Terug

2012_CBS_10542 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Algemene Bouw & Milieutechnieken nv, Amsterdamstraat 29-33, 2000 Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/523/AV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 12/10/2012 - 09:00 Digitaal
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_10542 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Algemene Bouw & Milieutechnieken nv, Amsterdamstraat 29-33, 2000 Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/523/AV - Kennisneming 2012_CBS_10542 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Algemene Bouw & Milieutechnieken nv, Amsterdamstraat 29-33, 2000 Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/523/AV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college beslist dat de exploitant volgende algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden - geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

winning van grondwater

hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  • de kaaimuren van het Kattendijkdok zijn een beschermd monument en dienen als zodanig gerespecteerd te worden. Men dient er dus rekening mee te houden dat:

              -          geen water langs het voorvlak van de kaaimuur mag stromen;

              -          geen onderdelen mogen vastgemaakt worden aan de kaaimuur.

  • omwille van de scheepvaart mogen er geen delen uitsteken uit het voorvlak van de kaaimuur.
    Indien er toch delen uitsteken dienen deze beschermd te worden door fendering of wrijfhouten.
  • de lozing mag geen invloed hebben op de dokbodem. Bij ontgrondingen van de dokbodem dient deze op eigen kosten hersteld te worden. 
  • voor de start van de werken wordt contact op genomen met de dienst Natte Infrastructuur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, contactpersoon is ingenieur Johan Bogaerts (telefoon 32 3 229 68 30 – fax 32 3 229 68 41). 
  • de waterslang gebruikt voor het transport van het water over de openbare weg mag de vlotte verkeersdoorstroming niet hinderen en mag niet lekken.

 

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.