Terug

2012_CBS_12084 - Modernisering Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen. Aangepast verzoek tot ontheffing project-MER NV De Scheepvaart - Advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/11/2012 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_12084 - Modernisering Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen. Aangepast verzoek tot ontheffing project-MER NV De Scheepvaart - Advies - Goedkeuring 2012_CBS_12084 - Modernisering Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen. Aangepast verzoek tot ontheffing project-MER NV De Scheepvaart - Advies - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 van het Gemeentedecreet bepaalt de bevoegdheid van het college

Aanleiding en context

Datum-jaarnumer

Bestuursorgaan

Onderwerp:

1 oktober 2003 (jaarnummer 9619)

college

Economisch Netwerk Albertkanaal. Kennisname. Advies eindrapport

 

18 september 2006 (jaarnummer 1779)

gemeenteraad

Definitieve vaststelling strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen      (s-RSA)

29 januari 2007 (jaarnummer 188)

gemeenteraad

Project Bruggen Albertkanaal. Open Oproep. Intentieovereenkomst met nv Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel. Goedkeuring

29 mei 2007 (jaarnummer 1152)

gemeenteraad

Project Bruggen Albertkanaal. Samenwerkingsovereenkomst, projectdefinitie, bestek en ontwerp van overeenkomst

21 september 2007 (jaarnummer 12239)

college

Bruggen Albertkanaal. Betaling 5 laureaten. Gunning opdracht opstellen van Masterplan. Overeenkomst met  ontwerpteam

 

16 november 2007 (jaarnummer 15301)

college

Project-Milieueffectrapportage (MER) verbreding Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen. Kennisgevingsrapport. Advies. Goedkeuring

26 september 2008 (jaarnummer 11778)

college

Masterplan Bruggen Albertkanaal. Goedkeuring

7 november 2008 (jaarnummer 14045)

college

Plan-MER verbreding Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen. Kennisgevingsnota. Advies

 

29 oktober 2010 (jaarnummer 13304)

college

Project ‘Herwaardering Albertkanaal’. Stadsafvaardiging. Goedkeuring

18 november 2011

provinciebestuur

Uitwerking gebiedsgerichte aanpak Albertkanaal. Brief

9 december 2011 (jaarnummer 2011_CBS_16363) 

college 

Modernisering Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen. Aangepast ontheffingsdossier project-MER NV De Scheepvaart. Advies. Goedkeuring 

NV De Scheepvaart diende op 24 december 2010 een gemotiveerd verzoek in tot ontheffing van de opmaak van een project-MER voor het project ‘Modernisering van het Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen’. Na een adviseringsronde en overlegmomenten tussen NV De Scheepvaart en dienst Milieueffectrapportage (MER) besliste de dienst MER dat de ontheffingsaanvraag diende aangepast te worden op basis van de ontvangen adviezen en de opmerkingen van de dienst MER. 

Op 28 oktober 2011 werd een aangepaste ontheffingsaanvraag ingediend. Het college heeft deze aanvraag op 9 december 2011 (jaarnummer 2011_CBS_16363) voorwaardelijk gunstig geadviseerd, mits:

  1. alle uitspraken in verband met de Kop van Merksem, dit is het gebied langs en ten noorden van het Albertkanaal gelegen tussen de Ingenieur Mennesbrug en de Burgemeester Theunisbrug, en de Carettestraat afhankelijk gemaakt worden van het gebiedsgericht planproces dat het provinciebestuur heeft opgestart;
  2. er naar de bedrijven toe meer duidelijkheid over het project verschaft wordt;
  3. er rekening wordt gehouden met de werken aan de Bredabaan.

Het districtscollege van Merksem heeft in zitting van 16 december 2011 (jaarnummer 5299) een advies goedgekeurd dat eveneens voorwaardelijk gunstig was mits het naleven van dezelfde voorwaarden. Bijkomend werd als voorwaarde gesteld dat de Vaartkaai na de verbreding opnieuw naast het kanaal komt te liggen in omstandigheden die het verkeer veilig laten doorstromen. Naar aanleiding van de adviezen en opmerkingen van de dienst MER werd om bijkomende aanpassingen gevraagd (brief van 23 december 2011 aan NV De Scheepvaart). 

Op 2 februari 2012 werden, tijdens een terreinbezoek in de Carettestraat, door de NV De Scheepvaart 4 mogelijkheden van omlegging van de Vaartkaai voorgesteld. De dienst MER, het district Merksem en de stad Antwerpen waren eveneens aanwezig. Er werd geconcludeerd dat deze 4 varianten in het ontheffingsdocument ten opzichte van elkaar afgewogen dienen te worden voor de verschillende disciplines. Bij deze afweging dient rekening gehouden te worden met de huidige gewestplanbestemmingen en de intentie van NV De Scheepvaart om watergebonden bedrijvigheid aan te trekken, maar eveneens dient rekening gehouden te worden met het ontwikkelingsscenario, meer bepaald de visie van de stad Antwerpen zoals opgenomen in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen, met een mogelijke invulling van deze zone als gemengde zone voor wonen en verweefbare bedrijvigheid. Tevens dient bij de milderende maatregelen bekeken te worden of aanleg van een groenzone /bufferzone zich opdringt en welke zone hiervoor het meest geschikt is, dit zowel voor het basisproject (invulling met watergebonden bedrijvigheid) als voor het ontwikkelingsscenario. De dienst MER heeft in een addendum (dd. 1 juni 2012), horende bij de vraag tot aanpassing, gevraagd om deze elementen in het ontheffingsdocument op te nemen. 

Op 15 oktober 2012 werd een aangepaste (derde versie) van ontheffingsaanvraag ingediend. De dienst MER dient binnen een termijn van 60 kalenderdagen een beslissing te nemen aangaande dit verzoek tot ontheffing. Op 22 oktober heeft het college via brief (VIP14 001-2012-068564) de vraag gekregen om een advies te bezorgen tegen ten laatste 23 november 2012. Op basis van de verkregen adviezen beslist de dienst MER autonoom of de vraag tot ontheffing al dan niet wordt ingewilligd. 

Het districtscollege van Merksem heeft in zitting van 9 november 2012 (jaarnummer 2012_DCME_00042) een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht, met volgende voorwaarden:

  1. uitspraken in verband met de Kop van Merksem en de Carettestraat afhankelijk gemaakt worden van het gebiedsgericht planproces ‘Herwaardering Albertkanaal’ dat door het provinciebestuur werd opgestart;
  2. er naar de bedrijven toe meer duidelijkheid over het project wordt verschaft;
  3. er rekening gehouden wordt met de werken aan de Bredabaan;
  4. de breedte van de langsinfrastructuren wordt bepaald op basis van het STOP-principe;
  5. er geen watergebonden activiteiten worden voorzien;
  6. voor de heraanleg van de Vaartweg geopteerd wordt voor scenario 3 of 4 met een volwaardig fietspad langs het kanaal en het verwijderen van de spoorweglijn.

 

 

 

Argumentatie

Dit advies bouwt verder op het advies dat door het college werd uitgebracht in zitting van 9 december 2011. 

Het project om het Albertkanaal te moderniseren is een noodzakelijk project dat een betere modal split in het vrachtverkeer van en naar de haven mogelijk moet maken. In principe draagt het project dan ook de steun van de stad Antwerpen mee. De invloed van een project van deze omvang op de omgeving mag echter niet uit het oog verloren worden. Er werd dan ook reeds een plan-MER opgemaakt. 

Het provinciebestuur van Antwerpen is recent gestart met een gebiedsgericht planproces ‘Herwaardering Albertkanaal: Deurne, Merksem, Schoten en Wijnegem’. In het ontheffingsdossier wordt echter reeds een belangrijke voorafname gedaan op dit planproces. In functie van de realisatie van watergebonden bedrijvigheid aan de Kop van Merksem wordt een afweging gemaakt van 4 alternatieven voor de verplaatsing van de parallelweg ten noorden van het Albertkanaal (3 van de 4 alternatieven betreffen een omleiding naar de Carettestraat). Er wordt bij deze afweging echter geen rekening gehouden met het ontwikkelingsscenario, meer bepaald de visie van de stad Antwerpen zoals opgenomen in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen, met een mogelijke invulling van deze zone als gemengde zone voor wonen en verweefbare bedrijvigheid. Dit was nochtans duidelijk gevraagd door de dienst MER in het addendum horende bij de vraag tot aanpassing. Voor de stad Antwerpen blijft de ontwikkeling van de Kop van Merksem eenzijdig tot watergebonden bedrijventerrein met inbegrip van het omleiden van de parallelweg niet wenselijk. Het blijft dan ook aangewezen om via het gebiedsgericht geïntegreerd planproces ‘Herwaardering Albertkanaal: Deurne, Merksem, Schoten en Wijnegem’ tot een gezamenlijke visie te evolueren. Iedere voorafname op dit planproces dient zoveel mogelijk vermeden te worden. Dit geldt bijvoorbeeld eveneens voor de opties rond de parallelweg ten zuiden van het kanaal. 

Het aangepaste ontheffingsdossier is nog steeds onduidelijk over de impact op de bedrijven gelegen langs het Albertkanaal. Uit de plannen kan niet worden afgeleid welke terreinen zullen worden verworven, hetzij minnelijk hetzij door te onteigenen. Onduidelijkheid is niet bevorderlijk voor een goed investeringsklimaat. De stad Antwerpen vraagt dan ook om, parallel en in overeenstemming met het gebiedsgericht planproces ‘Herwaardering Albertkanaal’, blijvend aandacht te hebben voor duidelijkheid naar de bedrijven omtrent het project.

De heraanleg van de Bredabaan is inmiddels gestart en zal twee jaar duren. Er wordt in het aangepaste ontheffingsdossier echter geen melding gemaakt van deze werken. Dit was nochtans duidelijk gevraagd door de dienst MER in de vraag tot aanpassing (23 december 2011). Het afsluiten van de Frans de l’Arbrelaan voor doorgaand verkeer en de nieuwe configuratie zal een grote invloed hebben op de bewegingen rond het projectgebied. Dit moet worden meegenomen. 

Aangezien er weinig tot geen rekening werd gehouden met de opmerkingen van de stad Antwerpen uit het advies dat door het college werd uitgebracht in zitting van 9 december 2011, adviseert de stad Antwerpen opnieuw voorwaardelijk gunstig op de voorliggende vraag tot ontheffing mits: 

  1. voorafnames op het gebiedsgericht planproces ‘Herwaardering Albertkanaal’, dat door het provinciebestuur werd opgestart, vermeden worden (zoals uitspraken in verband met de Kop van Merksem en de Carettestraat, maar ook in verband met de parallelweg ten zuiden van het Albertkanaal);
  2. er naar de bedrijven meer duidelijkheid over het project wordt verschaft;
  3. er rekening gehouden wordt met de heraanleg van de Bredabaan.

Juridische grond

Decreet betreffende milieueffect- en veiligheidsrapportage van 18 december 2002 (B.S. 13 februari 2003).

Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage van 10 december 2004 (B.S. 17 februari 2005)

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college adviseert het verzoek tot ontheffing van de opmaak van een project-MER voor het project ‘Modernisering van het Albertkanaal tussen Wijnegem en Antwerpen’ voorwaardelijk gunstig, mits: 

  1. voorafnames op het gebiedsgericht planproces ‘Herwaardering Albertkanaal’, dat door het provinciebestuur werd opgestart, vermeden worden (zoals uitspraken in verband met de Kop van Merksem en de Carettestraat, maar ook in verband met de parallelweg ten zuiden van het Albertkanaal);
  2. er naar de bedrijven meer duidelijkheid over het project wordt verschaft;
  3. er rekening gehouden wordt met de heraanleg van de Bredabaan.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.