Het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid van 27 maart 2009 en latere wijzigingen, de artikelen 2.2.7, § 2 en §3 en 2.2.8.
De gemeenteraad keurde in zitting van 29 mei 2012 (jaarnummer 593) de aanpassing aan het belastingreglement op leegstaande woningen of gebouwen goed. Deze wijziging van het belastingreglement voert, naast de bestaande beroepsmogelijkheid tegen opname in het leegstandsregister, een administratief beroep in tegen de beslissing tot weigering van schrapping van een woning of gebouw uit het leegstandsregister (artikelen 4 en 9 van het belastingreglement).
Dit administratief beroep tegen de weigeringsbeslissing wordt opgelegd door het Vlaams decreet van 23 december 2011 houdende de wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het decreet op het grond- en pandenbeleid. Deze bepaling treedt in werking op 1 januari 2013.
De hoorzitting inzake het beroep tegen opname in het leegstandsregister wordt geregeld in het collegebesluit van 24 juni 2011 (jaarnummer 11291).
Voor het beroep tegen de weigering van schrapping wordt eenzelfde manier van werken voorgesteld voor de hoorzitting.
Overeenkomstig het decreet op het grond- en pandenbeleid, worden zowel de opname op het leegstandsregister als de aanvragen tot schrapping uit het leegstandsregister beoordeeld door de administratie.
Het is aangewezen in beide beroepsprocedures de hoorzitting op dezelfde manier te laten verlopen.
Het besluit van de Vlaamse regering houdende de nadere regelen betreffende het leegstandsregister van 10 juli 2009.
Het college beslist dat wanneer de indiener van een beroepschrift tegen de weigering tot schrapping uit het leegstandsregister vraagt om te worden gehoord, hiertoe een hoorzitting wordt gehouden.
Het college beslist deze hoorzitting als volgt te organiseren:
Het college beslist dat de hoorzitting plaatsvindt onder voorzitterschap van de schepen, bevoegd voor financiën, bijgestaan door de stadssecretaris en minstens één ambtenaar van de bedrijfseenheid financiën.