Marketing & communicatie/ evenementen, film en protocol adviseert om een bedrag van 75.000,00 euro te voorzien in de begroting 2013 van de bedrijfseenheid marketing & communicatie voor de oprichting van een economisch fonds.
Artikel 57 §3 1° van het Gemeentedecreet stelt dat het college bevoegd is voor het beheer van het openbaar domein.
Het college verdaagde dit punt in zitting van 29 juni 2012 -jaarnummer 06758
Filmcel – algemeen kader
Binnen de bedrijfseenheid marketing & communicatie van de stad Antwerpen werd in 2001 een filmcel opgericht.
De filmcel heeft als doelstelling de stad zoveel mogelijk in beeld te brengen als het decor van tv- en filmproducties. Langspeelfilms, kortfilms, maar ook tv-producties, reclamespots, promotiefilms of afstudeerprojecten kunnen rekenen op de steun van de filmcel. De combinatie van historische en moderne architectuur en het grote aantal originele locaties maakt Antwerpen populair als filmlocatie. De filmcel zorgt daarbij voor een optimale ondersteuning vanuit de stad.
Voorbeelden in binnen- en buitenland bewijzen dat het inrichten van een dergelijke filmcoördinatiecel actief bijdraagt tot de algemene city marketing en promotie van onze stad.
Film is in deze eeuw één van de prominentste kunstvormen op het vlak van media-aanwezigheid.
De filmcel werd opgericht om volgende redenen:
Resultaten
|
Jaar |
Producties |
Draaidagen |
|
2004 |
45 |
490 |
|
2005 |
95 |
702 |
|
2006 |
111 |
750 |
|
2007 |
145 |
848 |
|
2008 |
154 |
891 |
|
2009 |
127 |
626 |
|
2010 |
178 |
598 |
|
2011 |
262 |
624 |
Het ondersteuningsbeleid van de filmcel bestaat uit een zeer verregaande logistieke ondersteuning. De filmcel gaat ook actief op zoek naar locaties en gebouwen voor opnames die gratis of tegen gunstige huurvoorwaarden kunnen ter beschikking worden gesteld. In principe geeft de stad Antwerpen géén financiële ondersteuning aan film- en tv producties.
Filmcel – evolutie
Het kader voor dit ondersteuningsbeleid is de laatste jaren grondig veranderd:
Enkele voorbeelden hiervan:
|
Jaar |
Productie |
Gemeente |
Productie |
|
2012 |
Danni Lowinski |
Genk |
125.000 € |
|
2011 |
Danni Lowinski |
Genk |
250.000 € |
|
2011 |
Villa Vanthilt |
Roeselare |
100.000 € |
|
Diverse jaren |
Flikken |
Gent |
506.125 € |
|
2011 |
Dubbelleven |
Mechelen |
125.000 € |
|
2010 |
De Rodenburghs |
Kortrijk |
100.000 € |
|
2010 |
David |
Koksijde |
200.000 € |
|
2009 |
Louis Louise |
Gent |
100.000 € |
|
2008 |
De Smaak van De Keyser |
Hasselt |
250.000 € |
|
|
|
Provincie Limburg |
750.000 € |
Dit maakt dat de positionering van de stad Antwerpen als filmstad dient te worden herbekeken om het ondersteuningsbeleid ook naar de toekomst toe succesvol te houden.
De sector geeft aan dat er 3 belangrijke redenen zijn waarom zij draaien in Antwerpen:
De 2 belangrijkste aspecten die zij missen in de stad Antwerpen zijn:
Ze geven daarnaast ook aan dat het merendeel van multimedia bedrijvigheid zich in het Brusselse bevindt.
Indien de stad Antwerpen toonaangevend wil blijven in deze sector en ook in de toekomst grote nationale en internationale producties wil aantrekken, dringt zich een aanpassing van het ondersteuningsbeleid aan. De ondersteuningsmodellen van steden die citymarketingfondsen aanwerven om producties aan te trekken, zorgen er enerzijds wel voor dat deze steden en gemeenten in beeld komen, maar zorgen voor geen blijvend effect. De industrie wordt niet verankerd in het economisch weefsel van de stad.
Economische fondsen verstrekken toelagen aan producenten, voor producties die in een regio of stad worden geproduceerd, op voorwaarde dat een veelvoud van het geleende bedrag terugvloeit naar de multimediasector van die stad. Dergelijke fondsen hebben het voordeel dat ze rechtstreeks effect hebben op de lokale economie en een verankering van de sector stimuleren.
De term "toelagen" staat daarbij niet voor een effectieve toelagen zoals door banken verstrekt, maar eerder op de contractuele tegenvoorwaarde om een veelvoud van het door de stad verleende bedrag als het ware "terug te betalen" door dit te besteden in (specifieke sectoren) van de lokale economie.
In Rotterdam bestaat een dergelijk fonds al sinds 2001. Enkele resultaten:
Ook Wallimage werkt op die manier. Steeds meer buitenlandse filmploegen draaien in Wallonië. Bekende Franse voorbeelden zijn François Ozon met zijn laatste film 'Potiche', de kaskraker 'Le Petit Nicolas' of de Frans-Belgische coproductie 'Rien à Déclarer' met Benoît Poelvoorde. Ook de Britten hebben Wall- image ontdekt. Topregisseur Ken Loach maakte zijn voetbalfilm 'Looking for Eric' met steun van het fonds. Voor de Vlaamse productiehuizen is Wallimage evenmin een onbekende. 'Rundskop', 'The Invader', 'Zot van A' en 'Tot altijd' zijn deels met geld van Wallimage gemaakt. 'Rundskop' kreeg 200.000,00 euro van Wallimage. In ruil werd 800.000,00 euro in Wallonië en Brussel besteed.'
Economische fondsen zijn een grote troef om buitenlandse coproducenten te overhalen films te maken in Vlaanderen in het algemeen en Antwerpen in het bijzonder. Dat is niet alleen voor de producenten een goede zaak, maar voor de hele audiovisuele sector.
De oprichting van een eigen economisch filmfonds kan de stad Antwerpen terug competitief maken in het aantrekken van nationale en internationale producties (waarbij het Screen Flanders fonds van het Vlaams Gewest als een bijkomende hefboom kan dienen). Tegelijkertijd kan het er ook voor zorgen dat de geïnvesteerde bedragen rechtstreeks geïnvesteerd worden in de lokale economie en de multimediasector, als voorbeeldsector van de creatieve industrie, lokaal verankerd wordt. De eventuele ontwikkeling van een creatieve 'hub' in de grote loods in park Spoor Noord, kan deze verankering versterken.
De oprichting van een dergelijk fonds vergt de creatie van een uitgebreid reglementair en institutioneel kader. Volgende zaken dienen onder meer te worden bepaald:
Dit vraagt dus om een grondige voorafgaande studie en omkadering. Marketing & communicatie/evenementen, film en protocol adviseert de eventuele oprichting van een dergelijk fonds te laten voorafgaan door een éénmalige testcase, waarbij verschillende elementen van het fonds kunnen afgetoetst worden aan de concrete Antwerpse situatie. Werken met een testcase heeft het voordeel dat de volledige systematiek en het kader van het fonds reeds kunnen worden uitgetest, zonder dat het volledige fonds dient te worden opgericht of gefinancierd.
Doelstellingen van de testcase
De testcase heeft de volgende doelstellingen:
Een opvolgrapport na de testcase moet analyseren hoe de investering is teruggevloeid naar de Antwerpse lokale economie, welke problemen daarbij eventueel zijn voorgekomen en hoe deze effecten correct in kaart kunnen worden gebracht.
Op basis van de resultaten van deze testcase kan het college beslissen of de realisatie van een economisch filmfonds voldoende bijdraagt tot de doelstelling om blijvend grote nationale en internationale producties naar de stad te trekken die Antwerpen als decor gebruiken. Daarnaast kan het college evalueren of een dergelijk fonds kan bijdragen tot haar doelstelling om de creatieve economie in Antwerpen te verankeren.
Op basis van de testcase zal marketing & communicatie/evenementen, film en protocol het college een gefundeerd advies kunnen uitbrengen met betrekking tot het al dan niet oprichten van een economisch fonds en wat daarvan de voor- en nadelen kunnen zijn. Het advies zal op die manier gebaseerd zijn op de concrete praktijk.
Timing:
Het college neemt kennis van de intentie van de filmcel Antwerpen om via een testcase te onderzoeken of de oprichting van een economisch filmfonds de stad nog aantrekkelijker kan maken voor nationale en internationale producties, terwijl een meervoud van de uitgekeerde bedragen rechtstreeks in de lokale multimediasector geïnvesteerd moet worden.
Het college keurt goed dat het kader van het economisch fonds wordt afgetoetst en getest via een éénmalige testcase.
Het college geeft opdracht aan
| Dienst | Taak |
| MC/EFP | om het kader van de testcase en alle bijhorende voorwaarden volledig uit te werken en een gedetailleerd voorstel ter goedkeuring voor te leggen aan het college |