In de enquête en straatbevragingen zijn in totaal 348 Luchtballers bevraagd over de wijk.
Aanvullend op dit analysewerk, zijn er door het stedelijk wijkoverleg twee inloopnamiddagen in maart 2012 georganiseerd waarbij bewoners in de hal en aan de voordeur van het Cultuurcentrum Luchtbal suggesties en voorstellen konden inbrengen. In totaal, over beide middagen gespreid, is hier met een 80 bewoners gesproken en is de input verwerkt in de kansenkaarten.
Op 16 november 2009 nam het college kennis van de kernnota (jaarnummer 16449) en projectnota (jaarnummer 16448) Masterplan Luchtbal. Vermengen door verdichten is de basisvisie van dit masterplan. Hiertoe werden vijf verdichtinglocaties aangeduid in de kernnota. Tegelijk werden drie groene ruimtes aangeduid die verder dienen uitgebouwd te worden tot kwalitatieve open ruimten in Luchtbal.
Op 10 december 2010 keurde de Vlaamse regering de toekenning van de conceptsubsidie voor het Masterplan Luchtbal goed. Er werd gekozen voor een conceptsubsidie en geen projectsubsidies omdat de projectvoorstellen nog onvoldoende gefocust en onderbouwd waren.
Op 4 maart 2011 (jaarnummer 2222) keurde het college de korte en lange termijn aanpak voor het Masterplan Luchtbal goed. Het korte termijnspoor heeft als doel een pilootproject te ontwikkelen op de ontwikkelingslocatie 1. Hiervoor wordt een samenwerking met AG VESPA opgestart met als beoogd resultaat het opmaken van verkoopsbundels en lanceren van een privaat woningbouwproject op deze locatie. Het lange termijn spoor heeft als doel het masterplan te verbreden met een sociaal-economisch programma en bijkomende investeringen in de omgevingskwaliteit. Hiervoor is een breed draagvlak bij alle betrokken actoren op Luchtbal nodig.
Het pilootproject op verdichtinglocatie 1 raakte niet van de grond. Uit de markttoets van AG VESPA in een rapport van april 2011 bleek het ontwikkelen van private woningen op deze plek verlieslatend en wilden bijgevolg private woningbouwpartners dit risico niet nemen. Het idee van sociale mix of ‘vermengen door verdichten’ van het masterplan komt ‘on hold’ te staan.
Op 2 mei 2011 (jaarnummer 636) keurde de gemeenteraad de overeenkomst met de Vlaamse regering goed over de conceptsubsidie voor het Masterplan Luchtbal. Deze conceptsubsidie wordt ingezet voor het uitwerken van een verbreed masterplan conform het bovengenoemde lange termijnspoor. De jury van de stadsvernieuwingsprojecten concludeert bij het beoordelen van de subsidieaanvraag dat: 'In het aangezette ontwikkelingsproces de lacunes en zwakheden van het huidige masterplan aan de oppervlakte kwamen. Deze vereisen een meer diepgaande kennis van de bestaande sociale en ruimtelijke dynamieken, doorgedreven vormen van participatie en nieuwe concepten van ruimtelijk-sociale ontwikkeling zonder de lopende initiatieven stop te zetten. Naast de financiële middelen worden ook twee lokale begeleiders, een expert stadssociologie van de universiteit Antwerpen en een expert stedenbouwkundig onderzoek van de KUleuven, toegewezen aan de stad voor het begeleiden van deze opdracht.
Op 22 juni 2011 keurde het directiecomité van AG Stadsplanning het bestek voor deze opdracht goed.
Op 3 oktober 2011 gunde het directiecomité van AG Stadsplanning de opdracht aan Urban Unlimited. Urban Unlimited schreef voor deze offertevraag in samen met onderaannemer Omgeving.
De lokale begeleidingsgroep die deze opdracht opneemt bestaat uit Urban Unlimited, Omgeving, de twee lokale begeleiders, een vertegenwoordiger van Woonhaven Antwerpen en vertegenwoordigers van de dienst samen leven/cel sociale planning en van AG Stadsplanning.
Wat voorligt is een onderzoeksrapport waarbij de vertaalslag naar het beleid en naar een concrete projectwerking zo goed mogelijk is voorbereid. Het is met andere woorden een combinatie van onderzoek en beleidsvoorbereidend werk. Niettemin ligt het zwaartepunt van het gepresteerde werk nu op onderzoek en analyse. In een vervolgtraject, ligt het zwaartepunt op het concretiseren en uitvoeren van projecten uit de drie projectclusters.
Het rapport ‘De Luchtbal vaart’ dat ter kennisname voorligt, heeft de ambitie om vanuit een nieuwe inzet en uitwerking van het masterplan, de ontwikkelingen en gevarieerde dynamiek met betrokken actoren meer en beter bij elkaar brengen. Het is in drie opzichten een verbreding van het masterplan:
Aanpak:
1. enquête bij bewoners
Het onderzoek vertrekt van een enquête bij bewoners, in samenwerking met studenten van de Universiteit Antwerpen en KULeuven. In het totaal zijn er 116 mensen geïnterviewd met een heel divers profiel. Aanvullend hierop zijn er 232 straatinterviews gebeurd. In het bestek van de opdracht is immers uitdrukkelijk gevraagd naar de verkenning bij niet-gekende sociale groepen om nieuw analysemateriaal aan te brengen. Centrale vraag bij deze bevraging was ‘waar moet volgens u eerst geïnvesteerd worden in de wijk?’ De focus en prioriteiten van bewoners blijken de volgende: meer winkels aangepast aan de behoefte van de wijk (budgetlage en een breder gamma exotische producten), meer ruimte voor kleinschalig economisch initiatief, aanbod voor de opgroeiende jeugd (die een relatief grote groep is in de bevolkingssamenstelling), het meer bruikbaar maken van de openbare ruimte in combinatie met een hoger veiligheidsgevoel en tenslotte een geschikt en gevarieerd woningaanbod. Voor winkels blijken bewoners vooral aangewezen op Merksem en Antwerpen Centrum. Voor verplaatsingen gebruikt men overwegend het openbaar vervoer en de auto, ook binnen de wijk. Luchtbal blijkt geen aankomst noch een exclusieve doorgangswijk. Ongeveer een derde van de bevraagden wil op een of andere manier op een vrijwillige wijze aan vernieuwingsprojecten meewerken;
2. interviews met bedrijven
Aanvullend zijn er door Urban Unlimited diepte-interviews afgenomen met een twintigtal bedrijven, winkels en andere mogelijke private investeerders (hierna kortweg getypeerd als bedrijven). Dit type bevraging bij de start van een proces is nieuw en heeft een positieve dynamiek veroorzaakt in de uitwerking van dit werk. Meerdere bedrijven stonden verrassend positief open voor een samenwerking omdat ze baat hebben bij een goed functionerende ruime omgeving;
3. workshops met stedelijke actoren
Tenslotte zijn met veldwerkers uit de wijk, betrokken stedelijke diensten en vertegenwoordigers van Woonhaven Antwerpen en de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij brainstorms georganiseerd. Dit om te vermijden dat werk herdaan werd en om de vele ideeën en inzichten te kunnen oppikken van deze experts die dagelijks met de wijk of met deze thema's bezig zijn. De output hier was tot op grote hoogte gelijklopend met wat uit de enquête kwam, dezelfde thema’s werden gefocust en zoals de bedrijven aangaven werd ook hier gepleit om wijkoverschrijdend te kijken. Er is duidelijk een gezamenlijk denkkader en draagvlak rond het huidige functioneren van de wijk en mogelijke toekomstige ingrepen;
4. verwerken output in kansenkarten
De resultaten van dit verkennend ‘actorenonderzoek’ zijn verwerkt in mogelijke kansenkaarten en daarbij voorstelbare, mogelijk gemeenschappelijk te dragen projecten op korte (2012-2015), middellange (2015-2020) en lange termijn (>2020). Deze projecten zijn geclusterd rond een viertal potentieel samenhangende strategische projecten, waarover drie ronde tafelgesprekken zijn gevoerd;
5. terugkoppeling via rondetafelgesprekken
De drie partijen (bewoners, bedrijven en stedelijke actoren) zijn tenslotte samengebracht in ronde tafels om deze kansenkaarten samen te bekijken en af te tasten of er gezamenlijk projecten kunnen worden opgezet. Deze ronde tafels, waarbij zowel bewoners (al dan niet verenigd in een wijkorganisatie), medewerkers van de stad Antwerpen en Woonhaven én bedrijven rond de tafel zaten, is een voor de stad een vernieuwend en geslaagd experiment, dat wordt meegenomen als nieuwe methodiek in het vervolgtraject.
Resultaten:
1. multifunctioneel programma
De klemtoon van het masterplan ‘vermengen door verdichten’ door het aantrekken van private woningbouw met een nieuw bewonerspubliek’ wordt verschoven of opengetrokken naar een meer multifunctioneel programma op maat van de huidige en mogelijk toekomstige bewoners. Aanvullende doelen zijn ondermeer, inspelend op de reële behoeften van de wijk: Luchtbal meer geschikt maken voor andere activiteiten dan wonen zoals werken en winkelen, Luchtbal aantrekkelijk maken voor en door enkele bovenlokale functies die voor de wijk een meerwaarde zijn en (imago)versterkend werken, de (vele) onbenutte ruimte beter en diverser benutten door bewoners intensief te betrekken, Luchtbal programmatisch en economisch meer zelfredzaam maken en Luchtbal zoveel mogelijk uit het fysieke isolement halen en verbinden met de onmiddellijke omgeving;
2. kansenkaarten met projectclusters
De vier kansenkaarten of projectclusters zoals ze in dit rapport gepresenteerd zijn, hebben de toets met de ronde tafels doorstaan. Het gaat dus om voorstellen die door de drie bovennoemde partners, met name vertegenwoordigers van bedrijven, overheid en bewoners, aan een eerste haalbaarheidstoets zijn onderworpen en waarvoor draagvlak gevonden werd. Daarom worden deze voorstellen kansrijk geacht om deze verder te concretiseren. De geschetste beelden zijn geen (beklonken) eindbeelden, maar eerder startbeelden voor een gemeenschappelijke projectuitwerking, en ze zijn bedoeld om partijen aan te spreken en te stimuleren. Cruciaal is dat het stap voor stap wordt opgebouwd, beginnend met de directe uitvoering van de meest laagdrempelige initiatieven en actievoorstellen. Daarom worden ook eenvoudige, relatief goedkope en tijdelijke voorstellen gedaan. Bij bewezen succes is het gemakkelijker de achterban te overtuigen, waardoor gefaseerd kan worden naar complexere en meer risicovolle (investering)programma’s. Daarom is elk beeld opgebouwd van korte, middellange tot lange termijn;
Het lange termijnbeeld is geen statisch maar eerder een dynamisch beeld, dat bestaat uit tijdelijke en permanente projecten die elkaar afwisselen en mogelijk op termijn een andere koers zullen inzetten. Het is een bruikbaar nieuw communicatiebeeld voor Luchtbal, als richtbeeld, om actoren te enthousiasmeren en losse projecten te verbinden.
Vervolg:
Stuk voor stuk moeten deze projectvoorstellen nu verder worden uitgewerkt naar ontwerp, beheer, betaalbaarheid en andere haalbaarheidsaspecten, in samenwerking met deze drie partijen. De prioriteit gaat naar het uitvoerbaar maken van de korte termijn voorstellen en het verder onderzoeken van de middellange termijn projecten. Voor de slagkans van verschillende voorstellen is het tijdig afstemmen met andere planprocessen in de omgeving ook heel belangrijk.
De dienst samen leven/cel sociale planning en AG Stadsplanning kunnen hier een coördinerende rol opnemen en een heldere projectstructuur opzetten.
Zo is naast samenwerking met bedrijven en bewoners, ondermeer via de dienst samen leven/ woonomgeving/stedelijk wijkoverleg, ook een samenwerking met verschillende stedelijke diensten, zoals al opgezet in de brainstorms en ronde tafels, essentieel. Ondermeer de bedrijfseenheid samen leven met het programma stad in verandering en pleinontwikkeling, de bedrijfseenheid cultuur en sport met het cultuurcentrum Luchtbal, buurtsport en sportinfrastructuur, de bedrijfseenheid stadsontwikkeling met openbaar domein, vergunningen en ruimtelijk beleid, de bedrijfseenheid actieve stad met werk en economie, de bedrijfseenheid stedelijk onderwijs, het kabinet voor jeugd, wonen, samenlevingsopbouw, stedelijk wijkoverleg, en ontwikkelingssamenwerking en AG VESPA zijn betrokken in het vervolgproces.
Het college neemt kennis van het onderzoeksrapport ‘De luchtbal vaart: onderzoek naar een gemeenschappelijke investeringsstrategie in de wijk Luchtbal’.
Het college beslist om de verdere projectmatige uitwerking van de vier projectclusters 'groene loper, scholensleutel, Luchtbal centraal en Club noord' volgens de opgezette aanpak van samenwerking met bedrijven, overheid en bewoners goed te keuren.
Het college geeft de opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| AG STAN en SL/WO | om de vier projectclusters in samenwerking met de bedrijven, bewoners en verschillende betrokken diensten van de stad, KJ en Woonhaven voor de kortetermijnprojecten verder te concretiseren tot uitvoerbare projectvoorstellen |