Terug

2012_CBS_07521 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Indulease nv - Terbekehofdreef 18 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/258/JV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/07/2012 - 10:30 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_07521 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Indulease nv - Terbekehofdreef 18 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/258/JV - Goedkeuring 2012_CBS_07521 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Indulease nv - Terbekehofdreef 18 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/258/JV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Indulease nv - Boomsesteenweg 400 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat een garage met bevoorradingsstation en carwashinstallatie.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Indulease nv, Boomsesteenweg 400, 2610 Wilrijk-Antwerpen, om op de percelen te 2610 Wilrijk-Antwerpen, Terbekehofdreef 18, kadastraal gekend als Antwerpen afdeling 44 sectie D nummers 203 H, 207 D, 207 F en 208 G, een garage met bevoorradingsstation en carwashinstallatie te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
1. Algemene voorwaarden:

V01 algemene milieuvoorwaarden - algemeen - hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
V02 algemene milieuvoorwaarden - geluid - hoofdstuk 4.5 en bijlage 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
V03 algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater - hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1,  4.2.5.2 en 4.2.5.4.

2. Sectorale voorwaarden:

V26 bedrijfsafvalwaters - afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2;
V37 garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen  - hoofdstuk 5.15;
V38 gassen - gemeenschappelijke bepalingen - afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;
V40 gassen - koelinrichtingen/compressoren - afdeling 5.16.3;
V46A opslag van gevaarlijke stoffen - ondergrondse en bovengrondse houders - afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;
V46B opslag van gevaarlijke stoffen - ondergrondse houders - afdeling 5.17.2 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.7;
V46C opslag van gevaarlijke stoffen - bovengrondse houders - afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlagen- 5.17.7;
V47 beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen bij opslag en verlading van benzine - afdeling 5.17.4 en bijlage 5.17.9, 5.17.10, 5.17.11 en 5.17.12;
V57 brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen - afdeling 5.17.5;
V67 metalen - hoofdstuk 5.29.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarde en brandweervoorwaarden dient na te leven:

- bijzondere voorwaarde:

De KWS-afscheider dient zo vaak als voor een goede werking noodzakelijk is nagekeken te worden en indien nodig moet het vervuilde water en slib afgevoerd worden door een erkende ophaler.

- brandweervoorwaarden:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:


1. Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz.
In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
 
2. Een snelblustoestel van 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 – dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.
 
3. Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
 
4. Het gebouw dient uitgerust met een automatische branddetectie-installatie van het type algemene bewaking conform NBN S21-100.
 
5. De containerloods dient bijkomend voorzien van een branddetectie systeem dat bij brand de juiste locatie van de brandende container bepaald. Het computergestuurde systeem dient deze container dan met voorrang uit de opgestapelde containers te halen op vraag van de brandweer.
 
6. In gebouw dient een gepaste alarminstallatie geïnstalleerd te worden.
 
7. Een ringvormige bluswaterleiding dient geplaatst, om de 60 à 80 meter ongeveer, dienen bovengrondse hydranten voorzien te worden welke minstens conform het type BH 100 volgens de Belgische norm NBN S21.019 zijn en voorzien zijn van afsluiters op de uitgeefkanten van 70 mm doorsnede. Deze hydranten leveren water onder voldoende druk zonder dat enige voorafgaande bediening noodzakelijk is.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 20 juli 2012 en eindigt op 20 juli 2032.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.