Samenstelling
Aanwezig
Robert Voorhamme, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Luc Bungeneers, schepen;
Guy Lauwers, schepen;
Güler Turan, schepen;
Leen Verbist, schepen;
Roeland Gielen, plaatsvervangend stadssecretaris
Afwezig
Patrick Janssens, burgemeester;
Serge Muyters, waarnemend korpschef;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Secretaris
Roeland Gielen, plaatsvervangend stadssecretaris
2012_CBS_12203 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - VLS-Group Belgium nv, Kruisweg 11, 2040 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/551/AVG - Goedkeuring
Motivering
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanleiding en context
Aanvrager: VLS-Group Belgium nv - Kruisweg 2, 2040 Antwerpen. De aanvraag omvat een nieuwe klasse 2 voor de opslag van niet-gevaarlijke stoffen.
Argumentatie
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan VLS-Group Belgium nv, Kruisweg 2, 2040 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2040 Antwerpen, Kruisweg 11, magazijnen voor opslag niet-gevaarlijke producten te exploiteren.
Artikel 2
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:
Algemene voorwaarden:
|
algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
|
|
algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
|
|
algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2. en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;
|
|
algemene milieuvoorwaarden, licht – hoofdstuk 4.6.
|
Sectorale voorwaarden:
|
elektriciteit - hoofdstuk 5.12;
|
|
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen - hoofdstuk 5.15;
|
|
gassen - gemeenschappelijke bepalingen - afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;
|
|
gassen - koelinrichtingen / compressoren - afdeling 5.16.3;
|
|
hout - algemeen - afdeling 5.19.1;
|
|
kunststoffen – hoofdstuk 5.23;
|
|
doorvoeropslagplaatsen in zeehavengebieden – hoofdstuk 5.48.
|
Artikel 3
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:
Bijzondere milieuvoorwaarde:
- conform subafdeling 6.2.2.4 (Vlarem II) moet de lozing van huishoudelijk afvalwater in het individueel te optimaliseren buitengebied gezuiverd worden door middel van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater, waarvan de capaciteit is afgestemd op het aangesloten inwonersequivalenten (IE).
Brandweervoorwaarden:
- Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte).
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
- Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens het Koninklijk Besluit van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundige gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
- Minstens één bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dient voorzien.
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.
De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
Artikel 4
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 30 november 2012 en eindigt op 30 november 2032.
Artikel 5
Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.