De bedrijfseenheid stadsontwikkeling zal de nodige signalisatie aanbrengen. Er zijn dus geen rechtstreekse financiële gevolgen.
Volgens artikels 42§3 en 43§2 van het Gemeentedecreet is enkel de gemeenteraad bevoegd voor het vaststellen van de gemeentelijke reglementen.
De gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) waarbij de districtsbesturen bevoegd zijn tot het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
Op 16 februari 2009 (jaarnummer 324) keurde de gemeenteraad het aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Ringlaan in de districten Berchem en Wilrijk goed.
Op 21 augustus 2012 ontving het Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen (Parkeerbedrijf) de vraag van een bewoner van de Ringlaan om een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap in de nabijheid van zijn woning in te richten.
De te reglementeren openbare weg behoort tot het beheer van de stad.
Het Parkeerbedrijf stelt voor het aanvullend verkeersreglement als volgt aan te passen:
Onderzoek heeft uitgewezen dat de aanvrager aan de voorwaarden voldoet om een parkeerplaats voor personen met een handicap in te richten in de nabijheid van de woning.
De parkeerbalans blijft ongewijzigd.
Het college keurt goed om het aanvullend verkeersreglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Ringlaan in de districten Berchem en Wilrijk, gestemd in de zitting van 16 februari 2009 (jaarnummer 324) op te heffen en te vervangen door:
Artikel 1: de bestuurders rijdend op de rotonde, genieten voorrang op de bestuurders rijdend in alle daarop uitmondende openbare wegen.
De verkeersborden B1 en D5 worden aangebracht.
Artikel 2: het eenrichtingsverkeer wordt ingevoerd:
De verkeersborden C1 worden aangebracht.
Artikel 3: een verplicht fietspad, uitgezonderd voor de bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse B, wordt aangelegd:
De verkeersborden D7 met onderbord worden aangebracht.
Artikel 4: het parkeren wordt verboden:
Een gele onderbroken streep wordt op de trottoirband aangebracht.
Artikel 5: het parkeren wordt verboden:
De verkeersborden E1 worden aangebracht.
Artikel 6: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap:
tegenover het nummer 34 (een plaats);
ter hoogte van het nummer 78 (een plaats);
De verkeersborden E9a met onderbord worden aangebracht.
Artikel 7: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor taxi’s, langs een zijde van de dwarsverbinding ter hoogte van de Grotesteenweg (zijde Grotesteenweg, twee plaatsen).
De verkeersborden E9a met onderbord worden aangebracht.
Artikel 8: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik, minibussen en motorfietsen, in de aangelegde parkeervakken op de middenberm:
vanaf het nummer 8 tot de scheiding van de nummers 14/16;
vanaf nummer 22 tot de scheiding van de nummers 50/52;
vanaf nummer 19 tot de scheiding van de nummers 49/51;
vanaf nummer 3 tot het nummer 17.
De verkeersborden E9b worden aangebracht.
Artikel 9: de rijbaan wordt tussen nummer 16 en het nummer 8 verdeeld in rijstroken.
Artikel 10: de rijbaan wordt tussen het nummer 6 en de Grotesteenweg verdeeld in rijstroken.
Voorsorteringspijlen en een stopstreep worden gemarkeerd, langs de even zijde, voor de verkeerslichten aan het kruispunt met de Grotesteenweg.
Het verkeersbord F13 wordt aangebracht.
Artikel 11: een fietspad wordt gemarkeerd door twee evenwijdige witte onderbroken strepen:
van de Prins Boudewijnlaan tot de scheiding van de nummers 74/72;
van voor het nummer 66 tot de scheiding van de nummers 60/62;
van de Prins Boudewijnlaan tot de scheiding van de nummers 69/71;
van voor nummer 67 tot de scheiding van de nummers 59/61.
Artikel 12: een oversteekplaats voor voetgangers wordt gemarkeerd door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan:
Artikel 13: parkeervakken worden gemarkeerd door middel van witte markeringen, in de aangelegde parkeerzones op de middenberm:
vanaf het nummer 8 tot de scheiding van de nummers 14/16;
vanaf nummer 22 tot de scheiding van de nummers 50/52;
vanaf nummer 19 tot de scheiding van de nummers 49/51;
vanaf nummer 3 tot het nummer 17.
Artikel 14: parkeervakken worden gemarkeerd door middel van witte markeringen op de voorbehouden plaatsen voor personen met een handicap en het pictogram wordt op het wegdek aangebracht.
Artikel 15: parkeervakken worden gemarkeerd door middel van witte markeringen op de voorbehouden taxistaanplaatsen ter hoogte van de Grotesteenweg.
Artikel 16: parkeerzones worden gemarkeerd door middel van witte markeringen:
Artikel 17: de rijbaan wordt, langs de oneven zijde, tussen nummer 107 en de Prins Boudewijnlaan verdeeld in rijstroken.
Voorsorteringspijlen en een stopstreep worden gemarkeerd voor de verkeerslichten aan het kruispunt met de Prins Boudewijnlaan.
Een opstelvak voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen wordt gemarkeerd, langs de oneven zijde, ter hoogte van het kruispunt met de Prins Boudewijnlaan.
Het verkeersbord F14 wordt aangebracht.
Artikel 18: de bestaande verkeerssignalisatie blijft van kracht tot de bekendmaking van onderhavig reglement.
Het college beslist dit aanvullend reglement ter kennisgeving over te maken aan de Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Vlaamse Overheid.