Artikel 94 van het Gemeentedecreet: De financieel beheerder staat in volle onafhankelijkheid in voor:
1. de voorafgaande krediet- en wetmatigheidcontrole van de beslissingen van de gemeente met
budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden vastgesteld in titel IV;
2. het debiteurenbeheer, inzonderheid de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten. Met
het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen kan de
financieel beheerder een dwangbevel uitvaardigen. Een dergelijk dwangbevel wordt betekend bij
gerechtsdeurwaarderexploot.
Met betrekking tot de vervulling van de opdrachten, bedoeld in dit artikel, rapporteert de financieel
beheerder in volle onafhankelijkheid aan het college van burgemeester en schepenen en aan de
gemeenteraad.
Artikel 165 van het Gemeentedecreet: de financieel beheerder rapporteert in volle onafhankelijkheid
minstens eenmaal per kwartaal aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen. Dat
rapport omvat minstens een overzicht van de thesaurietoestand, de liquiditeitsprognose, de
beheerscontrole, alsook de evolutie van de budgetten. De financieel beheerder stelt tegelijkertijd een
afschrift aan de gemeentesecretaris en de externe auditcommissie ter beschikking.
Artikel 166 van het Gemeentedecreet: de financieel beheerder rapporteert in volle onafhankelijkheid
minstens eenmaal per semester aan de gemeenteraad over de uitvoering van zijn taak van voorafgaande
controle van de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenissen. Hij stelt
tegelijkertijd een afschrift van dat rapport ter beschikking aan het college van burgemeester en
schepenen, de gemeentesecretaris en de externe auditcommissie.
Op basis van het Gemeentedecreet, dient de districtsraad één maal per jaar kennis te nemen van de stand van zaken van de begroting van het district.
Het Gemeentedecreet bepaalt dat de financieel beheerder driemaandelijks (artikel 165) en
zesmaandelijks (artikel 166) een aantal rapporten moet voorleggen aan de gemeentesecretaris, het
college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad. Het hersteldecreet van 1 juli 2009
veranderde dit in een jaarlijkse rapportering.
Artikel 290 van het Gemeentedecreet: de bepalingen betreffende de planning en het financieel beheer
van de gemeenten zijn van toepassing op de planning en het financieel beheer van de districten met dien
verstande dat:
1. ‘de gemeenteraad’ moet gelezen worden als ‘de districtsraad’;
2. ‘het college van burgemeester en schepenen’ moet gelezen worden als ‘het districtscollege’;
3. ‘de gemeentesecretaris’ moet gelezen worden als ‘de districtssecretaris’, behalve voor wat betreft
de taken bedoeld in artikel 86, derde lid en 163.
De districtsraad neemt kennis van de volgende rapporten: