Terug

2012_CBS_07429 - Nieuw Zurenborg - Resultaten voorontwerp plan-MER en verderzetting opmaak ruimtelijk uitvoeringsplan. Collegiale brief - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/07/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_07429 - Nieuw Zurenborg - Resultaten voorontwerp plan-MER en verderzetting opmaak ruimtelijk uitvoeringsplan. Collegiale brief - Goedkeuring 2012_CBS_07429 - Nieuw Zurenborg - Resultaten voorontwerp plan-MER en verderzetting opmaak ruimtelijk uitvoeringsplan. Collegiale brief - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Algemene financiële opmerkingen

Wegens gunningsproblematiek zal de studie 'Schermwoningen Nieuw Zurenborg, impact op de luchtkwaliteit'  op een later tijdstip worden geagendeerd.

 

Aanleiding en context

Orgaan Omschrijving Datum Jaarnummer
College RUP goedkeuring proces- en richtnota 20 februari 2009 2072
College opmaak plan-MER 22 oktober 2010 13181

Nieuw Zurenborg: herbestemming naar een nieuw woongebied met de opmaak van een RUP
Nieuw Zurenborg is één van de strategische projecten uit het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de stad Antwerpen dat werd geselecteerd als nieuw gemengd woongebied. Het projectgebied is gelegen in het oosten van de negentiende-eeuwse gordel en wordt begrensd door de Singel, de Pretoriastraat, de terreinen van de NMBS en de Plantin en Moretuslei.

De meeste te ondernemen acties, voortvloeiende uit de onderzoeken en de herbestemming van de site, kunnen niet gebeuren binnen de bestaande gewestplanbestemming. Het ‘gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen’ en ‘groengebied’ laat een woonbestemming immers niet toe. Daarom werd op 20 februari 2009 gestart met de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP).   

Opmaak van een plan-MER om de effecten veroorzaakt door de hoge milieubelasting in de omgeving te onderzoeken
Het RUP Nieuw Zurenborg is van rechtswege niet plan-MER-plichtig. Er werd dan ook een screeningsprocedure opgestart. Op 10 augustus 2010 besliste de dienst MER evenwel dat er geen ontheffing van de plan-MER-plicht kan toegekend worden en er derhalve toch een volwaardig plan-milieueffectenrapportage (plan-MER) dient opgemaakt te worden, daar er mogelijk aanzienlijk negatieve effecten kunnen ontstaan bij uitvoering van het RUP.

Er moet benadrukt worden dat het hierbij niet gaat om aanzienlijk negatieve milieueffecten veroorzaakt door het plan zelf, maar door de hoge bestaande milieubelasting in de omgeving van het plangebied (voornamelijk veroorzaakt door het verkeer op de Ring en de spoorinfrastructuur). Een geluidsstudie uitgevoerd in opdracht van de Stad Antwerpen toonde aan dat milderende maatregelen noodzakelijk zijn om een voldoende leefkwaliteit te kunnen garanderen voor de nieuwe bewoners en gebruikers van het plangebied. Daarom acht de dienst MER nader onderzoek in een volwaardig plan-MER noodzakelijk.

Op 22 oktober 2010 besliste het college om voor het project Nieuw Zurenborg een plan-MER op te maken en gaf daarvoor opdracht aan Antea nv binnen een raamcontract. Van 14 maart tot en met 12 april 2011 lag de nota voor publieke publicatie ter inzage en kon hierop schriftelijk gereageerd worden. Op basis van alle opmerkingen van burgers, betrokken administraties en overheden werd door de cel-MER op 19 mei 2011 richtlijnen overgemaakt voor de opmaak van de plan-MER.

Bijkomend onderzoek door VITO voor verder onderzoek maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit.
De tussentijdse resultaten van de plan-MER toonden aan dat er milderende maatregelen nodig zijn voor de discipline geluid, in de vorm van geluidschermwoningen. Op basis van de beschikbare informatie bleef het echter onduidelijk of een aanvaardbare luchtkwaliteit kan worden bekomen op alle te ontwikkelen locaties van Nieuw Zurenborg. Vooral de invloed van de schermwoningen op de luchtkwaliteit is onzeker. Daarom werd door de stad een bijkomende studie gevraagd aan VITO waarin werd nagegaan wat het effect is op de luchtkwaliteit van de geluidschermwoningen in het project Nieuw Zurenborg. Deze studie werd geïntegreerd in het voorontwerp plan-MER waarvan de resultaten nu ter kennisname aan het college worden voorgelegd.

Argumentatie

In het plan-MER worden milderende maatregelen voorgesteld ter verbetering van het geluidsklimaat en de luchtkwaliteit, die als randvoorwaarden voor inrichtingsconcepten dienen meegenomen te worden in het verdere planproces.

Discipline geluid: geluidsschermwoningen zijn waardevolle bijdrage voor een beter geluidsklimaat, maar werken niet voor een woontoren.  
Op basis van een studie van UGent wordt vastgesteld dat de geluidsniveaus tot een aanvaardbaar niveau kunnen teruggebracht worden indien volgende milderende maatregelen genomen worden in het projectgebied:

  • Het voorzien van een front van geluidschermwoningen in het oostelijk deel van het projectgebied dat grenst aan de Singel en dit over de volledige lengte zodat in het projectgebied het geluidsniveau onder de 60dB (A) kan gehouden worden. Hoe hoger deze geluidsschermwoningen (bijvoorbeeld 5 à 6 bouwlagen) hoe effectiever hun afscherming voor het achterliggende gebied.
  • De bouwblokken met voornamelijk grondgebonden woningen moeten zo gesloten mogelijk zijn, zodat de woningen over een “stille” en “schonere” tuinzijde in de binnenblokken beschikken.
  • Indien wordt voorzien in een volledig front van geluidschermwoningen, kan de school in principe om het even waar in het plangebied ingeplant worden.
  • De woontoren kan desgevallend geïntegreerd worden aan de binnenzijde van dit front van geluidsschermwoningen, maar de voorkeur gaat uit naar het vermijden van hoogbouw. Het afschermend effect van de geluidsschermwoningen is immers beperkt in de hoogte, en het akoestisch isoleren van de toren zelf is technisch complex en zou in belangrijke mate de typische belevingswaarde van een toren wegnemen. Enkel met maatregelen aan de bron kan het geluidsniveau voor een woontoren verbeterd worden.
  • Hoewel het treingeluid niet echt als problematisch beoordeeld wordt, is het toch af te raden om woningen vlakbij de spoorwegberm in te planten, vooral om slaapverstoring te vermijden. Voor de gebruikers van het park stelt het treingeluid geen probleem, waardoor de voorkeur uitgaat naar een inrichtingsconcept waarbij het park maximaal naar de spoorweg gekeerd is en een buffer vormt tussen de spoorweg en de woningen.

Discipline lucht: milderende maatregelen in het projectgebied onvoldoende om te voldoen aan norm voor NO².
Uit de luchtmodellering blijkt dat het autoverkeer in de omgeving van het plangebied (Ring, Singel, Plantin en Moretuslei) een aanzienlijke bijdrage levert aan de NO2-concentratie, wat veel minder het geval is voor fijn stof, waarvan de immissie vooral door externe en/of natuurlijke bronnen wordt bepaald.

Uit de studie van VITO kan algemeen besloten worden dat schermwoningen in de nabijheid van een drukke verkeersweg zoals de Ring wel degelijk effectief zijn voor het reduceren van de concentraties in het achterliggend gebied. De luchtstroming wordt over de gebouwen heen getild, waarbij extra turbulentie en een betere menging met hogere, minder vervuilde lucht ontstaat. De relatieve oriëntatie van de schermwoningen ten opzichte van de emissiebron (Ring) en de windrichting is echter van groot belang. Indien de wind uit het OZO komt, daalt de NO2-concentratie achter de schermwoningen met 5 à 6 µg/m³, maar bij andere windrichtingen is er nauwelijks een effect.

Omdat de windrichtingen met het sterkste effect in Vlaanderen relatief weinig voorkomen, is het globaal effect op de jaargemiddelde concentratie relatief beperkt in het plangebied: circa 0,5 µg/m³ in het grootste deel van het plangebied, tot circa 2 µg/m³ direct achter de schermwoningen. Maar vanwege de hoge NO2-achtergrondconcentratie in dit deel van Antwerpen, zullen de schermwoningen alleen niet volstaan om overal in het plangebied in 2015 aan de Vlaremnorm van 40 µg/m³ te voldoen. In 2020 en na realisatie van het Masterplan 2020 zou wel overal (nipt) aan de norm voldaan kunnen worden, behalve uiteraard aan de zijde van de schermwoningen die gericht is op de Ring. Maar deze gevel zal om akoestische redenen volledig gesloten zijn, waardoor er ook geen blootstelling aan luchtemissies kan optreden.

Omdat de schermwoningen alleen niet zullen volstaan om in heel het plangebied aan de milieu- kwaliteitsnorm voor NO2 te voldoen, worden in de plan-MER volgende bijkomende maatregelen voorgesteld, waarvan uitvoering evenwel buiten de bevoegdheid van de initiatiefnemer van het RUP valt:

  • Bronmaatregelen hebben de grootste impact op luchtkwaliteit. Maatregelen waarbij het totaal verkeersvolume en/of het aandeel vrachtverkeer vermindert, hebben een positief effect op de luchtkwaliteit. Zoals blijkt uit de berekeningen van VITO kan implementatie van het Masterplan 2020, in combinatie met de schermwoningen, ervoor zorgen dat in heel het plangebied aan de NO2-jaarnorm van 40 µg/m³ (nipt) voldaan wordt. Het grootste deel van het gebied zou wel in de “grijze” zone tussen 37 en 40 µg/m³ blijven zitten. Extra maatregelen kunnen voor een bijkomende reductie zorgen en zijn wenselijk.
  • Om het hoge achtergrondniveau in Antwerpen te laten dalen, moet niet  alleen gefocust worden op het  verkeer, maar kunnen ook acties ondernomen worden naar huishoudens toe, die ook een significante N02-bron vormen.
  • Uit verschillende studies is dan ook gebleken dat slechts door een combinatie van verschillende maatregelen op verschillende (bestuurs)niveaus een aanvaardbare luchtkwaliteit op gevoelige locaties zoals Nieuw Zurenborg kan bereikt worden.

Beleidsdoelstellingen

De stad ontwikkelt een duurzame ruimtelijke structuur, aantrekkelijk en leefbaar voor haar bewoners en bezoekers
De regie van het thematische programma Strategische Projecten, gekoppeld aan de uitvoering van strategische stadsprojecten op het publieke domein
Strategische Projecten

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de resultaten van het voorontwerp plan-MER Nieuw Zurenborg.

Artikel 2

Het college beslist om een collegiale brief te versturen aan minister Schauvliege en minister Crevits over de bronmaatregelen die de luchtkwaliteit en het geluidsklimaat in het projectgebied kunnen verbeteren.

Artikel 3

Het college beslist om de geïntegreerde procedure voor de opmaak van het plan-MER en van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan volgens het integratiespoor verder te zetten.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.