Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Acerta cvba - Heizel Esplanade PB 65 - 1020 Brussel. De aanvraag omvat de exploitatie van een kantoorgebouw.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Acerta cvba, Heizel Esplanade PB 65, 1020 Brussel, voor de inrichting gelegen Groenenborgerlaan 16, 2610 Wilrijk-Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een kantoorgebouw.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
Algemene voorwaarden
|
V01 |
algemene milieuvoorwaarden – algemeen hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
V02 |
algemene milieuvoorwaarden – geluid hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
V05 |
algemene milieuvoorwaarden – lucht hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10; |
|
V03 |
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2, en 4.2.5.4; |
|
V109 |
algemene milieuvoorwaarden – licht hoofdstuk 4.6. |
Sectorale voorwaarden
|
V35 |
elektriciteit Hoofdstuk 5.12; |
|
V38 |
gassen – gemeenschappelijke bepalingen afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5; |
|
V40 |
gassen – koelinrichtingen / compressoren afdeling 5.16.3; |
|
V46A |
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1; |
|
V46C |
opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7; |
|
V69 |
motoren met inwendige verbranding hoofdstuk 5.31. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:
Brandweervoorwaarden:
B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC te worden aangebracht.
Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaats waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
S23
Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 per 150 m² (binnenruimte) en tevens bij elk punt met verhoogd risico zoals bijvoorbeeld pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz… In de inrichting moeten in elk geval minstens 2 toestellen aanwezig zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
S9
Een snelblustoestel van 5 kg CO2 dient aangebracht aan de hoogspanningscabine.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 6 juli 2012 en eindigt op 6 juli 2032.