Terug

2012_CBS_07012 - Rechtspositieregeling - Uitvoeringsbesluit 2de pensioenpijler - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/07/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Roeland Gielen, plaatsvervangend stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_07012 - Rechtspositieregeling - Uitvoeringsbesluit 2de pensioenpijler - Goedkeuring 2012_CBS_07012 - Rechtspositieregeling - Uitvoeringsbesluit 2de pensioenpijler - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Op 30 januari 2012 (jaarnummer 138) besliste de gemeenteraad om de pensioentoelage als volgt vast te stellen:

  • tot de leeftijd van 35 jaar: een bijdrage van 5% op het pensioengevend jaarloon onder het pensioenplafond + 15% op het pensioengevend jaarloon boven het pensioenplafond;
  • vanaf de leeftijd van 35 jaar: een bijdrage van 6% op het pensioengevend jaarloon onder het pensioenplafond + 15% op het pensioengevend jaarloon boven het pensioenplafond;
  • het pensioenplafond wordt geïndexeerd conform de lonen en bedraagt 47.171,84 euro (index 1,4859);
  • de grensleeftijd van 35 jaar ligt vast.

Argumentatie

Bepaalde aspecten van deze beslissing moeten nog verder gepreciseerd te worden. Hierbij wordt er gestreefd naar eenvoudige en heldere regels omdat deze regels niet enkel door de stad en het OCMW, maar ook door de AG’s en de vzw’s van de stad en het OCMW moeten kunnen geïmplementeerd worden.  Eenvoudige regels brengen voor iedereen een lage implementatiekost met zich mee, ook voor hen die niet aangesloten zijn bij de rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (RSZPPO) en werken met een eigen sociaal secretariaat.

1.  Indexatie pensioenplafond

Een contractueel personeelslid bouwt zijn wettelijk pensioen op op zijn pensioenrechtgevend jaarloon (dit is het loon dat in aanmerking wordt genomen voor socialezekerheidsbijdragen). Dit pensioenrechtgevend jaarloon is voor de contractuele personeelsleden beperkt tot het bedrag van het wettelijk pensioenplafond. In 2010 was het wettelijk pensioenplafond voor de contractuele personeelsleden vastgesteld op 47.171,84 euro. Voor de statutaire personeelsleden geldt een ander pensioenplafond.

Het wettelijk pensioenplafond voor de contractuele personeelsleden wordt jaarlijks aangepast in functie van de evolutie van de lonen. Hierbij houdt men naast naast de loonindex, ook nog rekening met andere elementen.

De stad Antwerpen heeft ervoor gekozen om voor de berekening van de pensioentoelage niet het wettelijk pensioenplafond te hanteren, maar te werken met een eigen pensioenplafond, teneinde meer inzicht te hebben op de evolutie van dit pensioenplafond.

Voor de bepaling van dit eigen pensioenplafond werd het wettelijk pensioenplafond van 47.171,84 euro als start genomen. Verder werd bepaald dat dit plafond zal geïndexeerd worden conform de lonen. De regels rond deze indexatie moeten nog verder uitgewerkt worden.

De indexatie kan gebeuren samen met de lonen. Dit houdt echter in dat de indexatie mogelijks tot twee of drie maal per jaar moet doorgevoerd worden. Deze werkwijze is programmatorisch zwaar en wordt niet aangeraden door de verzekeraars.

De indexatie kan ook slechts één maal per jaar plaatsvinden, bijvoorbeeld in januari. Deze werkwijze geniet de voorkeur, ook van de verzekeraars. Deze werkwijze is de minst complexe, het gemakkelijkst over te nemen door de andere leden van de groep Antwerpen en leunt het dichtst aan bij de beoogde doelstelling, namelijk om op het loongedeelte waarop de contractuele personeelsleden geen wettelijk pensioen opbouwen (grens die jaarlijks wordt vastgelegd) door een verhoogde pensioentoelage van de tweede pensioenpijler de kloof met het statutair pensioen beter te dichten. Dit is bovendien de meest gebruikelijke werkwijze op de markt. 

2.   Overschrijden leeftijdgrens

De stad Antwerpen heeft gekozen voor een verschillende pensioentoelage afhankelijk van de leeftijd van de aangeslotene, namelijk boven of onder de vijfendertig jaar.

Voor het bepalen van de pensioentoelage dienen ook de uitvoeringsregels nog nader gepreciseerd te worden. De hogere pensioentoelage toepassen vanaf de exacte verjaardag van een personeelslid is te complex en wordt niet aangeraden door de verzekeraars, noch door de RSZPPO.

De hogere pensioentoelage kan toegekend worden vanaf de eerste van het kwartaal dat volgt op de verjaardag ofwel één maal per jaar, bijvoorbeeld in januari. Standaard voorziet de RSZPPO dat de aanpassing aan het begin van elk kwartaal vastgesteld wordt waardoor iedereen vanaf de eerste van het volgend kwartaal de hogere pensioentoelage zal toegewezen krijgen. Deze standaard werkwijze geniet dan ook de voorkeur.

3.  Afwezigheden en pensioenplafond

Afwezigheden waarbij een contractueel personeelslid geen loon ontvangt, zoals loopbaanhalvering, onbetaald verlof of ziekte, hebben invloed op het pensioengevend jaarloon. Er moet nog bepaald worden hoe met deze afwezigheden wordt omgegaan.

De verzekeraar raadt aan om in geval van deeltijdse tewerkstelling, verlof voor deeltijdse prestaties, loopbaanvermindering en de vrijwillige vierdagenweek te werken met een fictief voltijds loon ten einde een eventuele ongelijkheid tussen voltijds en deeltijds werkenden te vermijden.

Deze methode zal leiden tot een complex systeem en is moeilijk uit te leggen aan de personeelsleden. Daarom wordt er de voorkeur aan gegeven om enkel op het einde van het jaar te kijken of het effectief uitbetaald loon op jaarbasis boven of onder het pensioenplafond uitkomt. Indien dit zo zou zijn, krijgt het personeelslid op dat gedeelte de hogere pensioentoelage van 15% toegekend.

4.  Bevordering en pensioenplafond

Een bevordering heeft invloed op iemands pensioengevend jaarloon. Ook hier wordt er voorgesteld om bij de bepaling of iemand met zijn pensioenrechtgevend jaarloon boven of onder het pensioenplafond uitkomt, dit te bekijken op jaarbasis, zoals hierboven.

5.  In en uit dienst en pensioenplafond

De in- en uitdiensttreding in de loop van het jaar heeft invloed op iemands pensioengevend jaarloon. Hier wordt voorgesteld om het pensioenplafond te prorateren over de periode dat het personeelslid in dienst was.

Juridische grond

Rechtspositieregeling van het stadspersoneel zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 januari 2012 (jaarnummer 70).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed dat:

  • de indexatie van het pensioenplafond één maal per jaar zal gebeuren op 1 januari;
  • de aanpassing van de pensioentoelage aan de hand van de leeftijd zal gebeuren de eerste van het kwartaal dat volgt op de verjaardag van het personeelslid;
  • bij de beoordeling of een personeelslid met zijn loon al dan niet boven of onder het pensioenplafond uitkomt er:
    • bij afwezigheden en bevordering gekeken wordt naar het effectief verdiend loon op het einde van het jaar;
    • bij in- en uitdiensttreding het pensioenplafond geprorateerd wordt over de gewerkte periode.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.