Terug

2012_CBS_12195 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Javemat nv, Narvikstraat 1, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/556/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 30/11/2012 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roeland Gielen, plaatsvervangend stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Serge Muyters, waarnemend korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roeland Gielen, plaatsvervangend stadssecretaris
2012_CBS_12195 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Javemat nv, Narvikstraat 1, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/556/AVG - Goedkeuring 2012_CBS_12195 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Javemat nv, Narvikstraat 1, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/556/AVG - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Javemat nv - Narvikstraat 1, 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat nieuwe klasse 2 voor de stalling van machines en een onderhouds- en wasplaats.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Javemat nv, Narvikstraat 1, 2030 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2030 Antwerpen, Narvikstraat 1, de stalling van machines en onderhouds- en wasplaats te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2. en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden, licht – hoofdstuk 4.6.

Sectorale milieuvoorwaarden:

bedrijfsafvalwaters – afdeling 5.3.2 en bijlage 5.3.2;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen – hoofdstuk 5.15;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen – afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten – afdeling 5.16.5 en bijlage 5.16.1, bijlage 5.16.2;

opslag van gevaarlijke producten – algemene bepalingen – afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke producten – opslag van gevaarlijke vloeistoffen in bovengrondse houders – afdeling 5.17.3 en bijlage 5.17.2, bijlage 5.17.3, 5.17.4,5.17.7;

opslag van gevaarlijke producten – brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen – afdeling 5.17.5;

metalen – hoofdstuk 5.29.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

  • de mazout en (afval)olietanks ondergaan een keuring waarvan de keuringsverslagen aan het college overgemaakt worden voor 1 juni 2013 (p/a Uniek Loket Haven, dienst milieuvergunning, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen);
  • het regenwater afkomstig van het dak van het gebouw wordt opgevangen en hergebruikt voor het reinigen van de voertuigen;
  • conform subafdeling 6.2.2.4 (Vlarem II) moet de lozing van huishoudelijk afvalwater in het individueel te optimaliseren buitengebied gezuiverd worden door middel van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater, waarvan de capaciteit is afgestemd op het aangesloten inwonersequivalenten (IE).

Brandweervoorwaarden:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

  • Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC te worden aangebracht.
    Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaats waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de hogervermelde.
  • Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 per 150 m² (binnenruimte). Voor de oppervlakten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
    Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de hogervermelde.
  • Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht bij elk punt met verhoogd risico zoals bijvoorbeeld pompen, compressoren, lasposten, belangrijke electriciteitsborden, enzovoort… In de inrichting moeten in elk geval minstens 2 toestellen aanwezig zijn.
    Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de hogervermelde.
  • Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundige gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
    Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
    De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
    De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
    De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiodes, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 30 november 2012 en eindigt op 30 november 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.