Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Maconal Food nv - Werkhuizenkaai 22 - 1000 Brussel. De aanvraag omvat een distributiecentrum met verwerking van goederen, ontpakken en herverpakken van goederen.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Maconal Food nv, Werkhuizenkaai 22, 1000 Brussel, voor de inrichting gelegen te Tweemontstraat 72, 2100 Deurne-Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een distributiecentrum met verwerking van goederen, ontpakken en herverpakken van goederen.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
Algemene en sectorale voorwaarden:
|
V01 |
algemene milieuvoorwaarden (hoofdstuk 4.1); |
|
V02 |
algemene milieuvoorwaarden, geluid (hoofdstuk 4.5); |
|
V35 |
elektriciteit (hoofdstuk 5.12); |
|
V37 |
garages en parkeerplaatsen (hoofdstuk 5.15); |
|
V38 |
gassen, algemeen (hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1); |
|
V40 |
gassen, compressoren en koelinrichtingen (hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3); |
|
V46A |
gevaarlijke producten, algemene bepalingen (hoofdstuk 5.17, afdeling 5.17.1); |
|
V59 |
hout, algemeen (hoofdstuk 5.19, afdeling 5.19.1); |
|
V77 |
papier (hoofdstuk 5.33); |
|
V107A |
verbrandingsinrichtingen – algemene bepalingen (hoofdstuk 5.43, Afdeling en 5.43.1 en 5.43.4); |
|
V107D |
verbrandingsinrichtingen – kleine stookinstallaties (hoofdstuk 5.43, subafdeling 5.43.2.3); |
|
V109 |
algemene milieuvoorwaarden, licht (hoofdstuk 4.6). |
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:
1 Bijzondere voorwaarde:
2 Brandweervoorwaarden:
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
A. Snelblustoestellen (poeder of waterschuim)
Snelblustoestellen van minstens een bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC of waterschuim - dienen doelmatig verdeeld te worden over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m2 beschikt.
B. Snelblustoestellen (CO2)
Snelblustoestellen van het type 5 kg CO2 - 1/2 bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dienen in overtal aangebracht nabij de toegang tot een eventuele hoogspanningscabine en in de omgeving van elk belangrijk elektriciteitsbord.
C. Muurhaspels
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggenafstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
D. Bovengrondse hydrant
Een bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dient voorzien.
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een lei ding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.
De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 15 juni 2012 en eindigt op 15 juni 2032.