Terug

2012_CBS_12200 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Gaspar Motors Antwerpen nv - Noorderlaan 32 - Ijzerlaan 3 - 2060 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/544/JW - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 30/11/2012 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roeland Gielen, plaatsvervangend stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Serge Muyters, waarnemend korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roeland Gielen, plaatsvervangend stadssecretaris
2012_CBS_12200 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Gaspar Motors Antwerpen nv - Noorderlaan 32 - Ijzerlaan 3 - 2060 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/544/JW - Goedkeuring 2012_CBS_12200 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Gaspar Motors Antwerpen nv - Noorderlaan 32 - Ijzerlaan 3 - 2060 Antwerpen. Dossiernummer AN2012/544/JW - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Gaspar Motors Antwerpen nv - Pierstraat 231 - 2550 Kontich. De aanvraag omvat het hernieuwen en het veranderen van de vergunning van een garage.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Gaspar Motors Antwerpen, Pierstraat 231, 2550 Kontich, voor de inrichting gelegen te Noorderlaan 32 – Ijzerlaan 3, 2060 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp het verder exploiteren en het veranderen van een garage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene voorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2, en 4.2.5.4

Sectorale voorwaarden:

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15

gassen – gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5

gassen – koelinrichtingen / compressoren

afdeling 5.16.3

gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten

afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2

gassen – industrieel vullen van verplaatsbare recipiënten en LPG-stations –algemene bepalingen

afdeling 5.16.4.1

gassen – industrieel vullen van verplaatsbare recipiënten en LPG-stations– verplaatsbare recipiënten

afdeling 5.16.4.2

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen

afdeling 5.17.5

metalen

hoofdstuk 5.29

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - Algemene bepalingen en Immissiecontroleprocedures

afdeling 5.43.1 + 5.43.4

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarde:

  • de gevaarlijke vloeistoffen in het magazijn worden op of in lekbakken geplaatst.

Brandweervoorwaarden:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

Snelblustoestellen van minstens een bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte).

Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Snelblustoestellen van minstens een bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. .

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Een bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 30 november 2012 en eindigt op 30 november 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.