Terug

2013_CBS_00556 - Fiscale bezwaren - Organisatie fiscale hoorzitting - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 25/01/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_00556 - Fiscale bezwaren - Organisatie fiscale hoorzitting - Goedkeuring 2013_CBS_00556 - Fiscale bezwaren - Organisatie fiscale hoorzitting - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Aanleiding en context

Overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 kan een belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger tegen een aanslag, een belastingsverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het het college.
Het college handelt in deze procedure als administratieve overheid.

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan in zijn bezwaarschrift vragen om gehoord te worden. Indien dit gevraagd wordt, is het wettelijk verplicht om de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger ten minste 15 kalenderdagen voor de dag waarop de hoorzitting zal plaatsvinden uit te nodigen.

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan gehoord worden door:
- het college;
- een lid van het college;
- een door het college speciaal aangesteld personeelslid.
 
Bij collegebesluit van 6 maart 2009 (jaarnummer 2867) werd beslist dat de hoorzitting zal plaatsvinden onder het voorzitterschap van de toenmalige schepen van Financiën, de heer Luc Bungeneers, bijgestaan door de stadssecretaris, de heer Roel Verhaert, en een afvaardiging van de administratie.

Op deze procedure bestaat thans één uitzondering, met name de fiscale hoorzitting in het kader van de belasting op het ophalen door de gemeente van niet reglementair aangeboden huishoudelijk afval. Het college heeft op 10 december 2010 (jaarnummer 15276) besloten om deze hoorzitting volledig te delegeren aan de administratie zodat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger tijdens éénzelfde hoorzitting gehoord kan worden voor zijn verweer inzake de opgelegde gemeentelijke administratieve geldboete en inzake de opgelegde gemeentelijke belasting.

Gelet op het feit dat er sinds 2 januari 2013 een nieuw stadsbestuur is en een nieuwe schepen voor Financiën, namelijk de heer Koen Kennis, bestaat de noodzaak om de organisatie van de hoorzitting te herbekijken.

Argumentatie

Het college is, overeenkomstig artikel 9§5 van het decreet van 30 mei 2008, bevoegd voor het nemen van een beslissing met betrekking tot ingediende bezwaarschriften. Indien dit gevraagd wordt door de belastingschuldige moet een hoorzitting georganiseerd worden. Er zijn meerdere opties om de hoorzitting te organiseren. Zo kan de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger gehoord worden door het voltallige college, door een lid van het college of door een aangesteld lid van de administratie. De tijdens de fiscale hoorzitting ingenomen standpunten worden, overeenkomstig artikel 9§5 van het decreet van 30 mei 2008, ter bevestiging voorgelegd aan het voltallige college.

Bij het nemen van een beslissing met betrekking tot de organisatie van de hoorzitting dient rekening te worden gehouden met een aantal elementen.

Om de belastingschuldige niet nodeloos lang te laten wachten vooraleer hij gehoord wordt, wordt er naar gestreefd om de hoorzitting minstens maandelijks te organiseren.
Hierdoor wordt eveneens vermeden dat de wettelijke termijn van 6 maanden om een beslissing te nemen wordt overschreven, indien er bijvoorbeeld naar aanleiding van de uiteenzetting tijdens de hoorzitting bijkomend onderzoek moet uitgevoerd worden.

Uit de praktijk blijkt dat de aanwezigheid van een collegelid verschillende voordelen met zich meebrengt.
Door de aanwezigheid van een collegelid wordt de fiscale hoorzitting een moment waarop het stadsbestuur en de burgers/ondernemingen rechtstreeks met elkaar in contact treden. De aanwezigheid van een collegelid draagt bovendien bij tot het gevoel van de belastingschuldigen of hun vertegenwoordigers dat ze effectief gehoord werden.

De belastingschuldigen komen regelmatig persoonlijk, en dus zonder bijstand van een advocaat, hun zaak bepleiten. De aanwezigheid van het voltallige college kan een overweldigende indruk nalaten op de belastingschuldige die gewoon zijn verhaal wenst te vertellen.
Voor het voltallige college is een maandelijkse hoorzitting, die ongeveer een halve dag in beslag neemt, een grote tijdsinvestering die soms tot agendaproblemen kan leiden.

Gelet op dit alles is het aangewezen om de fiscale hoorzitting maandelijks te laten plaatsvinden onder het voorzitterschap van de schepen van Financiën, Koen Kennis, bijgestaan door de stadsssecretaris, Roel Verhaert, en een afvaardiging van de administratie.

Het is aangewezen dat de uitzondering voor de fiscale hoorzitting in het kader van de belasting op het ophalen door de gemeente van niet reglementair aangeboden huishoudelijk afval, zoals voorzien in het collegebesluit van 10 december 2010 (jaarnummer 15276), blijft behouden.

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De omzendbrief van 10 juni 2011, met refertenummer BB 2011/01,  van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur - Afdeling Lokale en Provinciale Besturen - betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist dat de fiscale hoorzitting bij benadering maandelijks zal plaatsvinden onder het voorzitterschap van de heer Koen Kennis, schepen voor financiën, mobiliteit, toerisme, binnengemeentelijke decentralisatie en middenstand, bijgestaan door de stadssecretaris, Roel Verhaert, en een afvaardiging van de administratie.

Artikel 2

Het college beslist dat de uitzondering voor de fiscale hoorzitting in het kader van de belasting op het ophalen door de gemeente van niet reglementair aangeboden huishoudelijk afval, zoals voorzien in het collegebesluit van 10 december 2010 (jaarnummer 15276), blijft behouden.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.