436 - Mobiliteitsplan - Verbreden en verdiepen. Synthesenota - Goedkeuring 2012_CBS_07436 - Mobiliteitsplan - Verbreden en verdiepen. Synthesenota - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Op 4 november 2004 werd het mobiliteitsplan conform verklaard door de Provinciale Auditcommissie (PAC). In de zitting van 21 februari 2005 (jaarnummer 332) heeft de gemeenteraad het mobiliteitsplan goedgekeurd.

Het mobiliteitsplan is een kader voor het mobiliteitsbeleid van de interne en externe mobiliteitspartners en is de basis voor het afsluiten van mobiliteitsmodules die de stad Antwerpen recht geven op gewestelijke subsidies. Het betreft projecten zoals de aanleg van fietspaden, openbare verlichting, sensibiliseringsacties, aanpak van schoolomgevingen en uitbreiding van het openbaar vervoeraanbod.

De conformiteit van het mobiliteitsplan vervalt na vijf jaar. Daarom werd door het college op 21 september 2009 (jaarnummer 1385) de procesnota ter herziening van het mobiliteitsplan goedgekeurd. In deze nota werd de opdracht gegeven om werkgroepen op te richten in functie van het te voeren onderzoek.

Met het oog op de herziening van het mobiliteitsplan werden, zoals decretaal bepaald, sinds 2009 volgende stappen gezet die telkens recht gaven op één jaar extra om het mobiliteitsplan te herzien:

  • in november 2009 werd de sneltoets door de PAC conform verklaard. In de sneltoets werd  het te volgen traject gekozen. Voor Antwerpen is gekozen om het bestaande mobiliteitsplan te verbreden en te verdiepen;
  • in mei 2011 is de verkenningsnota conform verklaard. Hierin werd het te voeren onderzoek benoemd.

De volgende procedurele stap is de synthesenota. Op 1 juni 2012 (jaarnummer 5666) heeft het college kennis genomen van de synthesenota en de opdracht gegeven om deze nota voor te leggen aan de districten en aan de Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC). Op 14 juni 2012 is de nota toegelicht aan de districten. Op 26 juni 2012 werd de nota voorgelegd aan de GBC.

Argumentatie

Om de synthesenota op te stellen zijn er drie sporen gevolgd:

  • de 7 werkgroepen zoals bepaald in de procesnota;
  • ruimtelijk onderzoek;
  • cijfermatig onderzoek.

Zoals bepaald in de procesnota, zijn er zeven werkgroepen opgestart. Voor deze werkgroepen waren alle interne en externe mobiliteitspartners uitgenodigd:

  • Beelden van de stad: met als opdracht om het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) te vertalen in het mobiliteitsplan;
  • Van Erf tot Snelweg: met als opdracht de afstemming van de categorisering van de wegen binnen de stad Antwerpen op de categorisering van het Vlaams Gewest en de provincie Antwerpen;
  • Kernstad: werkgroep die zich concentreerde op het gebied van de kernstad;
  • Openbaar vervoer: met als opdracht de veranderende plannen op het vlak van openbaar vervoer te integreren in het mobiliteitsplan;
  • Parkeer- en stallingsbeleid: met als opdracht de integratie van het parkeerbeleidsplan in het mobiliteitsplan;
  • Milieu, energie en gezondheid: met als opdracht de integratie van de vanuit milieu aangegane engagementen en opgelegde normen met repercussies voor het mobiliteitsbeleid;
  • Grote Infrastructuren: de integratie van de geplande infrastructuurwerken.

Op vraag van de provincie Antwerpen en vanuit de vaststelling dat het openbaar vervoer de modal shift niet alleen kan opvangen én dat de noodzakelijke modal shift het meest efficiënt kan worden opgevangen door het fietsgebruik te stimuleren, is er een bijkomende werkgroep over fietsen opgericht.

Na afloop van de werkgroep bleek bijkomende ruimtelijke en cijfermatige onderbouwing noodzakelijk. Daarvoor is een intern traject opgezet.

De synthesenota geeft de synthese van het onderzoek weer vanuit:

  • een analyse van de ruimtelijke structuur;
  • een beschrijving op basis van de huidige bewegingen van, naar en binnen Antwerpen;
  • de gevolgen van het huidige mobiliteitsgedrag;
  • de uitdagingen.

In deze synthesenota wordt geen nieuwe ambitie geformuleerd. Wel worden de door de stad Antwerpen, Vlaanderen en Europa reeds opgenomen en opgelegde ambities opgenomen.
Deze synthesenota schuift ter aanvulling en ter verfijning van de doelstellingen uit 2005 volgende bijkomende doelstellingen naar voor:

  • 0 verkeersdoden;
  • het bereik van de Antwerpenaar maximaliseren;
  • duurzame bereikbaarheid door een duurzame modal split van 50/50 in 2020.

In de beleidsnota 'Antwerpen, duurzame stad voor iedereen' - goedgekeurd op de gemeenteraad van 27 juni 2011 (jaarnummer 920) - formuleerde de stad voor de kernstad een hogere ambitie: een modal split van 35/65.

Toelichting voorwaarden gunstig advies GBC 26 juni 2012:

  1. Gedurende de loop van het proces is de procedure enigszins gewijzigd. De term “synthesenota” wordt enkel nog gebruikt bij de opmaak van een nieuw mobiliteitsplan. Bij een verbreding en verdieping wordt gesproken van een uitwerkingsnota. Om voor de PAC de verwarring tussen synthesenota en verbreding en verdieping te vermijden, wordt op het voorblad vermeld dat dit een uitwerkingsnota is. Bovendien wordt in de inleiding benadrukt dat de voorliggende nota in de procedure overeenkomt met een uitwerkingsnota. Naar de verschillende stadsdiensten toe zal de omwille van de continuïteit verder de benaming “synthesenota” gebruikt worden.
  2. Om de gegevens in de nota ten volle te kunnen verifiëren en het werk van de voorbije twee jaar door de werkgroepen te honoreren, vraagt de GBC om het onderzoek bij de nota te voegen als informatieve bijlage. Deze nota’s worden dan ook als documentatiemateriaal aan het college ter kennisname aangeboden.
  3. Veel cijfers in de nota zijn gebaseerd op het verkeersmodel van het Vlaams Verkeerscentrum (VVC). De GBC acht het belangrijk om te blijven benadrukken dat deze gegevens het resultaat zijn van berekeningen op basis van hypotheses. Het model tracht de werkelijkheid zo goed mogelijk te benaderen, maar is geen beschrijving van de werkelijkheid. Dit moet voldoende duidelijk blijven. Om niet het risico te lopen dat deze gegevens een eigen leven gaan leiden los van elke context, is op alle kaarten die gebaseerd zijn op het model een disclaimer aangebracht waarin deze waarschuwing wordt gegeven.
  4. Er is gezocht naar een zo neutraal mogelijk woord om het onderzoeksgebied te omschrijven. Uiteindelijk is gekozen voor “vervoersregio”. Door De Lijn wordt dit woord gebruikt om haar bedieningsgebieden aan te duiden. In de nota is een alinea toegevoegd die aanduidt dat het woord hier een andere betekenis heeft.
  5. In de grafiek van de ongevallen vlakte een slecht gekozen schaal de evoluties bij de dode en de zwaargewonde verkeersslachtoffers uit. Daarom is deze grafiek vervangen door twee aparte grafieken, één grafiek met de dode en één met de zwaargewonde slachtoffers.

Vanuit de districten zijn er geen andere opmerkingen dan de opmerkingen van de GBC geformuleerd op de synthesenota.

Na goedkeuring door het college wordt de synthesenota voorgelegd aan de PAC om conform te worden verklaard. Na de conformverklaring van de synthesenota door de PAC beschikt de stad Antwerpen over een jaar om op basis van de geformuleerde ambitie de ruimtelijke maatregelen, maatregelen op het vlak van de netwerken en flankerende maatregelen te formuleren en om vanuit het mobiliteitsplan 2005 en de synthesenota een gecoördineerd mobiliteitsplan op te maken.

Juridische grond

Het decreet van 20 april 2001 van de Vlaamse regering betreffende de mobiliteitsconvenants.

Het ministerieel besluit van 22 februari 2007 betreffende de mobiliteitsconvenants.

Omzendbrief MOW/2009/03 betreffende de evaluatie (met sneltoets) en bijsturing van het gemeentelijk mobiliteitsplan.

Adviezen

Gemeentelijke Begeleidingscommissie van 26 juni 2012 Gunstig onder voorwaarden

Gunstig advies mits:

  1. op het voorblad vermeld wordt dat het gaat om de ‘uitwerkingsnota’ voor de verbreding en verdieping van het mobiliteitsplan conform de benaming die hieraan wordt gegeven in de procedurebeschrijving van de Vlaamse overheid;
  2. de werkgroepverslagen als bijlage bij de synthesenota worden gevoegd;
  3. voor de grafieken die op modellen gebaseerd zijn wordt meegegeven dat het niet gaat over absolute cijfers, maar dat deze een interpretatie zijn;
  4. aangegeven wordt dat de regio’s die werden afgebakend niet dezelfde zijn als de openbaar vervoerregio’s die De Lijn hanteert;
  5. de schaal van de grafiek met de verkeersongevallen op pagina 73 aangepast wordt, zodat het beeld van de verkeersdoden duidelijker wordt weergegeven.

Beleidsdoelstellingen

Antwerpen is een bereikende, bereikbare, toegankelijke, verkeersveilige en verkeersleefbare stad
De stad verbetert de structurele samenwerking tussen alle mobiliteitspartners - van hogere overheid tot districten.
Het mobiliteitsplan evalueren, verbreden en verdiepen of actualiseren

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de synthesenota voor de verbreding en verdieping van het mobiliteitsplan goed.

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

dienst taak
SW/RM/MOB

de synthesenota met bijlagen voor conformverklaring voor te leggen aan PAC

 

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.