Op 4 november 2004 werd het mobiliteitsplan conform verklaard door de Provinciale Auditcommissie (PAC). In de zitting van 21 februari 2005 (jaarnummer 332) heeft de gemeenteraad het mobiliteitsplan goedgekeurd.
Het mobiliteitsplan is een kader voor het mobiliteitsbeleid van de interne en externe mobiliteitspartners en is de basis voor het afsluiten van mobiliteitsmodules die de stad Antwerpen recht geven op gewestelijke subsidies. Het betreft projecten zoals de aanleg van fietspaden, openbare verlichting, sensibiliseringsacties, aanpak van schoolomgevingen en uitbreiding van het openbaar vervoeraanbod.
De conformiteit van het mobiliteitsplan vervalt na vijf jaar. Daarom werd door het college op 21 september 2009 (jaarnummer 1385) de procesnota ter herziening van het mobiliteitsplan goedgekeurd. In deze nota werd de opdracht gegeven om werkgroepen op te richten in functie van het te voeren onderzoek.
Met het oog op de herziening van het mobiliteitsplan werden, zoals decretaal bepaald, sinds 2009 volgende stappen gezet die telkens recht gaven op één jaar extra om het mobiliteitsplan te herzien:
De volgende procedurele stap is de synthesenota. Op 1 juni 2012 (jaarnummer 5666) heeft het college kennis genomen van de synthesenota en de opdracht gegeven om deze nota voor te leggen aan de districten en aan de Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC). Op 14 juni 2012 is de nota toegelicht aan de districten. Op 26 juni 2012 werd de nota voorgelegd aan de GBC.
Om de synthesenota op te stellen zijn er drie sporen gevolgd:
Zoals bepaald in de procesnota, zijn er zeven werkgroepen opgestart. Voor deze werkgroepen waren alle interne en externe mobiliteitspartners uitgenodigd:
Op vraag van de provincie Antwerpen en vanuit de vaststelling dat het openbaar vervoer de modal shift niet alleen kan opvangen én dat de noodzakelijke modal shift het meest efficiënt kan worden opgevangen door het fietsgebruik te stimuleren, is er een bijkomende werkgroep over fietsen opgericht.
Na afloop van de werkgroep bleek bijkomende ruimtelijke en cijfermatige onderbouwing noodzakelijk. Daarvoor is een intern traject opgezet.
De synthesenota geeft de synthese van het onderzoek weer vanuit:
In deze synthesenota wordt geen nieuwe ambitie geformuleerd. Wel worden de door de stad Antwerpen, Vlaanderen en Europa reeds opgenomen en opgelegde ambities opgenomen.
Deze synthesenota schuift ter aanvulling en ter verfijning van de doelstellingen uit 2005 volgende bijkomende doelstellingen naar voor:
In de beleidsnota 'Antwerpen, duurzame stad voor iedereen' - goedgekeurd op de gemeenteraad van 27 juni 2011 (jaarnummer 920) - formuleerde de stad voor de kernstad een hogere ambitie: een modal split van 35/65.
Toelichting voorwaarden gunstig advies GBC 26 juni 2012:
Vanuit de districten zijn er geen andere opmerkingen dan de opmerkingen van de GBC geformuleerd op de synthesenota.
Na goedkeuring door het college wordt de synthesenota voorgelegd aan de PAC om conform te worden verklaard. Na de conformverklaring van de synthesenota door de PAC beschikt de stad Antwerpen over een jaar om op basis van de geformuleerde ambitie de ruimtelijke maatregelen, maatregelen op het vlak van de netwerken en flankerende maatregelen te formuleren en om vanuit het mobiliteitsplan 2005 en de synthesenota een gecoördineerd mobiliteitsplan op te maken.
Het decreet van 20 april 2001 van de Vlaamse regering betreffende de mobiliteitsconvenants.
Het ministerieel besluit van 22 februari 2007 betreffende de mobiliteitsconvenants.
Omzendbrief MOW/2009/03 betreffende de evaluatie (met sneltoets) en bijsturing van het gemeentelijk mobiliteitsplan.
Gunstig advies mits:
Het college keurt de synthesenota voor de verbreding en verdieping van het mobiliteitsplan goed.
Het college geeft opdracht aan:
| dienst | taak |
| SW/RM/MOB |
de synthesenota met bijlagen voor conformverklaring voor te leggen aan PAC |