In het kader van de strategische doelstellingen werden tal van indicatoren vastgelegd om de acties die door de stadsdiensten worden ondernomen op te volgen en te bewaken. Deze indicatoren nemen deels de vorm aan van feitelijke 'harde' cijfers die door de diensten zelf geregistreerd kunnen worden. De studiedienst stadsobservatie ontsluit interne en externe gegevens waarover gerapporteerd wordt en die uitgebreid online gepubliceerd worden op www.antwerpen.buurtmonitor.be.
Voor beleidsdomeinen zoals onderwijs en werkgelegenheid zijn er reeds tal van gegevens voorhanden, zodat vragen naar bijkomende informatie daar minder nodig zijn. We hoeven bijvoorbeeld geen enquête meer af te nemen om het aantal werklozen te kennen of de schoolachterstand van leerlingen in Antwerpse scholen.
Naast deze 'harde' cijfers zijn er indicatoren gedefinieerd als 'zachte' cijfers. Het betreft hier kennis, meningen of gedrag die we niet via registraties kunnen achterhalen, maar waarvoor we de doelgroep zelf moeten bevragen, zoals bijvoorbeeld de tevredenheid over het aanbod aan sportvoorzieningen of de mening over properheid van de stad. Onderzoek is nodig om inzichten te verwerven in de behoeften en noden van Antwerpenaren om hierop beleidsmatig te kunnen inspelen.
Sinds de oprichting van de cel marktonderzoek medio 2007 en de beslissing van het management op 19 juni 2008 om alle onderzoeksvragen via deze cel te laten passeren, kwamen we tot de vaststelling dat er zeer veel vraag is naar stadsbreed onderzoek van 'zachte' indicatoren. Deze vraag komt in grote mate van beleidsdomeinen zoals sport en cultuurparticipatie, waarvoor niet steeds harde cijfers geregistreerd worden of waarvan registraties partieel en/of onvolledig zijn. Het gaat telkens over onderzoeken die uitgezet moesten worden naar een steekproef van inwoners van de stad Antwerpen en waarvoor de capaciteit noch budgetten voorhanden waren, waardoor geen onderzoek kon worden uitgevoerd.
Bovendien is er ook de behoefte om na te gaan hoe bepaalde indicatoren zich na verloop van tijd ontwikkelen en wat de impact van bepaalde acties hierop is. Op basis van de specifieke onderzoeken die in het verleden reeds gebeurden, kan dit niet. Enerzijds omdat de tijdspannes tussen verschillende metingen te groot zijn, en trendbreuken daarom moeilijk te identificeren zijn. Anderzijds omdat kleine verschillen in vraagstelling of methodologie elke vergelijking onmogelijk maken.
Om op deze vragen een antwoord te kunnen bieden, ontwikkelde de cel marktonderzoek samen met de studiedienst stadsobservatie een nieuw concept voor onderzoek: de Antwerpse monitor. Op 17 juni 2009 keurde het college deze nieuwe onderzoeksmethode goed.
Voor de tweede keer sinds het opstarten van de Antwerpse monitor werd een jaarrapport opgemaakt. De generieke resultaten worden in dit jaaroverzicht opgenomen.
Het college neemt kennis van de publicatie van het jaarrapport Antwerpse monitor 2011.