Terug

2012_CBS_06831 - Buitengevelisolatie - Afwegingskader aanvragen buitengevelisolatie - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/07/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Roeland Gielen, plaatsvervangend stadssecretaris

Afwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Philip Heylen, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris
2012_CBS_06831 - Buitengevelisolatie - Afwegingskader aanvragen buitengevelisolatie - Goedkeuring 2012_CBS_06831 - Buitengevelisolatie - Afwegingskader aanvragen buitengevelisolatie - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Op 8 mei 2009 keurde het Vlaams Parlement het decreet betreffende de vaststelling en realisatie van de rooilijnen goed. In dit decreet werd bij de herziening een versoepeling opgenomen die specifiek betrekking heeft op het plaatsen van buitengevelisolatie voorbij de rooilijn. Voor de herziening van het decreet moest men voor dergelijke werken eerst een aanpassing van het rooilijnplan aanvragen. Dit was een omslachtige procedure. Het gewijzigde decreet stelt dat het voldoende is om een stedenbouwkundige vergunning te bekomen voor het uitvoeren van isolatiewerken aan de buitenzijde van de voorgevel. Er kan een stedenbouwkundige aanvraag met eenvoudige dossiersamenstelling worden ingediend voor een overschrijding van de rooilijn van maximaal 14cm.

Daarnaast voert de stad Antwerpen een ambitieus beleid op vlak van klimaat en heeft het zich als doel gesteld om tegen 2020 20% CO2 te besparen en om tegen 2050 CO2-neutraal te zijn. Op vlak van energiebesparing en de daarbij gepaarde CO2-reductie biedt het bestaand patrimonium een aanzienlijk potentieel. In een stedelijke context zoals deze van Antwerpen is dit potentieel nog hoger gezien het grote aandeel bestaande en oudere gebouwen. Daarom wil de stad Antwerpen zoveel mogelijk inwoners aanzetten om energiebesparende maatregelen uit te voeren.

Door de aanpassing van het decreet en het stijgende bewustzijn bij de bouwheren is het aantal aanvragen voor een stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot buitengevelisolatie sterk toegenomen.

Vandaag bestaat er echter binnen de stad Antwerpen geen beleidskader dat toelaat vanuit een specifieke visie de vergunningsaanvragen betreffende buitengevelisolatie te beoordelen. Bovendien kan een aanvrager terecht bij verschillende stedelijke diensten voor advies. Zo zijn er de Ecohuisdokters, de architecten van de dienst stedenbouwkundige vergunningen, de medewerkers van de woonkantoren en architecten van de dienst monumentenzorg waardoor een eenduidig beleid hieromtrent zich opdringt.

Argumentatie

Naar aanleiding hiervan heeft het team stadsbouwmeester samen met de belanghebbende partijen (zie ook punt ‘partners’) een afwegingskader opgemaakt dat nu voorligt ter goedkeuring. Dit afwegingskader zal na goedkeuring verfijnd worden op basis van onderzoek en jurisprudentie. Het volledige afwegingskader is opgenomen in bijlage en kan samengevat worden als volgt:

Afwegingskader:

Er bestaat geen pasklaar antwoord op de vergunbaarheid van buitengevelisolatie dat eenvoudig is vast te leggen in een strikte toepassingsmogelijkheid of regelgeving. Verschillende factoren hebben een invloed hierop waardoor deze zijn voorgesteld in een flexibel en interpreteerbaar afwegingskader. Het afwegingskader zal dus geen uniform antwoord opleveren maar zorgt wel voor een uniforme methode van beoordeling van de aanvragen voor buitengevelisolatie.

Het afwegingskader vertrekt vanuit twee basismotieven. Een eerste motief is de idee dat er een maximale bijdrage wordt geleverd aan de stedelijke klimaatambities waarbij er wordt getracht om buitengevelisolatie zoveel als mogelijk toe te laten. Een tweede motief is aanvullend hieraan en tracht een eventuele architecturale vervlakking van de stad als gevolg van deze acties in banen te leiden. Bij de beschrijving van de verschillende afwegingscriteria wordt er vertrokken van de gevallen waar buitengevelisolatie niet mogelijk is omdat deze gevallen eenduidig te omschrijven zijn.

Bij het toepassen van het afwegingskader is de volgorde voor het doorlopen van de volgende stappen van belang.

1)     Inpalming van het openbaar domein

Een aanvraag is pas overweegbaar wanneer de breedte van de straat en het voetpad dit toelaat. Wanneer het gebouw rechtstreeks aansluit op het openbaar domein (voetpad), moet er een obstakelvrije ruimte van minimaal 1m50 (en wenselijk 1m80) gerealiseerd worden voor voetgangersverkeer. De hoogte van de obstakelvrije ruimte is 2m60. Hiervan kan enkel gemotiveerd worden afgeweken.

2)     Beeldbepalend karakter

Indien bovenstaande bepaling gunstig is bevonden, wordt het beeldbepalend karakter van een gebouw afgewogen. Dit gebeurt vanuit twee invalshoeken: ten eerste de context waarin het gebouw gelegen is, ten tweede door het gebouw als object op zich te beoordelen.

2) a) beeldbepalend door context:

Er zijn drie categorieën te onderscheiden voor het afwegingscriterium ‘context’:

  1. een context die juridisch beschermd is (voorlopig of definitief beschermde stads –en dorpsgezichten, landschappen en erfgoedlandschappen): er wordt advies gevraagd aan de bevoegde instanties;
  2. een woongebied met culturele, historische en esthetische waarde (CHE- gebied): er geldt wenselijkheid van behoud;
  3. de gebouwen die niet juridisch beschermd zijn of geen onderdeel uitmaken van CHE-gebied: deze gebouwen worden getoetst aan de harmonieregel.

De criteria zijn opgebouwd vanuit de bestaande regelgeving en bepalen gebieden waar het toepassen van buitengevelisolatie niet mogelijk is of enkel wanneer het beeldbepalend karakter na de werken behouden blijft. Voor de andere gebieden wordt er beoordeeld naar eenheidsbebouwing, heterogene of homogene bebouwing. Een verdere verfijning zal gebeuren door jurisprudentie.

2) b) beeldbepalend als object:

  Ook voor het afwegingscriterium object zijn er drie categorieën te onderscheiden.

  1. de panden die juridisch beschermd zijn (voorlopig of definitief beschermde monumenten en gebouwen of constructies opgenomen in de vastgestelde ‘Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed’): er wordt advies gevraagd aan de bevoegde instanties
  2. de gebouwen die beeldbepalend zijn omdat ze een grotere korrelmaat hebben dan de omliggende bebouwing, een andere specifieke functie hebben of een prominente positie innemen in de omgeving: er wordt een welstandsadvies gevraagd zoals voorzien in de Bouwcode.
  3. de gebouwen die specifieke architecturale gevelelementen bevatten op het vlak van volumetrie (onder meer erkers), decoratie (onder meer metselwerkverbanden), geleding, enz.: de overeenkomstige bepalingen in de Bouwcode worden gevolgd.

3)     Energetische performantie

Wanneer er na het doorlopen van de eerste twee stappen niet eenduidig bepaald is of buitengevelisolatie al dan niet kan toegepast worden, wordt de energetische performantie in afweging genomen.

De energetische performantie beoordeelt of de ingreep die de stedenbouwkundige aanvraag voorstelt, op het vlak van energiebesparing voldoende performant is. Hierdoor wordt enerzijds de doorgedreven renovatie en integrale aanpak gestimuleerd en anderzijds wordt er vermeden dat er ruimtelijke kwaliteit, leefkwaliteit of bouwfysische kwaliteit opgegeven wordt tegenover een beperkte winst op energetisch vlak.

Volgende aspecten moeten in overweging genomen worden:

  • dakisolatie;
  • dubbele beglazing;
  • isoleren van de achtergevel en (eventuele) zijgevels.

Enkel in twijfelgevallen of bij onduidelijkheden kan er gevraagd worden een energieprestatiecertificaat voor te leggen waarin de voorgestelde energiebesparende maatregelen specifiek worden vermeld.

Aandachtspunten bij gunstig advies

Wanneer buitengevelisolatie mogelijk is, zijn er aandachtspunten voor een verdere behandeling van de stedenbouwkundige aanvraag. De aandachtspunten kunnen gehanteerd worden als een checklist voor de verdere beoordeling van de aanvraag.

  1. Bij een gunstig advies is men verplicht om de volledige 14cm naar voren te komen. Hierdoor wordt er enerzijds een maximale energiebesparing gerealiseerd. Anderzijds wordt er een nieuwe rooilijn gerealiseerd op 14cm van de bestaande wanneer in de straat ook andere panden van buitengevelisolatie worden voorzien.
  2. Ook door het isoleren van de achtergevel neemt het bouwvolume toe en is er een stedenbouwkundige vergunning nodig voor het uitvoeren van de werken.
  3. De gebruikte materialen, de textuur en de kleuren bepalen in belangrijke mate de beeldkwaliteit van een gebouw en de samenhang van het gebouw met zijn omgeving. De bepalingen die zijn opgenomen in de Bouwcode met betrekking tot gevelmaterialen worden aangehouden.
  4. Er is een lijst opgesteld van de verschillende details die met zorg moeten uitgevoerd worden om een bouwfysisch en esthetisch kwalitatief resultaat te bekomen.

Partners in de opmaak van het afwegingskader:

Voor de opmaak van het afwegingskader zijn er diverse workshops geweest met verschillende stedelijke diensten (stedenbouwkundige vergunningen, EMA, monumentenzorg, patrimoniumonderhoud) en is er een benchmarking uitgevoerd bij andere Vlaamse steden (Gent, Lier, Mechelen en Kortrijk). De informatie die hieruit naar voren gekomen is, heeft de keuze voor de opmaak van een afwegingskader bepaald in nauw overleg.

Vervolgtraject

Het afwegingskader zoals het hier voorligt, is de basisstructuur. In het vervolgtraject is een verdere opvolging en verfijning voorzien.

  1. Studie energetische performantie: er wordt een studie uitgeschreven die de performantie van de energierenovatie voor een frequent voorkomend aantal types van gebouwen toetst. In deze studie zal er specifiek aandacht worden besteed aan de mogelijkheid van het behoud van bestaande detaillering (arduin dorpels, arrière corps, penanten, …), de effectiviteit van langs binnen versus langs buiten isoleren en de invloed van de dikte van de bestaande constructie. De resultaten van deze studie worden vertaald naar het afwegingskader en meegenomen in een verdere verfijning.
  2. Jurisprudentie: om te komen tot een verdere verfijning van het afwegingskader zal er ook worden gewerkt met jurisprudentie. In de bijlage is hiervan een eerste aanzet gegeven.
  3. Inventarislijst: de dienst vergunningen zal systematisch een inventarislijst aanvullen wanneer er een stedenbouwkundige aanvraag met betrekking tot buitengevelisolatie behandeld wordt.
  4. Communicatie: in samenwerking met het Ecohuis zal er een communicatietraject (bijvoorbeeld een folder, voorbeeld vergunningsaanvraag) worden uitgezet voor de burgers.

Beleidsdoelstellingen

instrumentarium ruimtelijke kwaliteitsbewaking
01 - Stadsontwikkeling
Samen bouwen aan een aantrekkelijke stad

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het afwegingskader voor stedenbouwkunidge aanvragen met betrekking tot buitengevelisolatie goed.

Artikel 2

 Het college geeft de opdracht aan:

Dienst

Taak

SW/SBM

 

Uitschrijven van een studie die de performantie van de energierenovatie voor een frequent voorkomend aantal types van gebouwen toetst. Met specifieke aandacht voor behoud van bestaande detaillering (arduin dorpels, arrière corps, penanten, …), de effectiviteit van langs binnen versus langs buiten isoleren en de invloed van de dikte van de bestaande constructie. De resultaten van deze studie zullen het afwegingskader verfijnen.

SW/SBM (ism SW/V, SW/EMA/EHA en SW/OE/M)

De verdere verfijning van het afwegingskader door jurisprudentie

SW/V (ism SW/SBM)

Aanmaken van een inventarislijst die een overzicht geeft van de vergunningsaanvragen met betrekking tot buitengevelisolatie. Deze lijst zal systematisch worden aangevuld.

SW/SBM (ism SW/V en SW/EMA/EHA)

Uitwerken van communicatietraject (bv een folder, voorbeeld vergunningsaanvraag) voor de burgers met meer informatie over de detaillering die wordt gevraagd bij de vergunningsaanvraag.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

Bijlagen

  • 20120629_CB_afwegingskader_ buitengevelisolatie_BIJLAGE.doc