Terug

2012_CBS_07434 - Duurzame Ontwikkeling. Warmtenet op Nieuw Zuid - Kennisname haalbaarheidsstudie en Principebeslissing aanleg - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/07/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_07434 - Duurzame Ontwikkeling. Warmtenet op Nieuw Zuid - Kennisname haalbaarheidsstudie en Principebeslissing aanleg - Goedkeuring 2012_CBS_07434 - Duurzame Ontwikkeling. Warmtenet op Nieuw Zuid - Kennisname haalbaarheidsstudie en Principebeslissing aanleg - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

De stad heeft de haalbaarheid van warmtenetten voor het gebied Nieuw Zuid laten onderzoeken. Doel van de studie was om op onderbouwde wijze een beslissing te kunnen nemen over de aanleg van een warmtenet. Deze studie liep parallel met de opmaak van het masterplan Nieuw Zuid dat nu in opdracht van de projectontwikkelaar in samenwerking met AG Stadsplanning Antwerpen wordt gefinaliseerd. Maatregelen om tot een ecologische duurzame wijkontwikkeling te komen werden daarbij meegenomen.

Tijdens de opmaak van het masterplan werd aangetoond dat warmtenetten belangrijke infrastructuur zijn om op wijkniveau CO2-neutraliteit te bereiken. De aanleg van een warmtenet op Nieuw Zuid is de eerste bouwsteen om een structurele kentering te realiseren voor de omgeving. Bovendien spelen warmtenetten een sleutelrol om het elektriciteitsnet in balans te brengen. Een warmtekrachtkoppeling kan elektriciteit opwekken en zijn warmte stockeren in het warmtenet tijdens perioden waar elektriciteit tekort is.

Een bijkomende studie over een eventueel warmtenet op Nieuw Zuid was aangewezen om meer zicht de krijgen op de technische en economische haalbaarheid. Het college gunde de opdracht voor de haalbaarheidsstudie op 27 april 2012 (jaarnummer 4293) aan 3E. De oplevering van het eindrapport gebeurde op 29 juni 2012.

De gemeenteraad keurde eerder het klimaatplan op 27 juni 2011 (jaarnummer 920) goed waarin het zich engageert om onder andere tegen 2050 CO2-neutraliteit te bereiken. Daarin wordt aangehaald dat nieuwe wijkontwikkelingen de beperkingen van de bestaande omgeving moeten compenseren en wat het belang van warmtenetten in Antwerpen is.

Deze studie bouwt verder op een reeks uitgevoerde of lopende initiatieven:

  • In navolging van de haalbaarheidsstudie wijkverwarming in de Cadixwijk gaf het college op 24 december 2010 (jaarnummer 16276) opdracht aan AG Stadsplanning om bij nieuwe stadsontwikkelingsprojecten reservatiestroken te voorzien voor een warmtenet en om aan de projectontwikkelaars één centraal warmte- en/of klimatisatiesysteem per blok op te leggen.
  • Op dit ogenblik loopt nog tot september 2013 het onderzoek MIP3-HEAT waarin bijkomende aspecten van een warmtenet op de hele omgeving van Antwerpen Zuid worden onderzocht, goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 januari 2012 (jaarnummer 245).

Argumentatie

Beschrijving van onderzoek en uitgangspunten

In het onderzoek voor een warmtenet op Nieuw Zuid en de omgeving werden verschillende gebieden onderzocht:

  • enkel Nieuw zuid;
  • Nieuw Zuid en de noordelijke gebouwengordel;
  • Nieuw Zuid en de belangrijkste verbruikers uit de noordelijke, oostelijke en zuidelijke gebouwengordel.

Er werden per gebied 3 of meerdere mogelijkheden voor warmteproductiecentrales doorgerekend uit onderstaande lijst:

  • aardgasketel (referentieconcept);
  • biomassaketel op snipperhout of houtpellets;
  • warmtekrachtkoppeling (WKK) op pure plantaardige olie (ppo);
  • warmtekrachtkoppeling op aardgas;
  • grote biomassacentrale in de omgeving, bijvoorbeeld op Blue Gate Antwerp.

Een warmtekrachtkoppeling is een systeem dat zowel elektriciteit kan opwekken als warmte leveren.

De optie van industriële restwarmte (bijvoorbeeld uit het havengebied) is niet doorgerekend omdat het onwaarschijnlijk is dat deze tijdig kan vrijgemaakt worden om in de timing van de wijkontwikkeling in te passen. Er is eveneens gekozen om geen warmtepomptechnologie met ondiepe geothermie door te rekenen omdat dit door de vraag van hogere systeemtemperaturen geen geschikte technologie is.

De centrale onderzoeksvragen waren:

  • Is het  technisch- en economisch haalbaar om op Nieuw Zuid een warmtenet aan te leggen en beheren?
  • Wat is het effect wanneer bijkomende gebouwen uit de omgeving worden aangesloten op het warmtenet van Nieuw Zuid? Zijn ze noodzakelijk in de haalbaarheid van het net op Nieuw Zuid?
  • Wat is het potentieel van een warmtenet op Nieuw Zuid en de omgeving in termen van een toekomstige doorontwikkeling van het grotere gebied dat is bestudeerd?

Dit onderzoek is verricht vanuit volgende uitgangspunten:

  • er wordt rekening gehouden met de fasering die voorlopig is vastgesteld in het masterplan van de wijkontwikkeling op Nieuw Zuid;
  • de ontwikkeling van het warmtenet herbergt de flexibiliteit om het warmtenet stelselmatig uit te bouwen naar de omgeving met meerdere warmtebronnen;
  • voor de individuele verbruiker wordt geëist dat de oplossing met het warmtenet niet meer mag kosten dan de totale kost die hij/zij zou hebben mocht men zich verwarmen via een individuele gaswandketel;
  • door de private ontwikkelaar wordt een aansluitbijdrage voorzien aan de toekomstige warmtenetbeheerder ter waarde van een centrale afleverset met warmtewisselaar per gebouw en van de uitgespaarde kost van de aanleg van een gasnet en de gebouwaansluiting op het gasnet. Hiermee bekomt de ontwikkelaar alsnog een billijk financieel voordeel ten aanzien van een oplossing waarbij hij zelf volledig zou instaan voor de installatie van collectieve gasketels of warmtepompen en de aanleg en aansluiting van een gasnet op Nieuw Zuid;
  • naast de globale rentabiliteitsanalyse is ook de verdeling van financiële baten en kosten over de verschillende actoren bepaald.

Technische en economische haalbaarheid

Door de strenge voorselectie in bruikbare technologiën zijn alle voorgestelde concepten technisch haalbaar op de diverse gebieden. De gas-gerelateerde oplossingen zijn technisch het makkelijkst realiseerbaar. Bij de productieconcepten met biomassa moet opslagruimte en brandstoftransport voorzien worden.

Het ruimtebeslag voor een centrale warmteproductie op Nieuw Zuid bedraagt ongeveer 200 vierkante meter (m²). Indien ook de noordelijke omgeving wordt aangesloten op de centrale warmteproductie van Nieuw Zuid bedraagt het ruimtebeslag ongeveer 300 m². Afhankelijk van de toe te passen warmteproductie moet er een bijkomende ruimte van ongeveer ca 100 tot 150m² met 5 meter hoogte voorzien worden.

Het warmtenet werd, rekening houdend met de fasering, gedimensioneerd op een productie van 10,6 Gigawattuur (GWh) voor enkel Nieuw Zuid tot 57,0 GWh per jaar voor de grootste gebiedscluster. De respectievelijke piekvermogens zijn 6,8 Megawatt-thermisch (MWth) voor enkel Nieuw Zuid tot 23,2 MWth per jaar voor de grootste gebiedscluster.

De locatie van de warmteproductie op Nieuw Zuid werd aangenomen in de nabije omgeving, aan de noordzijde van Nieuw Zuid nabij de binnenstad. Dit schept het perspectief om later een warmtenet door te trekken via de gedempte Zuiderdokken. Wanneer het warmtenet ook de omgeving zal bestrijken kan op meerdere locaties in de huidige of aangepaste technische ruimtes van de bestaande gebouwen bijkomende warmteproductie ingepast worden.

De aanleg van de warmteleidingen op Nieuw Zuid dient op hetzelfde moment te gebeuren als de aanleg van het openbaar domein.

De financiële rendabiliteit werd onder andere berekend als het rendement op het eigen vermogen wat gelijk moet zijn aan 12% voor belastingen. De actualisatievoet werd marktconform ingeschat op minimum 12%. De ppo-WKK laat in alle scenario’s een sterk negatief rendement optekenen. De reden ligt bij de beduidend hogere exploitatiekosten door het onderhoud van de installatie en de aankoop van pure plantenolie.

De drie energieconcepten voor een warmtenet op Nieuw Zuid met een gasketel, gas-WKK en biomassaketel zijn allen rendabel zonder dat een bijkomende subsidie toegekend moet worden. Voor de gasketel bedraagt de netto contante waarde (NCW) op 30 jaar € 3.602.000,00 op een basisinvestering van € 2.086.000,00. Voor de biomassaketel bedraagt de netto contante waarde (NCW) op 30 jaar € 1.659.000,00 op een basisinvestering van € 4.703.000,00. Voor de gas-WKK bedraagt de netto contante waarde (NCW) op 30 jaar € 2.209.000,00 op een basisinvestering van € 6.823.000,00.

De energieconcepten voor een warmtenet op Nieuw Zuid in combinatie met enerzijds de noordelijke omgeving en anderzijds de noordelijke en zuid-oostelijke omgeving voldoen aan de rentabiliteitseisen indien een operationele investeringsteun bekomen kan worden tussen 0 en € 15,47 per Megawattuur-thermisch. De bedragen voor warmte zijn beduidend lager dan de waarden die vandaag aan groenestroomcertificaten in Vlaanderen worden toegekend. Het scenario waarbij de omgeving van Emiel Vloorstraat en Jan de Voslei wordt ontsloten met een warmtenet op de mogelijke energiecentrale op Blue Gate Antwerp blijkt zeer interessant. De rentabiliteitseisen worden overschreven met een NCW van € 4.562.000,00 op een investering van € 6.409.000,00.

Uit de sensitiviteitsanalyse blijkt dat voor de verschillende scenario's de rentabiliteit verder geoptimaliseerd kan worden. Een deel van deze aspecten worden de komende maanden verder onderzocht in het MIP3-HEAT onderzoek. Onderstaand volgt een niet-limitatieve lijst van mogelijkheden:

  • Aanwenden van elektriciteitsproductie door de WKK-concepten voor eigen gebruik in plaats van verkoop op de elektriciteitsmarkt zal de rentabiliteit verder doen toenemen;
  • Nauwlettend opvolgen van de ontwikkelingen inzake het steunbeleid voor warmtekracht-, groene stroom- en groene warmtecertificaten. Alle genoemde systemen zullen de komende jaren onderhevig zijn aan fluctuaties;
  • Slechts een deel aansluiten van de noordelijke omgeving op het warmtenet van Nieuw Zuid zou een hogere rentabiliteit geven dan alle gebouwen binnen die beschouwde omgeving. Dit komt doordat er minder of geen onderboring van de wegenis nodig is.

Duurzaamheidsaspecten

De duurzaamheid met betrekking tot het energieconcept van Nieuw Zuid wordt in eerste rang bekomen door de energievraag sterk te minimaliseren zoals in het masterplan wordt voorgesteld.

De ecologische impact van een warmtenet voor de onderzochte gebieden werd bepaald door de CO2-emissies van de verschillende warmteproductieconcepten te vergelijken met die van decentrale warmteproductie in de gebouwen zelf.

De WKK op aardgas voor Nieuw Zuid vertoont een lichte daling (-4%) in CO2-emissie ten aanzien van de referentiecase met gasketel maar zorgt voor een belangrijke primaire energiebesparing (56%) ten aanzien van de gemiddelde elektriciteitsproductie in Vlaanderen. De hoogste CO2-reductie is te behalen bij het inschakelen van een ppo-WWK (99%), gevolgd door de wijkverwarming met biomassaketel (tot 55% CO2-emissiereductie). De primaire energiebesparing van een ppo-WKK op Nieuw Zuid bedraagt 167%, die van een biomassaketel bedraagt 63%.

Duurzaamheid moet bekeken worden op korte tot langere termijn. Het zou logisch zijn om nu te kiezen voor economisch haalbare energieconcepten, zij het iets minder duurzaam, die de ruimere omgeving het potentieel laten om op termijn te evolueren tot een CO2-neutrale stadsomgeving.

De omgeving van Nieuw Zuid is bijzonder interessant. Er is een grote massa collectieve huisvesting (sociale en private), kantoorgebouwen en onderwijsgebouwen (bestaand en gepland), samen goed voor ca. 1,5% van de warmtebehoefte van de residentiële en tertiaire sector in 2020. De ontwikkeling van een mogelijke energiecentrale op Blue Gate of de restwarmtelevering vanuit het havengebied bieden een volstrekt duurzame oplossing op langere termijn.

Conclusies uit de haalbaarheidsstudie

De technische en economische haalbaarheid van een warmtenet op Nieuw Zuid is aangetoond. Hierbij is het niet noodzakelijk dat gebouwen uit de omgeving onmiddellijk aansluiten en er financiële steunmechanismen nodig zijn om deze haalbaarheid te waarborgen.

De aanleg van een warmtenet maakt de verplichting van een aardgasnet overbodig. Binnen het energiedecreet wordt een gebouw aanzien als ontsloten als langs de openbare weg een biogasnet of een warmtenet aanwezig is dat gevoed wordt op basis van restwarmte, hernieuwbare energiebronnen of kwalitatieve warmtekrachtkoppeling.

Het is aangetoond dat in een nieuwe gebouwomgeving met energiezuinige bouwstandaard toch een warmtenet kan verantwoord worden doordat leidingen in een nieuwe straatomgeving komen en het een wijk is met een hoge concentratie aan warmteafnemers.

Het is cruciaal om nu het net aan te leggen.  De installatie van een warmtenet op Nieuw Zuid wanneer de straatomgeving al is ontwikkeld zou vele hogere kosten met zich meebrengen waardoor de rentabiliteit in elkaar stuikt.

Een warmtenet op Nieuw Zuid plus de Noordelijke, Oostelijke en Zuidelijke gebouwengordel bevat een zeer groot potentieel dat stelselmatig uitgebouwd kan worden. De komst van een duurzame energiecentrale op Blue Gate Antwerp of de aansluiting op industriële restwarmte vanuit het havengebied via linkeroever kunnen op langere termijn zorgen voor een quasi CO2-neutrale gebouwomgeving. Er is vandaag een beperkte onrendabele top die vermoedelijk opgevangen kan worden van zodra het Vlaamse warmtebeleid met aangepaste subsidiëring voor warmtenetten zich verder ontwikkeld.

Vervolgstappen

De stad Antwerpen staat in voor de regie met het oog op de aanleg van een warmtenet op Nieuw Zuid, dit gelijklopend met de ontwikkelingsfasering van Nieuw Zuid.

In navolging van deze haalbaarheidsstudie dient verder bepaald te worden op welke wijze en aan wie de financiering, detailengineering, aanleg en het beheer van het warmtenet enerzijds en de warmteproductiecentrale anderzijds gegund zal worden. Voor dergelijke installaties wordt typisch gedacht aan private energiedienstenbedrijven of intercommunales. Meerdere partijen hebben aangegeven concrete interesse te hebben in dergelijke projecten. Evenwel zijn andere participatieve of volstrekt publieke constructies ook mogelijk.

Het overleg over de concrete modaliteiten inzake aanleg warmtenet en de afspraken daaromtrent met de ontwikkelaar van Nieuw Zuid en andere betrokken partijen maakt deel uit van het overlegproces Nieuw Zuid dat gecoördineerd wordt door AG Stadsplanning Antwerpen.

Daarnaast stelt de vraag zich in welke mate het wenselijk en mogelijk is dat de stad Antwerpen toezicht houdt vanuit een ombudsfunctie op het beheer van warmtenetten aangezien de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Electriciteits- en Gasmarkt (VREG) en de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) in tegenstelling tot de elektriciteits- en gasmarkt geen bevoegdheid hebben.

Het voorgaande in acht genomen, is het aangewezen dat er een plan van aanpak wordt opgemaakt met de acties die door bepaalde instanties uitgevoerd kunnen worden. Dit met als doel om de ontwikkeling van een warmtenet op Nieuw Zuid beleidsmatig en praktisch goed uit te voeren.

Beleidsdoelstellingen

Evolueren naar een klimaatneutrale en ecologisch duurzame werking
De stad evolueert naar klimaatneutraal en duurzaam bouwen
Voor elk stedelijk bouw- of verbouwproject en in elk stadsontwikkelingsproject dat de stad regisseert, geheel of gedeeltelijk financiert of realiseert, integreren de verschillende stedelijke actoren duurzaamheidscriteria.
04 - Leefmilieu
Evolueren naar een klimaatneutrale en ecologisch duurzame werking

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de aangetoonde haalbaarheid van de verschillende scenario’s voor een warmtenet op Nieuw Zuid.

Artikel 2

Het college keurt goed dat op Nieuw Zuid een warmtenet wordt aangelegd waarop alle gebouwen met warmteafname op Nieuw Zuid verplicht worden aangesloten, waardoor de aanleg van een gasnet overbodig wordt.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

Artikel 4

Het college geeft opdracht aan

Dienst Taak
SW/energie en milieu een plan van aanpak op te maken voor de ontwikkeling van het warmtenet, gekoppeld aan de verdere wijkontwikkeling