Op 30 januari 2012 (jaarnummer 138) besliste de gemeenteraad om de pensioentoelage als volgt vast te stellen:
Bepaalde aspecten van deze beslissing moeten nog verder gepreciseerd te worden. Hierbij wordt er gestreefd naar eenvoudige en heldere regels omdat deze regels niet enkel door de stad en het OCMW, maar ook door de AG’s en de vzw’s van de stad en het OCMW moeten kunnen geïmplementeerd worden. Eenvoudige regels brengen voor iedereen een lage implementatiekost met zich mee, ook voor hen die niet aangesloten zijn bij de rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (RSZPPO) en werken met een eigen sociaal secretariaat.
1. Indexatie pensioenplafond
Een contractueel personeelslid bouwt zijn wettelijk pensioen op op zijn pensioenrechtgevend jaarloon (dit is het loon dat in aanmerking wordt genomen voor socialezekerheidsbijdragen). Dit pensioenrechtgevend jaarloon is voor de contractuele personeelsleden beperkt tot het bedrag van het wettelijk pensioenplafond. In 2010 was het wettelijk pensioenplafond voor de contractuele personeelsleden vastgesteld op 47.171,84 euro. Voor de statutaire personeelsleden geldt een ander pensioenplafond.
Het wettelijk pensioenplafond voor de contractuele personeelsleden wordt jaarlijks aangepast in functie van de evolutie van de lonen. Hierbij houdt men naast naast de loonindex, ook nog rekening met andere elementen.
De stad Antwerpen heeft ervoor gekozen om voor de berekening van de pensioentoelage niet het wettelijk pensioenplafond te hanteren, maar te werken met een eigen pensioenplafond, teneinde meer inzicht te hebben op de evolutie van dit pensioenplafond.
Voor de bepaling van dit eigen pensioenplafond werd het wettelijk pensioenplafond van 47.171,84 euro als start genomen. Verder werd bepaald dat dit plafond zal geïndexeerd worden conform de lonen. De regels rond deze indexatie moeten nog verder uitgewerkt worden.
De indexatie kan gebeuren samen met de lonen. Dit houdt echter in dat de indexatie mogelijks tot twee of drie maal per jaar moet doorgevoerd worden. Deze werkwijze is programmatorisch zwaar en wordt niet aangeraden door de verzekeraars.
De indexatie kan ook slechts één maal per jaar plaatsvinden, bijvoorbeeld in januari. Deze werkwijze geniet de voorkeur, ook van de verzekeraars. Deze werkwijze is de minst complexe, het gemakkelijkst over te nemen door de andere leden van de groep Antwerpen en leunt het dichtst aan bij de beoogde doelstelling, namelijk om op het loongedeelte waarop de contractuele personeelsleden geen wettelijk pensioen opbouwen (grens die jaarlijks wordt vastgelegd) door een verhoogde pensioentoelage van de tweede pensioenpijler de kloof met het statutair pensioen beter te dichten. Dit is bovendien de meest gebruikelijke werkwijze op de markt.
2. Overschrijden leeftijdgrens
De stad Antwerpen heeft gekozen voor een verschillende pensioentoelage afhankelijk van de leeftijd van de aangeslotene, namelijk boven of onder de vijfendertig jaar.
Voor het bepalen van de pensioentoelage dienen ook de uitvoeringsregels nog nader gepreciseerd te worden. De hogere pensioentoelage toepassen vanaf de exacte verjaardag van een personeelslid is te complex en wordt niet aangeraden door de verzekeraars, noch door de RSZPPO.
De hogere pensioentoelage kan toegekend worden vanaf de eerste van het kwartaal dat volgt op de verjaardag ofwel één maal per jaar, bijvoorbeeld in januari. Standaard voorziet de RSZPPO dat de aanpassing aan het begin van elk kwartaal vastgesteld wordt waardoor iedereen vanaf de eerste van het volgend kwartaal de hogere pensioentoelage zal toegewezen krijgen. Deze standaard werkwijze geniet dan ook de voorkeur.
3. Afwezigheden en pensioenplafond
Afwezigheden waarbij een contractueel personeelslid geen loon ontvangt, zoals loopbaanhalvering, onbetaald verlof of ziekte, hebben invloed op het pensioengevend jaarloon. Er moet nog bepaald worden hoe met deze afwezigheden wordt omgegaan.
De verzekeraar raadt aan om in geval van deeltijdse tewerkstelling, verlof voor deeltijdse prestaties, loopbaanvermindering en de vrijwillige vierdagenweek te werken met een fictief voltijds loon ten einde een eventuele ongelijkheid tussen voltijds en deeltijds werkenden te vermijden.
Deze methode zal leiden tot een complex systeem en is moeilijk uit te leggen aan de personeelsleden. Daarom wordt er de voorkeur aan gegeven om enkel op het einde van het jaar te kijken of het effectief uitbetaald loon op jaarbasis boven of onder het pensioenplafond uitkomt. Indien dit zo zou zijn, krijgt het personeelslid op dat gedeelte de hogere pensioentoelage van 15% toegekend.
4. Bevordering en pensioenplafond
Een bevordering heeft invloed op iemands pensioengevend jaarloon. Ook hier wordt er voorgesteld om bij de bepaling of iemand met zijn pensioenrechtgevend jaarloon boven of onder het pensioenplafond uitkomt, dit te bekijken op jaarbasis, zoals hierboven.
5. In en uit dienst en pensioenplafond
De in- en uitdiensttreding in de loop van het jaar heeft invloed op iemands pensioengevend jaarloon. Hier wordt voorgesteld om het pensioenplafond te prorateren over de periode dat het personeelslid in dienst was.
Rechtspositieregeling van het stadspersoneel zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 januari 2012 (jaarnummer 70).
Het college keurt goed dat: