Op 8 mei 2009 keurde het Vlaams Parlement het decreet betreffende de vaststelling en realisatie van de rooilijnen goed. In dit decreet werd bij de herziening een versoepeling opgenomen die specifiek betrekking heeft op het plaatsen van buitengevelisolatie voorbij de rooilijn. Voor de herziening van het decreet moest men voor dergelijke werken eerst een aanpassing van het rooilijnplan aanvragen. Dit was een omslachtige procedure. Het gewijzigde decreet stelt dat het voldoende is om een stedenbouwkundige vergunning te bekomen voor het uitvoeren van isolatiewerken aan de buitenzijde van de voorgevel. Er kan een stedenbouwkundige aanvraag met eenvoudige dossiersamenstelling worden ingediend voor een overschrijding van de rooilijn van maximaal 14cm.
Daarnaast voert de stad Antwerpen een ambitieus beleid op vlak van klimaat en heeft het zich als doel gesteld om tegen 2020 20% CO2 te besparen en om tegen 2050 CO2-neutraal te zijn. Op vlak van energiebesparing en de daarbij gepaarde CO2-reductie biedt het bestaand patrimonium een aanzienlijk potentieel. In een stedelijke context zoals deze van Antwerpen is dit potentieel nog hoger gezien het grote aandeel bestaande en oudere gebouwen. Daarom wil de stad Antwerpen zoveel mogelijk inwoners aanzetten om energiebesparende maatregelen uit te voeren.
Door de aanpassing van het decreet en het stijgende bewustzijn bij de bouwheren is het aantal aanvragen voor een stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot buitengevelisolatie sterk toegenomen.
Vandaag bestaat er echter binnen de stad Antwerpen geen beleidskader dat toelaat vanuit een specifieke visie de vergunningsaanvragen betreffende buitengevelisolatie te beoordelen. Bovendien kan een aanvrager terecht bij verschillende stedelijke diensten voor advies. Zo zijn er de Ecohuisdokters, de architecten van de dienst stedenbouwkundige vergunningen, de medewerkers van de woonkantoren en architecten van de dienst monumentenzorg waardoor een eenduidig beleid hieromtrent zich opdringt.
Naar aanleiding hiervan heeft het team stadsbouwmeester samen met de belanghebbende partijen (zie ook punt ‘partners’) een afwegingskader opgemaakt dat nu voorligt ter goedkeuring. Dit afwegingskader zal na goedkeuring verfijnd worden op basis van onderzoek en jurisprudentie. Het volledige afwegingskader is opgenomen in bijlage en kan samengevat worden als volgt:
Afwegingskader:
Er bestaat geen pasklaar antwoord op de vergunbaarheid van buitengevelisolatie dat eenvoudig is vast te leggen in een strikte toepassingsmogelijkheid of regelgeving. Verschillende factoren hebben een invloed hierop waardoor deze zijn voorgesteld in een flexibel en interpreteerbaar afwegingskader. Het afwegingskader zal dus geen uniform antwoord opleveren maar zorgt wel voor een uniforme methode van beoordeling van de aanvragen voor buitengevelisolatie.
Het afwegingskader vertrekt vanuit twee basismotieven. Een eerste motief is de idee dat er een maximale bijdrage wordt geleverd aan de stedelijke klimaatambities waarbij er wordt getracht om buitengevelisolatie zoveel als mogelijk toe te laten. Een tweede motief is aanvullend hieraan en tracht een eventuele architecturale vervlakking van de stad als gevolg van deze acties in banen te leiden. Bij de beschrijving van de verschillende afwegingscriteria wordt er vertrokken van de gevallen waar buitengevelisolatie niet mogelijk is omdat deze gevallen eenduidig te omschrijven zijn.
Bij het toepassen van het afwegingskader is de volgorde voor het doorlopen van de volgende stappen van belang.
1) Inpalming van het openbaar domein
Een aanvraag is pas overweegbaar wanneer de breedte van de straat en het voetpad dit toelaat. Wanneer het gebouw rechtstreeks aansluit op het openbaar domein (voetpad), moet er een obstakelvrije ruimte van minimaal 1m50 (en wenselijk 1m80) gerealiseerd worden voor voetgangersverkeer. De hoogte van de obstakelvrije ruimte is 2m60. Hiervan kan enkel gemotiveerd worden afgeweken.
2) Beeldbepalend karakter
Indien bovenstaande bepaling gunstig is bevonden, wordt het beeldbepalend karakter van een gebouw afgewogen. Dit gebeurt vanuit twee invalshoeken: ten eerste de context waarin het gebouw gelegen is, ten tweede door het gebouw als object op zich te beoordelen.
2) a) beeldbepalend door context:
Er zijn drie categorieën te onderscheiden voor het afwegingscriterium ‘context’:
De criteria zijn opgebouwd vanuit de bestaande regelgeving en bepalen gebieden waar het toepassen van buitengevelisolatie niet mogelijk is of enkel wanneer het beeldbepalend karakter na de werken behouden blijft. Voor de andere gebieden wordt er beoordeeld naar eenheidsbebouwing, heterogene of homogene bebouwing. Een verdere verfijning zal gebeuren door jurisprudentie.
2) b) beeldbepalend als object:
Ook voor het afwegingscriterium object zijn er drie categorieën te onderscheiden.
3) Energetische performantie
Wanneer er na het doorlopen van de eerste twee stappen niet eenduidig bepaald is of buitengevelisolatie al dan niet kan toegepast worden, wordt de energetische performantie in afweging genomen.
De energetische performantie beoordeelt of de ingreep die de stedenbouwkundige aanvraag voorstelt, op het vlak van energiebesparing voldoende performant is. Hierdoor wordt enerzijds de doorgedreven renovatie en integrale aanpak gestimuleerd en anderzijds wordt er vermeden dat er ruimtelijke kwaliteit, leefkwaliteit of bouwfysische kwaliteit opgegeven wordt tegenover een beperkte winst op energetisch vlak.
Volgende aspecten moeten in overweging genomen worden:
Enkel in twijfelgevallen of bij onduidelijkheden kan er gevraagd worden een energieprestatiecertificaat voor te leggen waarin de voorgestelde energiebesparende maatregelen specifiek worden vermeld.
Aandachtspunten bij gunstig advies
Wanneer buitengevelisolatie mogelijk is, zijn er aandachtspunten voor een verdere behandeling van de stedenbouwkundige aanvraag. De aandachtspunten kunnen gehanteerd worden als een checklist voor de verdere beoordeling van de aanvraag.
Partners in de opmaak van het afwegingskader:
Voor de opmaak van het afwegingskader zijn er diverse workshops geweest met verschillende stedelijke diensten (stedenbouwkundige vergunningen, EMA, monumentenzorg, patrimoniumonderhoud) en is er een benchmarking uitgevoerd bij andere Vlaamse steden (Gent, Lier, Mechelen en Kortrijk). De informatie die hieruit naar voren gekomen is, heeft de keuze voor de opmaak van een afwegingskader bepaald in nauw overleg.
Vervolgtraject
Het afwegingskader zoals het hier voorligt, is de basisstructuur. In het vervolgtraject is een verdere opvolging en verfijning voorzien.
Het college keurt het afwegingskader voor stedenbouwkunidge aanvragen met betrekking tot buitengevelisolatie goed.
Het college geeft de opdracht aan:
|
Dienst |
Taak |
|
SW/SBM
|
Uitschrijven van een studie die de performantie van de energierenovatie voor een frequent voorkomend aantal types van gebouwen toetst. Met specifieke aandacht voor behoud van bestaande detaillering (arduin dorpels, arrière corps, penanten, …), de effectiviteit van langs binnen versus langs buiten isoleren en de invloed van de dikte van de bestaande constructie. De resultaten van deze studie zullen het afwegingskader verfijnen. |
|
SW/SBM (ism SW/V, SW/EMA/EHA en SW/OE/M) |
De verdere verfijning van het afwegingskader door jurisprudentie |
|
SW/V (ism SW/SBM) |
Aanmaken van een inventarislijst die een overzicht geeft van de vergunningsaanvragen met betrekking tot buitengevelisolatie. Deze lijst zal systematisch worden aangevuld. |
|
SW/SBM (ism SW/V en SW/EMA/EHA) |
Uitwerken van communicatietraject (bv een folder, voorbeeld vergunningsaanvraag) voor de burgers met meer informatie over de detaillering die wordt gevraagd bij de vergunningsaanvraag. |