Terug

2012_DCME_00042 - Modernisering Albertkanaal - Advies ontheffing opmaak project-MER - Goedkeuring

districtscollege Merksem
vr 09/11/2012 - 13:30 Districtshuis - districtscollegezaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Gilbert Verstraelen, voorzitter districtscollege; Koenraad De Cock, districtsschepen; Kris Janssens, districtsschepen; Frank Baeyens, districtsschepen; Sonja De Meyer, districtsschepen; Els Wittocx, districtssecretaris

Afwezig

Tom Huygen, plaatsvervangend districtssecretaris

Secretaris

Els Wittocx, districtssecretaris

Voorzitter

Gilbert Verstraelen, voorzitter districtscollege
2012_DCME_00042 - Modernisering Albertkanaal - Advies ontheffing opmaak project-MER - Goedkeuring 2012_DCME_00042 - Modernisering Albertkanaal - Advies ontheffing opmaak project-MER - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Datum-jaarnumer

Bestuursorgaan

Onderwerp:

1 oktober 2003 (jaarnummer 9619)

college van burgemeester en schepenen (CBS)

Economisch Netwerk Albertkanaal. Kennisname. Advies eindrapport

 

18 september 2006 (jaarnummer 1779)

gemeenteraad (GR)

Definitieve vaststelling strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen      (s-RSA)

29 januari 2007 (jaarnummer 188)

GR

Project Bruggen Albertkanaal. Open Oproep. Intentieovereenkomst met nv Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel. Goedkeuring

29 mei 2007 (jaarnummer 1152)

GR

Project Bruggen Albertkanaal. Samenwerkingsovereenkomst, projectdefinitie, bestek en ontwerp van overeenkomst

21 september 2007 (jaarnummer 12239)

CBS

Bruggen Albertkanaal. Betaling 5 laureaten. Gunning opdracht opstellen van Masterplan. Overeenkomst met  ontwerpteam

 

16 november 2007 (jaarnummer 15301)

CBS

Project-MER verbreding Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen. Kennisgevingsrapport. Advies. Goedkeuring

26 september 2008 (jaarnummer 11778)

CBS

Masterplan Bruggen Albertkanaal. Goedkeuring

7 november 2008 (jaarnummer 14045)

CBS

Plan-MER verbreding Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen. Kennisgevingsnota. Advies 

29 oktober 2010 (jaarnummer 13304)

CBS

Project ‘Herwaardering Albertkanaal’. Stadsafvaardiging. Goedkeuring

18 november 2011

provinciebestuur

Uitwerking gebiedsgerichte aanpak Albertkanaal. Brief

9 december 2011 (jaarnummer 16363)

CBS

Modernisering Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen. Aangepast ontheffingsdossier project-MER nv De Scheepvaart - Advies - Goedkeuring

23 januari 2012

provinciebestuur

Project ‘Herwaardering Albertkanaal’ startvergadering

20 september 2012

provinciebestuur

Project ‘Herwaardering Albertkanaal’ gunning opdracht tot opmaak kaderplan


NV De Scheepvaart diende op 24 december 2010 een gemotiveerd verzoek in tot ontheffing van de opmaak van een project-MER voor het project ‘Modernisering van het Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen’. Na een adviseringsronde en overlegmomenten tussen NV De Scheepvaart en dienst MER besliste de dienst MER dat de ontheffingsaanvraag diende aangepast te worden op basis van de ontvangen adviezen en de opmerkingen van de dienst MER.

Op 28 oktober 2011 werd een aangepaste ontheffingsaanvraag ingediend. Het college heeft deze aanvraag op 9 december 2011 voorwaardelijk gunstig geadviseerd, mits:

  1. alle uitspraken in verband met de Kop van Merksem en de Carettestraat afhankelijk gemaakt worden van het gebiedsgericht planproces dat het provinciebestuur heeft opgestart;
  2. er naar de bedrijven toe meer duidelijkheid over het project verschaft wordt;
  3. er rekening wordt gehouden met de werken aan de Bredabaan.

Het districtscollege van Merksem heeft per brief van 9 december 2011 een advies overgemaakt dat eveneens voorwaardelijk gunstig was mits het naleven van dezelfde voorwaarden. Bijkomend werd als voorwaarde gesteld dat de Vaartkaai na de verbreding opnieuw naast het kanaal komt te liggen in omstandigheden die het verkeer veilig laten doorstromen. Naar aanleiding van de adviezen en opmerkingen van de dienst MER werd om bijkomende aanpassingen gevraagd (brief van 23 december 2011 aan NV De Scheepvaart).

Op 2 februari 2012 werden, tijdens een terreinbezoek in de Carettestraat, door de NV De Scheepvaart 4 mogelijkheden van omlegging van de Vaartkaai voorgesteld. De dienst MER, het district Merksem en de stad Antwerpen waren eveneens aanwezig. Er werd geconcludeerd dat deze 4 varianten in het ontheffingsdocument ten opzichte van elkaar afgewogen dienen te worden voor de verschillende disciplines. Bij deze afweging dient rekening gehouden te worden met de huidige gewestplanbestemmingen en de intentie van NV De Scheepvaart om watergebonden bedrijvigheid aan te trekken, maar eveneens dient rekening gehouden te worden met het ontwikkelingsscenario, meer bepaald de visie van de stad Antwerpen zoals opgenomen in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen, met een mogelijke invulling van deze zone als gemengde zone voor wonen en verweefbare bedrijvigheid. Tevens dient bij de milderende maatregelen bekeken te worden of aanleg van een groenzone /bufferzone zich opdringt en welke zone hiervoor het meest geschikt is, dit zowel voor het basisproject (invulling met watergebonden bedrijvigheid) als voor het ontwikkelingsscenario. De dienst MER heeft in een addendum (van 1 juni 2012), horende bij de vraag tot aanpassing, gevraag om deze elementen in het ontheffingsdocument op te nemen.

Bij de totstandkoming van het addendum vroeg de dienst MER om verduidelijking van het standpunt van het district Merksem.  Het districtsbestuur stelde dat binnen haar visie enkel niet-watergebonden activiteiten aangewezen zijn gezien het gebrek aan voldoende ruimte voor overslag en stockage en de moeilijke verweefbaarheid met bewoning.

Op 15 oktober 2012 werd een aangepaste (derde versie) van ontheffingsaanvraag ingediend. De dienst MER dient binnen een termijn van 60 kalenderdagen een beslissing te nemen aangaande dit verzoek tot ontheffing. Op 22 oktober heeft het college via brief (VIP14 001-2012-068564) de vraag gekregen om een advies te bezorgen tegen ten laatste 23 november 2012. Op basis van de verkregen adviezen beslist de dienst MER autonoom of de vraag tot ontheffing al dan niet wordt ingewilligd.

Argumentatie

Dit advies bouwt verder op het advies dat door het college werd uitgebracht in zitting van 9 december 2011.

Het project om het Albertkanaal te moderniseren is een noodzakelijk project dat een betere modal split in het vrachtverkeer van en naar de haven mogelijk moet maken. In principe draagt het project dan ook de steun van de stad Antwerpen mee. De invloed van een project van deze omvang op de omgeving mag echter niet uit het oog verloren worden. Er werd dan ook reeds een plan-MER opgemaakt.

Het provinciebestuur van Antwerpen is gestart met een gebiedsgericht planproces ‘Herwaardering Albertkanaal: Deurne, Merksem, Schoten en Wijnegem’. In het ontheffingsdossier wordt echter reeds een belangrijke voorafname gedaan op dit planproces. In functie van de realisatie van watergebonden bedrijvigheid aan de Kop van Merksem wordt een afweging gemaakt van 4 alternatieven voor de verplaatsing van de parallelweg ten noorden van het Albertkanaal (3 van de 4 alternatieven betreffen een omleiding naar de Carettestraat). Er wordt bij deze afweging echter geen rekening gehouden met het ontwikkelingsscenario, meer bepaald de visie van de stad Antwerpen zoals opgenomen in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan, met een mogelijke invulling van deze zone als gemengde zone voor wonen en verweefbare bedrijvigheid. Dit was nochtans duidelijk gevraagd door de dienst MER in het addendum horende bij de vraag tot aanpassing. Voor de stad Antwerpen blijft de ontwikkeling van de Kop van Merksem eenzijdig tot watergebonden bedrijventerrein met inbegrip van het omleiden van de parallelweg niet wenselijk. Het blijft dan ook aangewezen om via het gebiedsgericht geïntegreerd planproces ‘Herwaardering Albertkanaal: Deurne, Merksem, Schoten en Wijnegem’ tot een gezamenlijke visie te evolueren.

Het aangepaste ontheffingsdossier is nog steeds onduidelijk over de impact op de bedrijven gelegen langs het Albertkanaal. De stad Antwerpen vraagt dan ook om, parallel en in overeenstemming met het gebiedsgericht planproces ‘Herwaardering Albertkanaal’, blijvend aandacht te hebben voor duidelijkheid naar de bedrijven omtrent het project.

De heraanleg van de Bredabaan is inmiddels gestart. Er wordt in het aangepaste ontheffingsdossier echter geen melding gemaakt van deze werken. Dit was nochtans duidelijk gevraagd door de dienst MER in de vraag tot aanpassing (23 december 2011).

Het aangepaste ontheffingsdossier werd aangevuld met een verduidelijking van de nodige/wenselijk breedte voor de langsinfrastructuur langs de nieuwe kaaimuur, waarbij men vertrekt van de beschikbare ruimte. Er wordt gesteld dat er op sommige plaatsen compromissen moeten worden gesloten waarbij elke infrastructuur (jaagpad, rijweg, fiets- en voetpad, leidingenzone, buffer- of groenzone) op zich minder ruimte krijgt. Voor de stad Antwerpen dient deze afweging te gebeuren vanuit het STOP-principe (Stappers-Trappers-Openbaar vervoer-Privé vervoer).

Het district Merksem is voorstander van de alternatieven 3 en 4 van het project-MER, gezien de kleinere impact op de nabijgelegen woonomgeving en wenst de aanleg van een volwaardig fietspad en de verwijdering van de bestaande spoorlijn. Bovendien stelt het district voor om de ruimte tussen de nieuwe Vaartweg en de huidige Carettestraat en de tijdelijke stelplaats van de Lijn ten noorden van de Vaartweg aan te leggen als groene buffer.

Met mail van 15 mei 2012 verzocht de dienst MER het districtscollege te preciseren of men voorkeur gaf aaninvulling van de vrijgekomen zone met al dan niet watergebonden industrie. Het districtscollege stelde dat enkel niet watergebonden activiteiten aanwgewezen zijn, onder andere omdat er te weinig ruimte is voor stockage en overslag en omdat verweefbaarheid met bewoning niet wenselijk is.

Aangezien er weinig tot geen rekening werd gehouden met het advies en de opmerkingen van de stad Antwerpen en het district Merksem (zitting van 9 december 2011 en de zitting van het districtscollege van 16 december 2011) adviseert het district Merksem opnieuw voorwaardelijk gunstig op de voorliggende vraag tot ontheffing mits:

  1. uitspraken in verband met de Kop van Merksem en de Carettestraat afhankelijk gemaakt worden van het gebiedsgericht planproces ‘Herwaardering Albertkanaal’ dat door het provinciebestuur werd opgestart;
  2. er naar de bedrijven meer duidelijkheid over het project wordt verschaft;
  3. er rekening gehouden wordt met de heraanleg van de Bredabaan.
  4. de breedte van de langsinfrastructuren wordt bepaald op basis van het STOP-principe
  5. er geen watergebonden-activiteiten  worden voorzien
  6. voor de heraanleg van de Vaartweg geopteerd wordt voor scenario 3 of 4 met een volwaardig fietspad langs het kanaal en het verwijderen van de spoorweglijn

Besluit

Het districtscollege Merksem keurt eenparig het volgende besluit goed.

Het districtscollege merksem beslist:

Artikel 1

Het districtscollege adviseert voorwaardelijk gunstig op voorliggende vraag tot ontheffing mits:

  1. uitspraken in verband met de Kop van Merksem en de Carettestraat afhankelijk gemaakt worden van het gebiedsgericht planproces ‘Herwaardering Albertkanaal’ dat door het provinciebestuur werd opgestart;
  2. er naar de bedrijven meer duidelijkheid over het project wordt verschaft;
  3. er rekening gehouden wordt met de heraanleg van de Bredabaan.
  4. de breedte van de langsinfrastructuren wordt bepaald op basis van het STOP-principe
  5. er geen watergebonden activiteiten  worden voorzien

  6. voor de heraanleg van de Vaartweg geopteerd wordt voor scenario 3 of 4 met een volwaardig fietspad langs het kanaal en het verwijderen van de spoorweglijn

Artikel 2

Het districtscollege maakt dit advies ter kennisgeving over aan de districtsraad.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 4

Opdracht Dienst
Stedelijk college in kennis stellen van het districtsadvies Districtssecretaris