De bedrijfseenheid stadsontwikkeling zal de nodige signalisatie aanpassen. Er zijn dus geen rechtstreekse financiële gevolgen.
Volgens artikels 42§3 en 43§2 van het Gemeentedecreet is enkel de gemeenteraad bevoegd voor het vaststellen van de gemeentelijke reglementen.
De gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) waarbij de districtsbesturen bevoegd zijn tot het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
Op 17 september 2007 (jaarnummer 2062) keurde de gemeenteraad het aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Rijnkaai in het district Antwerpen goed.
Op 20 december 2010 (jaarnummer 1592) keurde de gemeenteraad het besluit “Taxi. Aantal taxivoertuigen in Antwerpen. Verlenging tijdelijke verlaging en aanpassing norm.” goed.
Op 21 maart 2012 vond een overleg plaats tussen het Parkeerbedrijf en APTU (Antwerpse Provinciale Taxi Unie), waarop een consensus werd bereikt over het verwijderen en inrichten van taxistandplaatsen.
Op 23 april 2012 ontving het Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen (Parkeerbedrijf) de vraag van de verkeerstechnische dienst om een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap te verwijderen.
De te reglementeren openbare weg behoort tot het beheer van de stad.
De Rijnkaai is gedeeltelijk opgenomen in de zone wijk “Eilandje” waar de toegang verboden is voor bestuurders van voertuigen waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan 3,5 ton, uitgezonderd laden en lossen.
Het Parkeerbedrijf stelt voor het aanvullend verkeersreglement als volgt aan te passen:
APTU was vragende partij om de huidige taxistandplaatsen te herbekijken. Momenteel is het aantal voertuigen voor de exploitatie van een taxidienst vastgesteld op 387 voor de jaren 2011 tot 2013. Wat betreft het aantal taxistandplaatsen is het aangeraden om per twee vergunde voertuigen één taxistandplaats te voorzien. Binnen deze grenzen heeft APTU, op basis van hun praktische ervaring, de voor hen beste opties voorgesteld aan het Parkeerbedrijf. Het Parkeerbedrijf heeft al deze voorstellen onderzocht en dit heeft geleid tot het weghalen van minder zinvolle plaatsen en het creëren van een aantal nieuwe of uitbreiden van een aantal bestaande plaatsen. Hierbij blijft het aantal taxistandplaatsen, gezien over de stad Antwerpen, ongeveer gelijk aan het huidige aantal.
Het is na de heraanleg niet meer mogelijk om de algemene, voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap terug in te richten. De eerste mogelijkheid is een heel stuk verder waar er geen openbare gebouwen in de omgeving zijn.
De parkeerbalans blijft ongewijzigd.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad keurt goed om het aanvullend verkeersreglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Rijnkaai in het district Antwerpen, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 17 september 2007 (jaarnummer 2062) op te heffen en te vervangen door:
Artikel 1: de bestuurders rijdend op de Rijnkaai genieten voorrang op de bestuurders rijdend in alle daarop uitmondende openbare wegen, uitgezonderd de Dinantstraat en de Montevideostraat.
De verkeersborden B15 worden aangebracht.
In alle zijstraten worden verkeersborden B1 aangebracht, uitgezonderd aan de uitritten van de parking op de Scheldekaaien, waar de verkeersborden B5 worden geplaatst.
Artikel 2: het eenrichtingsverkeer wordt ingevoerd, langs de bebouwde zijde, in het gedeelte begrepen tussen de nummers 23-24 tot de Limastraat, met toegelaten rijrichting naar de Limastraat.
De verkeersborden C1 en F19 worden aangebracht.
Artikel 3: de toegang wordt verboden voor bestuurders van voertuigen gebruikt voor het vervoer van zaken, waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan 3,5 ton, vanaf de Amsterdamstraat richting Limburgstraat.
Het verkeersbord C21 wordt aangebracht.
Artikel 4: de toegang wordt verboden voor bestuurders van voertuigen gebruikt voor het vervoer van zaken, waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan 3,5 ton, in het gedeelte begrepen tussen de Amsterdamstraat en de Tavernierkaai, uitgezonderd plaatselijk verkeer, laden en lossen en havenvoertuigen categorieën A en B.
De verkeersborden C23 met onderbord worden aangebracht.
Artikel 5: een verplicht fietspad werd aangelegd op eigen bedding, in beide richtingen, langs de waterkeringsmuur, vanaf de Amsterdamstraat tot de Sloepenweg.
De verkeersborden D7 worden aangebracht.
Artikel 6: vanaf de Amsterdamstraat tot het nummer 36 langs de bebouwde zijde en vanaf de Tavernierkaai tot aan de Amsterdamstraat langs de waterkeringsmuur, wordt een gedeelte van de openbare weg voorbehouden voor voetgangers, fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A.
De verkeersborden D9 worden aangebracht.
Artikel 7: het parkeren wordt verboden, langs de waterkeringmuur, vanaf de Dinantstraat tot de Sint-Laureiskaai.
Een gele onderbroken streep wordt op de trottoirband aangebracht.
Artikel 8: het parkeren wordt verboden, langs de bebouwde zijde, ter hoogte van het nummer 37, aansluitend op de parkeerzone, over een afstand van 10 meter.
De verkeersborden E1 worden aangebracht.
Artikel 9: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor motorfietsen, personenauto's, auto’s voor dubbel gebruik en minibussen, langs de bebouwde zijde, ter hoogte van het nummer 37, vanaf de Dinantstraat, over een afstand van 25 meter.
Het verkeersbord E9b wordt aangebracht.
Artikel 10: de rijbaan wordt, voor het verkeer rijdend in de richting naar de haven, tussen de Amsterdamstraat en het nummer 25 verdeeld in rijstroken.
Voorsorteringspijlen worden gemarkeerd over de ganse lengte.
Het verkeersbord F13 wordt aangebracht.
Artikel 11: de rijbaan wordt tussen de Tavernierkaai en de Amsterdamstraat verdeeld in rijstroken.
Een stopstreep wordt gemarkeerd vóór de verkeerslichten aan het kruispunt met de Amsterdamstraat.
Artikel 12: een fietspad wordt gemarkeerd door twee evenwijdige witte onderbroken strepen, langs de bebouwde zijde, vanaf het nummer 36 tot het nummer 17.
Artikel 13: een oversteekplaats voor voetgangers wordt gemarkeerd door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan:
Artikel 14: een oversteekplaats, die de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen moeten volgen om de rijbaan over te steken, wordt gemarkeerd door twee evenwijdige witte onderbroken strepen, die evenwijdig lopen met de as van de dwarsende rijbaan, langs beide zijden van de Amsterdamstraat.
Artikel 15: een verkeersgeleider wordt gemarkeerd door middel van witte evenwijdige schuine strepen:
Artikel 16: een verdrijvingsvak wordt gemarkeerd door middel van witte evenwijdige schuine strepen:
vanaf de Sloepenweg tot tegenover het nummer 26;
vanaf tegenover het nummer 35 tot de Amsterdamstraat;
tegenover de Dinantstraat, aansluitend op de parkeerzone;
Artikel 17: parkeerzones worden gemarkeerd door middel van witte markeringen:
tegenover het nummer 27 tot tegenover het nummer 34;
tegenover het nummer 37 tot de Dinantstraat;
langs het Bonapartedok vanaf de Tavernierkaai tot de Sint-Laureiskaai;
vanaf de Dinantstraat over een afstand van 25 meter;
vanaf de Amsterdamstraat tot de scheiding van de nummers 18-17.
Artikel 18: de bestaande verkeerssignalisatie blijft van kracht tot de bekendmaking van onderhavig reglement.
De gemeenteraad beslist dit aanvullend reglement ter kennisgeving over te maken aan de Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Vlaamse overheid.