Terug

2012_CBS_07522 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Lombaerts Industrie nv - Terbekehofdreef 16 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/253/JV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 20/07/2012 - 10:30 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_07522 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Lombaerts Industrie nv - Terbekehofdreef 16 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/253/JV - Kennisneming 2012_CBS_07522 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Lombaerts Industrie nv - Terbekehofdreef 16 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2012/253/JV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

1. Algemene voorwaarden:

V01

algemene milieuvoorwaarden - algemeen - hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

V02

algemene milieuvoorwaarden - geluid - hoofdstuk 4.5 en bijlage 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

V03

algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater - hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4.

2. Sectorale voorwaarden:

V26

bedrijfsafvalwaters - afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2;

V38

gassen - gemeenschappelijke bepalingen - afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

V40

gassen - koelinrichtingen/compressoren - afdeling 5.16.3;

V44

gassen - opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten - afdeling 5.16.5 en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;

V46A

opslag van gevaarlijke stoffen - ondergrondse en bovengrondse houders - afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

V46C

opslag van gevaarlijke stoffen - bovengrondse houders - afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlagen- 5.17.7;

V67

metalen - hoofdstuk 5.29.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarde dient na te leven:

  • de KWS-afscheider dient zo vaak als voor een goede werking noodzakelijk is nagekeken te worden en indien nodig moet het vervuilde water en slib afgevoerd worden door een erkende ophaler.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.