Art. 2.2.13.§1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zegt dat het college belast is met het opmaken van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en de nodige maatregelen tot opmaak neemt.
Het collegebesluit van 10 juli 2008 (jaarnummer 8600) dat de decretale procedure van opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan aanvult. In dit collegebesluit wordt de goedkeuring door het college van proces- en richtnota vermeld.
Voorgeschiedenis
De bijzondere plannen van aanleg (BPA) 10 'Veltwijcklaan', 11 'St.-Mariaburg-Zuid' en 12 'St.-Mariaburg-Noord' werden op 13 oktober 2003 (jaarnummer 1805) door de gemeenteraad definitief aanvaard. In november 2003 werd het dossier verstuurd naar de bevoegde minister. Het centrale uitgangspunt voor de BPA’s 10, 11 en 12 was om het verlies aan authenticiteit van architectuur en landschap te stoppen.
Na evaluatie van de BPA’s 10, 11 en 12 werd geopteerd om voor een beperkt gebied, namelijk de bouwblokken langs de Kapelsesteenweg, een nieuw BPA Kapelsesteenweg op te maken. De hoofddoelstelling van dit BPA was om binnen het studiegebied de kleinhandelszaken en residentiële functies een duidelijke plaats te geven en de verlinting van de Kapelsesteenweg tegen te gaan.
Op 18 december 2006 (jaarnummer 2692) werd bij gemeenteraadszitting het BPA Kapelsesteenweg voorlopig vastgesteld. Tijdens dezelfde zitting keurde de gemeenteraad de stopzetting van de procedure van de BPA’s 10 'Veltwijcklaan', 11 'St.-Mariaburg-Zuid' en 12 'St.-Mariaburg-Noord' goed.
Naar aanleiding van het openbaar onderzoek dat werd georganiseerd van 15 maart 2007 tot en met 15 april 2007 en het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) over het ontwerp BPA Kapelsesteenweg werd beslist om, in uitvoering van het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA), het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Mariaburg op te starten. Inhoudelijk moet dit nieuwe RUP verder bouwen op de beleidslijnen uit het BPA Kapelsesteenweg.
Op 7 september 2007 (jaarnummer 11272) keurde het college de procesnota van het RUP Mariaburg goed. In dezelfde zitting besloot het college de gemeenteraad voor te stellen de procedure van het voorlopig vastgestelde BPA Kapelsesteenweg stop te zetten op het moment dat het RUP Mariaburg voorlopig wordt vastgesteld. Het RUP Mariaburg omvat vrijwel hetzelfde studiegebied als de BPA’s 10, 11 en 12.
Op 28 augustus 2012 werd de ontwerp-richtnota informeel toegelicht aan het districtscollege Ekeren. Op 9 oktober 2012 (jaarnummer 2012_DCEK_00028) werd de richtnota ter kennisname voorgelegd aan het districtscollege. Na goedkeuring van de richtnota door het college, zal de richtnota voor advies aan het districtscollege en de GECORO worden voorgelegd.
Context
Het noordelijk deel van het studiegebied behoort tot de wijk Mariaburg. Deze wijk werd als een stedenbouwkundig homogeen geheel in het begin van de 20ste eeuw ontwikkeld. Langs beide zijden van de Kapelsesteenweg ontstond een winkelkern door de vestiging van woonondersteunende kleinhandelszaken. De achterliggende gebieden zijn voornamelijk op wonen gericht.
In het zuiden wordt het studiegebied begrensd door de wijk Donk. Deze woonwijk is minder geometrisch en gestructureerd opgebouwd, en heeft eveneens een belangrijke kleinhandelsconcentratie langs de Kapelsesteenweg. Aan de overzijde van de Kapelsesteenweg in Brasschaat varieert de schaal van de bebouwing en de functionele invulling. In het verlengde van de Prinshoeveweg ligt een kerk en een lokaal winkelcentrum.
Het gebied tussen de woonwijken Mariaburg en Donk betreft een historisch eerder ruraal landschap dat behoort tot de groene landschapsgordel ten noorden van Antwerpen. Het groene gebied is gelegen tussen een groene villawijk op Brasschaats grondgebied en het park Hof de Bist op Ekers grondgebied. Ten tijde van de vorige eeuwwisseling werden in deze groene omgeving kleine kasteeltjes en villa’s opgericht.
Het onderzoeksgebied ligt grotendeels in woongebied volgens de bestemmingen van het gewestplan Antwerpen.
In het studiegebied bestaat een sterk bewustzijn met betrekking tot het cultureel erfgoed van de wijk. De samenhang tussen het stratenpatroon, de groene accenten en de typologie van de architectuur maken van de wijk een aangename woonomgeving en een kwalitatieve stedenbouwkundige eenheid. Tijdens de laatste decennia heeft dit historische karakter echter enkele veranderingen ondergaan.
Door de bouwfysische toestand van de oorspronkelijke woningen en het beperkte aanwezige comfort worden zij volgens hedendaagse levensnormen aangepast. De aanpassingen variëren in impact op de structuur van de woning en op het straatbeeld. De verbouwingen en de wisselvallige vermenging van bouwstijlen zorgen ervoor dat het architecturaal homogene beeld op bepaalde plaatsen wordt verstoord.
Daarnaast staat ook het groengehalte, door de bebouwingsdruk en de vraag naar het bouwen met hogere woondichtheden, de laatste jaren onder druk. Het groene karakter draagt onmiskenbaar bij tot de kwaliteit van de woonomgeving en is steeds een belangrijke aantrekking geweest voor de ontwikkeling van Mariaburg als woonwijk en als recreatiegebied.
Het stadsbestuur erkent het belang van de architectuur en van groen als kwaliteitskenmerk en wil bescherming bieden aan de typische stedelijke context van Mariaburg en de algemene woon- en leefkwaliteiten. Om ervoor te zorgen dat de huidige transformaties worden afgestemd op het historische karakter moeten een aantal kwaliteitseisen geformuleerd worden. Daarom heeft de stad Antwerpen zich in het ruimtelijk structuurplan (s-RSA) geëngageerd om een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) voor Mariaburg op te maken. De ambitie van de stad is als volgt weergegeven:
‘Om het cultuurhistorisch erfgoed en zijn architectuurkenmerken en het groene karakter van Mariaburg in uitvoering te brengen, zal een RUP worden opgemaakt. Voor de binnengebieden zal een aangepaste invulling toegelaten worden in overeenstemming met het groene karakter en een beperkt woonprogramma.’
Ter voorbereiding van de richtnota werd onderzoek verricht naar de waardevolle kenmerken van de architectuur en het groen binnen het plangebied. Een Inventarisatie Onroerend Erfgoed Ekeren (T. Cappuyns, S. Van den Borne; 31 januari 2012), een Groennota (stad Antwerpen, oktober 2008) en ontwerpend onderzoek vormen de neerslag van dit onderzoek. De resultaten van dit onderzoek geven vorm aan de verdere uitwerking van het RUP Mariaburg.
Cultuurhistorisch erfgoed
De doelstelling van het RUP is om een bijkomende garantie uit te werken opdat het historisch waardevolle karakter van de wijk wordt gevrijwaard en beschermd. Het begrip ‘cultuurhistorisch erfgoed’ wordt verruimd zodat meer panden een erkenning krijgen.
In de Inventarisatie Onroerend Erfgoed Ekeren worden 311 panden geselecteerd. De geselecteerde panden krijgen een waardering en worden opgedeeld in drie categorieën: (A) waardevol, 10 panden; (B) beeldbepalend, 97 panden en (C) beeldondersteunend, 204 panden. Aan de 3 categorieën worden in het RUP voorschriften gekoppeld om het cultuurhistorisch erfgoed maximaal te beschermen. Door de dienst monumentenzorg van de stad Antwerpen werden nog 98 panden toegevoegd die de beeldkwaliteit van het plangebied in grote mate ondersteunen. Concreet gaat het bijkomend over 19 beeldbepalende en 79 beeldondersteunende panden.
Groene karakter
De doelstelling van het RUP is om, zowel voor openbaar als privaat groen, garanties uit te werken opdat de bouwmogelijkheden worden afgestemd op het waardevolle groene karakter van het plangebied.
Bescherming of behoud van waardevol privaat groen wordt gestimuleerd door voor bepaalde bouwblokken een bestemming op te leggen als woonpark en door beperkingen op te leggen voor verdere verkaveling. Daarnaast zorgt ook een beperking van nieuwe woonontwikkelingsprojecten voor het maximaal behoud van groen in de bouwblokken.
Voor het openbaar groen is het belangrijk dat de voorschriften zo worden uitgewerkt dat bij (her)aanleg wordt gestreefd naar een uniform openbaar domein voor de hele wijk. Uniformiteit zal leiden tot een sereen straatbeeld en een eenheid in het studiegebied waardoor Mariaburg zich kan manifesteren als één coherent geheel.
Ontwikkelingsmogelijkheden
In de Groennota werden de verschillende bouwblokken bekeken in functie van de ontwikkelbaarheid van het binnengebied. Algemeen wordt gesteld dat de meerderheid van bouwblokken in het projectgebied niet in aanmerking komen voor bijkomende ontwikkeling. De nadruk ligt op de verdere ontwikkeling van het bestaande groen in de private tuinen. Door hun grootte, vorm, vormverhouding en perceelsstructuur komen vier bouwblokken wel in aanmerking voor bijkomende bebouwing in het binnengebied. Ontwerpend onderzoek heeft uitgewezen welk type bebouwing hier mogelijk is, het behoud van een doorgedreven groenstructuur blijft prioritair. Voorschriften reguleren de randvoorwaarden waarbinnen deze binnengebieden kunnen ontwikkelen.
Art. 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
|
Stap |
Datum |
|
collegebesluit: procesnota |
7 september 2007 (jaarnummer 11272) |
|
collegebesluit: richtnota |
23 november 2012 |
|
collegebesluit: kennisneming voorontwerp- RUP |
|
|
districtsraad: advies |
|
|
GECORO: advies |
|
|
plenaire vergadering en adviezen |
|
|
collegebesluit: voorstel aan gemeenteraad om ontwerp RUP voorlopig vast te stellen |
|
|
gemeenteraad: voorlopige vaststelling ontwerp RUP |
|
|
openbaar onderzoek |
|
|
collegebesluit: sluiting openbaar onderzoek |
|
|
GECORO advies |
|
|
collegebesluit: voorstel aan gemeenteraad om RUP definitief vast te stellen |
|
|
gemeenteraad: definitieve vaststelling |
|
|
deputatie: goedkeuring |
|
Data in vet cursief zijn raming
Het college keurt de richtnota voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Mariaburg goed.