Terug

2012_CBS_07237 - Aanvraag stedenbouwkundig attest - 201215 - district Antwerpen - De Bosschaertstraat ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/07/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_07237 - Aanvraag stedenbouwkundig attest - 201215 - district Antwerpen - De Bosschaertstraat ZN - Goedkeuring 2012_CBS_07237 - Aanvraag stedenbouwkundig attest - 201215 - district Antwerpen - De Bosschaertstraat ZN - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Het college is bevoegd op grond van artikel 5.3.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Aanleiding en context

Aanvrager: Goudblomme vzw
De aanvraag omvat: bouwen van een woonzorg- en dagverzorgingscentrum
Dossiernummer: AN6/S/201215

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 maart 2010 bepaalt de nadere regels voor de aanvraag en afgifte van het stedenbouwkundig attest.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het afleveren van een positief stedenbouwkundig attest aan de aanvrager goed te keuren, op voorwaarde dat bij de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning volgende voorwaarden strikt worden nageleefd:

  1. de aanvraag in overeenstemming te brengen met de bouwcode (zie bijlage);
  2. de aanvraag in overeenstemming te brengen met de verordening toegankelijkheid (zie bijlage);
  3. een inpandige afvalberging te voorzien;
  4. de voorwaarden vermeld in het advies van de Vlaamse Milieumaatschappij met referentie WT 2012 R 0099, die aan het attest worden gehecht en er integraal deel van uitmaken, strikt na te leven;
  5. de geplande werken te laten voorafgaan door een archeologische prospectie met ingreep in de bodem (sleuvenonderzoek);
  6. voor een archeologische prospectie voldoende personeel, tijd en middelen te voorzien en deze te laten uitvoeren volgens de bijzondere voorwaarden zoals te verkrijgen bij de stedelijke dienst archeologie of het Agentschap Onroerend Erfgoed;
  7. de stedelijke dienst archeologie en het Agentschap Onroerend Erfgoed te betrekken bij de werf- en coördinatievergaderingen;
  8. indien archeologische sporen worden aangetroffen, in overleg met de stedelijke dienst archeologie en het Agentschap Onroerend Erfgoed een volwaardige archeologische opgraving te laten uitvoeren, gefinancierd door de aanvrager.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

Bijlagen