Vanaf 8 juni 2012 tot en met 6 augustus 2012 wordt een openbaar onderzoek gehouden voor het plan.
Art.2.2.7.§4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dat de procedure vastlegt voor de opmaak van de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP). Dit artikel zegt dat de gemeenteraad en de provincieraad van respectievelijk de gemeenten en de provincies waarvan het grondgebied door het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan geheel of ten dele wordt bestreken, hun advies bezorgen aan de Vlaamse Regering uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek. Wanneer geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
In uitvoering van de bindende bepalingen van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV) wordt de zeehaven van Antwerpen als poort geselecteerd en ruimtelijk afgebakend door middel van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Op 28 oktober 2011 organiseerde de Vlaamse overheid een plenaire vergadering over het voorontwerp van het op te maken gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. In zitting van 28 oktober 2011 (jaarnummer 2011_CBS_15137), op dag van plenaire zelf, bracht het college ook advies uit over het voorontwerp.
Voor het ontwerp ruimtelijk uitvoeringsplan wordt nu een openbaar onderzoek georganiseerd vanaf 8 juni 2012 tot en met 6 augustus 2012. De gemeenteraad kan advies uitbrengen uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek.
Het tussentijds strategisch plan haven van Antwerpen (linker- en rechteroever) is in juni 2008 door de centrale werkgroep goedgekeurd. De milieueffecten van dit strategisch plan worden mee onderzocht in de plan-MER en de visie van het plan wordt juridisch verankerd in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’.
Het plan-MER over het strategisch plan voor en de afbakening van de haven van Antwerpen in haar omgeving werd op 4 maart 2009 goedgekeurd door de dienst MER. In het plan-MER werden twee verschillende planalternatieven vergeleken met het nulalternatief. De planalternatieven onderscheiden zich door hun fundamenteel andere toekomstperspectief en ruimtebeslag. Het essentiële verschil is de wijze waarop met de te verwachten groei wordt omgegaan: door inbreiding en herstructurering (A-varianten) of door uitbreiding van de haven (B-varianten). Binnen de planalternatieven worden nog varianten gedefinieerd. Voor elke variant bevat het plan-MER een watertoets en een passende beoordeling. Parallel aan het plan-MER werd een “Maatschappelijk Meest Haalbaar Alternatief (MMHA)” uitgewerkt. Op basis van de resultaten van een vergelijking van de planvarianten waarbij naast milieuafwegingen ook met economische criteria rekening werd gehouden en door voortschrijdend
inzicht werd tijdens het mer-proces deze nieuwe variant omschreven en beoordeeld. Dit alternatief geeft vervolgens de input voor het voorontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP).
Op 11 september 2009 beslist de Vlaamse regering over het principieel programma voor de afbakening van het zeehavengebied van Antwerpen. Dit besluit gelast de Vlaamse minister, bevoegd voor Ruimtelijke Ordening met de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, teneinde de haven van Antwerpen af te bakenen overeenkomstig het Maatschappelijk Meest Haalbaar Alternatief, rekening houdende met de door het plan-MER voorgestelde milderende en natuurcompenserende maatregelen. Op basis van dit besluit werd het voorontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’ opgemaakt. Eveneens werd er beslist voorafgaand aan de plenaire vergadering voor het afbakenings GRUP gezamenlijk een gemotiveerde afweging te maken van alle door het plan-MER voorgestelde milderende en natuurcompenserende maatregelen, die betrekking hebben op het maatschappelijk meest haalbaar alternatief (MMHA). Eveneens werd kennis genomen van de gebieden die opgenomen worden in een onteigeningsplan volgens het voorliggende GRUP.
Op 22 juli 2011 werd de afweging van alle milderende en natuurcompenserende maatregelen samen met hun fasering goedgekeurd door de Vlaamse regering. Ook werd er een actieplan voorgelegd. Er werd besloten een procesmanager met zijn team aan te stellen, die een meerjarenprogrammatie opstelt en uitvoert, met een halfjaarlijkse rapportering van het actieplan naar de Vlaamse regering.
Op 28 oktober 2011 werd een plenaire vergadering georganiseerd over het voorontwerp GRUP. Het college heeft op 28 oktober 2012 (jaarnummer 15137) aan deze plenaire vergadering een advies overgemaakt waarvan de belangrijkste bezwaren en opmerkingen als volgt kunnen worden samengevat:
het gedeelte ten zuiden van de Royerssluis is een overgangsgebied tussen het zeehavengebied en het stedelijk gebied. Hier grenst het Droogdokkenpark aan het havengebied. De stad Antwerpen stelt voor om een overdruk te voorzien die stedelijke functies toelaat, met het oog op de instandhouding van het waardevol erfgoed.
De stad Antwerpen vindt het aanvaardbaar dat het natuurgebied de Zouten in het havengebied komt te liggen en dat het voorschrift het bestaande onderhoud en gebruik van de Zouten bestendigt. Omdat de groene zone in het havengebied komt, vraagt de stad Antwerpen om de vegetatie van bomen, heesters en schrale graslanden zoveel mogelijk te bevestigen en versterken in de
voorschriften (verankering en bestendiging ecologische waarden). Nieuwe leidingen kunnen enkel in dit gebied mits onder voorwaarde van behoud van het ecologisch karakter van het gebied.
De stad Antwerpen wil nog enkele fietsverbindingen aangeduid zien op het grafisch plan volgens artikel R11: een verbinding tussen de Smalleweg en de Noorderlaan via de spoorinfrastructuur (art. R7, Mainhub) en een verbinding tussen de Noorderlaan en de Scheldelaan via de Oosterweelsteenweg. Ook in de inrichtingsstudie van het logistiek park Schijns (art. R6.2) dienen de fietsverbindingen in het gebied bestudeerd te worden. Deze verbindingen dienen weergegeven te worden als indicatieve pijlen.
Verder moet er in de voorschriften voor nieuwe tunnels en spoortunnels onder het Kanaaldok en de Schelde (art. R 10) voor de toekomst een verplichte fietsverbinding geïntegreerd worden.
De stad Antwerpen vraagt om zoveel mogelijk ecologische infrastructuur een zo permanent mogelijk karakter te geven (met of zonder medegebruik) binnen het afbakeningsGRUP. Als voorbeeld kan het gebied boven de Tijsmanstunnel, dat vandaag in ‘gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur’ ligt, bovengronds mee opgenomen worden in de permanente ecologische infrastructuur (EI+), zonder de ontwikkeling van de primaire weg en toebehorende weginfrastructuur in functie van de verkeersveiligheid en vrachtwagenparking te beperken (medegebruik). Algemeen vraagt de stad Antwerpen het aandeel permanente EI uit het GRUP meer en zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met het aandeel permanente EI uit het Maatschappelijk Meest Haalbaar Alternatief van de plan MER.
De stad Antwerpen vraagt om definities voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerd op te nemen in de stedenbouwkundige voorschriften.
De stad Antwerpen heeft enkele technische bemerkingen omtrent de formulering van de overgangsbepalingen voor bestaande bedrijven. In artikel R1 wordt verwezen naar de percelen in eigendom of gebruik. Dit is echter geen ruimtelijke aanduiding en het is ook niet controleerbaar bij een bouwaanvraag. In artikel R3 zit een tegenstrijdigheid omdat handelingen zijn toegelaten binnen het bestaande bouwvolume, maar verbouwingen niet.
vandaag wordt de verluchtingskoker van de Liefkenshoektunnel en de gebouwen van de brandweer opgenomen in artikel R15: ‘zone voor permanente ecologische infrastructuur ‘met medegebruik’. Dit voorschrift laat eveneens toe: “het verbouwen of herbouwen van de bestaande brandweerkazerne voor zover de bestemming van het gebied niet in het gedrang wordt gebracht.” Het college vraagt om toe te voegen dat uitbreiden binnen het bestaande terrein mogelijk blijft.
De stad Antwerpen vraagt aan de Vlaamse regering om in dit afbakeningsGRUP op zoek te gaan naar een plek waar minstens één parking kan komen en dit ook te bestemmen op het grafisch plan.
In het besluit omtrent de goedkeuring van het advies over het voorontwerp GRUP heeft het college eveneens de opdracht gegeven aan stadsontwikkeling/ruimte&mobiliteit/ruimtelijk beleid om in samenwerking met het district BEZALI en het gemeentelijk havenbedrijf een protocol af te sluiten over het beheer, onderhoud en gebruik van de Zouten.
Op 27 april 2012 heeft de Vlaamse regering het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening zeehavengebied Antwerpen” voorlopig vastgesteld. De verordenende delen van het gewestelijk uitvoeringsplan zijn gevoegd als bijlagen bij dat besluit van de Vlaamse regering:
De bijlagen zonder juridisch verordenende kracht zijn:
Het gewestelijk RUP bevat enerzijds een afbakeningslijn en anderzijds verschillende bestemmingen binnen en buiten deze afbakeningslijn. De afbakeningslijn zelf duidt het zeehavengebied aan, maar is geen bestemmingscategorie op zich.
Het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek dat loopt van 8 juni 2012 tot en met 6 augustus 2012.
Het stadsbestuur en het gemeentelijk havenbedrijf waarderen de voortgang van de procedure voor de afbakening van het havengebied, die met de voorlopige vaststelling van het ontwerp-GRUP door de Vlaamse regering op 27 april 2012 in een volgende fase terechtkomt.
Het afbakeningsGRUP trekt immers niet alleen de afbakeningsgrens rond het havengebied, het herbestemt ook een aantal gebieden die de nodige groeikansen krijgen, door inbreiding en uitbreiding.
Er wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om onderstaand advies over te maken aan de Vlaamse regering in het kader van het openbaar onderzoek. Dit advies bouwt verder op het advies dat door het college aan de Vlaamse regering werd overgemaakt tijdens de plenaire vergadering van 28 oktober 2011. Dit advies is eveneens besproken met de afdeling ruimte en mobiliteit, de afdeling
stedenbouwkundige vergunningen, Energie en Milieu Antwerpen, de bedrijfseenheid actieve stad en het autonoom gemeentebedrijf Stadsplanning Antwerpen.
De Royerssluis
In het advies uitgebracht door het college tijdens de plenaire vergadering van 28 oktober 2012 wordt gevraagd om in de gebouwen ten zuiden van de Royerssluis ook stedelijke functies toe te laten, met het oog op de instandhouding van het waardevol erfgoed. Ook het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen (GHA) maakt dit bezwaar tijdens de plenaire vergadering. Het afbakeningsGRUP werd aangepast zodanig dat de zone ten zuiden van de Royerssluis in artikel R3 (grensgebied met het grootstedelijk gebied) komt te liggen. Het verdient echter aanbeveling om in dit voorschrift duidelijk te stellen dat de bestaande (waardevolle) gebouwen kunnen herbestemd worden en ingepast worden in het aangrenzende parkgebied (Droogdokkenpark).
Voor de stad Antwerpen is het eveneens belangrijk dat de modernisering en verbreding van de Royerssluis en de omgevende infrastructuurwerken niet gehypothekeerd worden door het voorliggende ontwerp-GRUP.
De Zouten
De stad Antwerpen stelt vast dat het voorschrift voor deze zone werd aangepast na de plenaire vergadering. Enerzijds wordt nu gesteld dat “het waardevolle ecologische karakter van de Zouten (…) dient te worden bestendigd.” Daarnaast worden echter “alle werken, handelingen en wijzigingen met het oog op de ruimtelijke inpassing, buffers, ecologische verbindingen, leidingen, telecommunicatie infrastructuur, lokale dienstwegen, jaagpaden, recreatienetwerk en waterwegennetwerk en paden voor niet-gemotoriseerd verkeer toegelaten.” De stad Antwerpen vraagt om ook hier, bij de opsomming van de toegelaten werken, de voorwaarde van het behoud van het ecologisch karakter van het volledige gebied toe te voegen (zoals reeds gevraagd in het advies uitgebracht tijdens de plenaire vergadering).
De stad zal nog steeds initiatief nemen om een protocol voor te bereiden met het district Berendrecht-Zandvliet-Lillo en het gemeentelijk havenbedrijf over het beheer, onderhoud en gebruik van de Zouten.
Artikel R11 (verbindingen voor fietsers)
Er wordt vastgesteld dat er niet werd ingegaan op de vraag om enkele bijkomende fietsverbindingen aan te duiden op het grafisch plan volgens artikel R11. De stad Antwerpen blijft een grote voorstander van het gebruik van de fiets, zowel in het woon-werkverkeer als in het recreatief netwerk.
Daarom dient er, zoals gevraagd, een verbinding tussen de Smalleweg en de Noorderlaan via de spoorinfrastructuur (art. R7, Mainhub) en een verbinding tussen de Noorderlaan en de Scheldelaan via de Oosterweelsteenweg als indicatieve pijlen op het grafisch plan worden weergegeven. In artikel R6.2 (Logistiek park Schijns) dient opgenomen te worden dat in de inrichtingsstudie de fietsverbindingen in het gebied dienen bestudeerd te worden. Verder moet er in de voorschriften voor nieuwe tunnels en spoortunnels onder het Kanaaldok en de Schelde (art. R 10) voor de toekomst een verplichte fietsverbinding geïntegreerd worden.
Ecologische infrastructuur
Tijdens de plenaire vergadering van 28 oktober 2011 heeft de stad Antwerpen gevraagd om ter hoogte van de Tijsmanstunnel zoveel mogelijk de aanwezige ecologische infrastructuur ook effectief te bestemmen als permanente ecologische infrastructuur met medegebruik (EI+). Er is echter op deze vraag niet ingegaan.
In het voorschrift art. R8 (Gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur) werd wel volgende zin toegevoegd: "Een deel van het gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur aan de R2 wordt ingericht met ecologische infrastructuur. Deze ecologische infrastructuur moet eveneens voldoen aan de voorwaarden van landschappelijke inpassing."
De stad heeft er begrip voor dat, omwille van de sterke verwevenheid van de ecologische infrastructuur met infrastructurenbundel langs bijvoorbeeld de R2, hier geen apart gebied als ecologische infrastructuur herbestemd wordt. De stad stelt daarom wel voor om de bestaande ecologische infrastructuur maximaal te vrijwaren. Bij voorkeur gebeurt de vrijwaring van de bestaande EI en de potenties voor permanente ecologische infrastructuur in de gebieden voor verkeer en vervoersinfrastructuur (weg of spoorinfrastructuur), hoofdleidingstraten en ook bufferzones in de rand van het havengebied door een afdwingbare verankering van het ecologische medegebruik als nevenbestemming in de verordenende voorschriften voor deze gebieden op te nemen.
Artikel R1
Er zijn geen definities opgenomen voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerd in de stedenbouwkundige voorschriften.
Overgangsbepalingen in artikel R1 en R3
De stad Antwerpen stelt op prijs dat er rekening werd gehouden met de technische opmerkingen.
Brandweerkazerne Post Lillo
De stad Antwerpen stelt op prijs dat er rekening werd gehouden met het advies van het college, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering, waarin gevraagd wordt om ook uitbreiding van de brandweerpost mogelijk te maken. Het voorschrift werd in die zin aangepast.
Er wordt in het aangepaste voorschrift echter eveneens verwezen naar de percelen in eigendom of gebruik. Dit is echter geen ruimtelijke aanduiding en het is ook niet controleerbaar bij een bouwaanvraag (cfr. de technische opmerking over de overgangsbepaling in artikel R1). De stad Antwerpen vraagt dan ook om de laatste zin van het voorschrift te schrappen.
Vrachtwagenparking
Er werd niet ingegaan op de vraag om een zone te bestemmen als vrachtwagenparking. Binnen de bestemming van artikel R1 (gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven) is een inrichting van een bepaalde zone als vrachtwagenparking wel steeds mogelijk.
De stad Antwerpen beveelt aan dat er ook concrete acties worden ondernomen om de vrachtwagenparking ter hoogte van Asiadok te herlocaliseren.
Art.2.2.6.§1 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dat de procedure vastlegt voor de opmaak van de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad adviseert het ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen' gunstig mits rekening gehouden wordt met volgende opmerkingen:
De Royerssluis
In het advies uitgebracht door het college tijdens de plenaire vergadering van 28 oktober 2012 wordt gevraagd om in de gebouwen ten zuiden van de Royerssluis ook stedelijke functies toe te laten, met het oog op de instandhouding van het waardevol erfgoed. Ook het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen (GHA) maakt dit bezwaar tijdens de plenaire vergadering. Het afbakeningsGRUP werd aangepast zodanig dat de zone ten zuiden van de Royerssluis in artikel R3 (grensgebied met het grootstedelijk gebied) komt te liggen. Het verdient echter aanbeveling om in dit voorschrift duidelijk te stellen dat de bestaande (waardevolle) gebouwen kunnen herbestemd worden en ingepast worden in het aangrenzende parkgebied (Droogdokkenpark).
Voor de stad Antwerpen is het eveneens belangrijk dat de modernisering en verbreding van de Royerssluis en de omgevende infrastructuurwerken niet gehypothekeerd worden door het voorliggende ontwerp-GRUP.
De Zouten
De stad Antwerpen stelt vast dat het voorschrift voor deze zone werd aangepast na de plenaire vergadering. Enerzijds wordt nu gesteld dat “het waardevolle ecologische karakter van de Zouten (…) dient te worden bestendigd.” Daarnaast worden echter “alle werken, handelingen en wijzigingen met het oog op de ruimtelijke inpassing, buffers, ecologische verbindingen, leidingen, telecommunicatie infrastructuur, lokale dienstwegen, jaagpaden, recreatienetwerk en waterwegennetwerk en paden voor niet-gemotoriseerd verkeer toegelaten.” De stad Antwerpen vraagt om ook hier, bij de opsomming van de toegelaten werken, de voorwaarde van het behoud van het ecologisch karakter van het volledige gebied toe te voegen (zoals reeds gevraagd in het advies uitgebracht tijdens de plenaire vergadering).
De stad Antwerpen zal nog steeds initiatief nemen om een protocol voor te bereiden met het district Berendrecht-Zandvliet-Lillo en het gemeentelijk havenbedrijf over het beheer, onderhoud en gebruik van de Zouten.
Artikel R11 (verbindingen voor fietsers)
Er wordt vastgesteld dat er niet werd ingegaan op de vraag om enkele bijkomende fietsverbindingen aan te duiden op het grafisch plan volgens artikel R11. De stad Antwerpen blijft een grote voorstander van het gebruik van de fiets, zowel in het woon-werkverkeer als in het recreatief netwerk.
Daarom dient er, zoals gevraagd, een verbinding tussen de Smalleweg en de Noorderlaan via de spoorinfrastructuur (art. R7, Mainhub) en een verbinding tussen de Noorderlaan en de Scheldelaan via de Oosterweelsteenweg als indicatieve pijlen op het grafisch plan worden weergegeven. In artikel R6.2 (Logistiek park Schijns) dient opgenomen te worden dat in de inrichtingsstudie de fietsverbindingen in het gebied dienen bestudeerd te worden. Verder moet er in de voorschriften voor nieuwe tunnels en
spoortunnels onder het Kanaaldok en de Schelde (art. R 10) voor de toekomst een verplichte fietsverbinding geïntegreerd worden.
Ecologische infrastructuur
Tijdens de plenaire vergadering van 28 oktober 2011 heeft de stad Antwerpen gevraagd om ter hoogte van de Tijsmanstunnel zoveel mogelijk de aanwezige ecologische infrastructuur ook effectief te bestemmen als permanente ecologische infrastructuur met medegebruik (EI+). Er is echter op deze vraag niet ingegaan. In het voorschrift art. R8 (Gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur) werd wel volgende zin toegevoegd: "Een deel van het gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur aan de R2 wordt ingericht met ecologische infrastructuur. Deze ecologische infrastructuur moet eveneens voldoen aan de voorwaarden van landschappelijke inpassing."
De stad heeft er begrip voor dat, omwille van de sterke verwevenheid van de ecologische infrastructuur met infrastructurenbundel langs bijvoorbeeld de R2, hier geen apart gebied als ecologische infrastructuur herbestemd wordt. De stad stelt daarom wel voor om de bestaande ecologische infrastructuur maximaal te vrijwaren. Bij voorkeur gebeurt de vrijwaring van de bestaande EI en de potenties voor permanente ecologische infrastructuur in de gebieden voor verkeer en vervoersinfrastructuur (weg of spoorinfrastructuur), hoofdleidingstraten en ook bufferzones in de rand van het havengebied door een afdwingbare verankering van het ecologische medegebruik als nevenbestemming in de verordenende voorschriften voor deze gebieden op te nemen.
Artikel R1
Er zijn geen definities opgenomen voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerd in de stedenbouwkundige voorschriften.
Overgangsbepalingen in artikel R1 en R3
De stad Antwerpen stelt op prijs dat er rekening werd gehouden met de technische opmerkingen.
Brandweerkazerne Post Lillo
De stad Antwerpen stelt op prijs dat er rekening werd gehouden met het advies van het college, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering, waarin gevraagd wordt om ook uitbreiding van de brandweerpost mogelijk te maken. Het voorschrift werd in die zin aangepast.
Er wordt in het aangepaste voorschrift echter eveneens verwezen naar de percelen in eigendom of gebruik. Dit is echter geen ruimtelijke aanduiding en het is ook niet controleerbaar bij een bouwaanvraag (cfr. de technische opmerking over de overgangsbepaling in artikel R1). De stad Antwerpen vraagt dan ook om de laatste zin van het voorschrift te schrappen.
Vrachtwagenparking
Er werd niet ingegaan op de vraag om een zone te bestemmen als vrachtwagenparking. Binnen de bestemming van artikel R1 (gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven) is een inrichting van een bepaalde zone als vrachtwagenparking wel steeds mogelijk.
De stad Antwerpen beveelt aan dat er ook concrete acties worden ondernomen om de vrachtwagenparking ter hoogte van Asiadok te herlocaliseren.