Op donderdag 10 januari deelde Staatssecretaris voor de Regie voor Gebouwen, Servais Verherstraeten mee dat hij de beslissing, genomen in de Ministerraad van 20 juli 2012, over de inplanting van een nieuw arresthuis in de voormalige rijkswachtkazerne in Wilrijk van tafel veegt. Dit gebeurde klaarblijkelijk in overleg met het huidige Antwerpse college. Als argumenten voor deze ommezwaai werden naar voor geschoven: de afstand tot het justitiepaleis en klachten van de omwonenden die o.m. vreesden voor onteigeningen.
Deze beslissing van de Staatssecretaris en dus van het stadsbestuur is merkwaardig te noemen om verschillende redenen.
Ten eerste kwam het besluit over de inplanting in Wilrijk destijds tot stand na intensief overleg tussen de kabinetten van Ministers Milquet en Turtelboom en Staatssecretaris Verherstraeten enerzijds, en het stadsbestuur anderzijds, dat resulteerde in een ontwerpprotocol, waarin overigens ook afspraken werden gemaakt over de inplanting van twee bijkomende brandweerkazernes in Wilrijk en Berchem, de huisvesting van een nieuwe centrale aanmeldingskamer in Berchem, evenals de gezamenlijke huisvesting van de federale en lokale recherche. Dit ontwerpprotocol zou het mogelijk maken om snel vooruitgang te boeken in enkele aanslepende dossiers, die belangrijk zijn voor zowel de federale overheid als voor onze stad. Eindelijk zou komaf gemaakt worden met het verouderde en overbevolkte arresthuis in de Begijnenstraat. Samen met de bouw van een aparte instelling voor geïnterneerden op de linkeroever vormt dit een essentiële schakel in het globale plan voor gevangenisinfrastrucuur van de federale overheid, waarop ook onze Gemeenteraad meerdere malen heeft op aangedrongen. Voor de stad is het bovendien belangrijk dat de site aan de Begijnenstraat vrij snel zou kunnen herontwikkeld worden, zoals ook met het militair hospitaal is gebeurd. Dit werd overigens ook weerhouden als een prioriteit in het nieuwe bestuursakkoord. Het opblazen van een van de elementen uit het ontwerpprotocol en de ministeriële beslissing bedreigt mogelijk het geheel van al deze dossiers.
Ten tweede is er aan de context van toen eigenlijk niets veranderd. Het was weliswaar geen gemakkelijke beslissing, maar dat zal het nooit zijn. VLD en CD&V in het toenmalige stadsbestuur en ook bij monde van o.m. Annemie Turtelboom en Servais Verherstraeten waren het toen volmondig eens. Wat nieuw is is natuurlijk dat nu NVA de leiding heeft in het nieuwe stadsbestuur. Maar ook niemand minder dan mevrouw Turtelboom maakt deel uit van die nieuwe meerderheid. Hebben Verherstraeten en Turtelboom destijds lichtzinnig geoordeeld of zijn er nieuwe elementen opgedoken, andere dan de NVA die hierover campagne voerde ? Vast staat dat nergens in het ontwerpprotocol sprake was van onteigeningen, zoals nu wordt gesuggereerd. Integendeel er zou meer aandacht gaan naar meer groen en zelfs sportterreinen voor de omwonenden.
Ten derde zou men kunnen verwachten dat er een voldragen alternatief voor handen is, dat beter is dan de locatie in Wilrijk. Zo niet lijkt het veeleer om een propagandastunt te gaan dan om behoorlijk bestuur. In de pers wordt gewag gemaakt van een locatie ergens op het Zuid, in de buurt van het Vlinderpaleis. Maar alles wijst er op dat men nog niet precies weet waar. Het is dan ook stuitend dat Schepen van ruimtelijke ordening alle pistes die in de pers werden overlopen afdoet als louter speculatie. De normale gang van zaken zou zijn dat men een akkoord heeft over zo'n alternatieve locatie alvorens terug te komen op een genomen beslissing. Quod non.
Want, ten vierde, veel,alternatieven zijn er niet. Het is bovendien wishful thinking om er van uit te gaan dat er tegenover alternatieve locaties geen tegenkantingen zouden zijn. Het is zelfs meer dan waarschijnlijk dat met een nieuwe beslissing het dossier op de langere baan geschoven wordt en dat het globale kostenplaatje zal stijgen. Wie wordt daar beter van ? Veeleer wordt een hypotheek gelegd op broodnodig federaal en stadsbeleid. Het is hier al door anderen gezegd maar terugkomen op beslist beleid zonder uitgewerkt alternatief leidt niet tot daadkrachtig bestuur.
Vandaar mijn vragen aan dit stadsbestuur en aan U mijnheer de Burgemeester: