Op 12 mei 2006 besliste het college (jaarnummer 5646) om in te gaan op de vraag van de Chinese gemeenschap voor het plaatsen van een pagodepoort in de Van Wesenbekestraat aan de zijde van de Gemeentestraat. Het college gaf met dit besluit tegelijk de opdracht aan stadsontwikkeling om adviezen in te winnen, om de randvoorwaarden op te geven voor het bouwen van de poort, om de funderingsmogelijkheden te onderzoeken en om afspraken te maken met de Chinese gemeenschap over ontwerp en procesverloop.
Op 29 februari 2008 keurde het college de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning en het plan voor de bouw van de pagodepoort goed (jaarnummer 2280). De stedenbouwkundige vergunning voor de poort werd afgeleverd op 11 augustus 2008.
Met het collegebesluit van 18 december 2009 (jaarnummer 18095) en met het gemeenteraadsbesluit van 25 januari 2010 (jaarnummer 116) werd de overeenkomst voor de aankoop en de plaatsing van de pagodepoort tussen de stad Antwerpen, tussen de vzw CCP en Autonoom Gemeentebedrijf Stadsplanning Antwerpen goedgekeurd. In het collegebesluit van 18 december 2009 geeft het college de opdracht aan stadsontwikkeling om het project verder op te volgen en de aanbesteding te organiseren voor de uitvoering van deel 1 van de werken, zijnde de ruwbouw en de bovengrondse draagconstructie.
Het college keurde op 12 maart 2010 (jaarnummer 2848) de aanbestedingsdocumenten (bestek SW/OD/08/5190, plaatsen van een metaalconstructie, structuur en stelling in de Van Wesenbekestraat) goed. In zitting van 28 mei 2010 (jaarnummer 6333) gunde het college deel 1 van de werken aan de Chinese pagodepoort, met name het plaatsen van een metaalconstructie, structuur en stelling, op basis van het bestek SW/OD/08/5190 te gunnen aan Brebuild nv tegen de som van 132.918,50 EUR inclusief btw.
De stad heeft via AG Stadsplanning een toelage voorzien van maximaal 75.000,00 EUR ten voordele van de vzw CCP voor de uitvoering van deel 2 van de werken, zijnde de aankoop, afwerking en bijhorende kosten van het kunstwerk pagodepoort.
Met het besluit van 10 september 2010 (jaarnummer 11111) nam het college kennis van het programma van de officiële inhuldiging van de Chinese pagodepoort op woensdag 29 september 2010.
Met het besluit van 28 mei 2010 (jaarnummer 6333) gaf het college opdracht aan stadsontwikkeling om vanaf begroting 2011 de nodige kredieten te voorzien voor de jaarlijkse onderhouds- en beheerskosten. De technische uitvoering van het jaarlijkse onderhoud gebeurt door patrimoniumonderhoud.
Een burger meldde dat er dakpannen losgekomen waren op de Chinese pagodepoort in de Van Wesenbekestraat. Naar aanleiding daarvan werd er door de veiligheidsingenieur van patrimoniumonderhoud, samen met brandweer, lokale politie en De Lijn, een inspectie uitgevoerd van het dak van de poort in de nacht van 5 op 6 december 2011 om 01.30 u in de ochtend. Dit tijdstip werd zo gekozen, omdat er tussen 01.30 u en 04.45 u in de ochtend geen tramverkeer is, dat technisch zou gehinderd worden door de werken.
Tijdens de interventie met de kraanwagen bleek de conditiestaat van de daken van de poort zorgwekkend. Verschillende pannen liggen los, sommige pannen zijn enkele centimeters afgeschoven. Enkele losgekomen pannen werden afgenomen en in bewaring genomen. Om alle losliggende pannen af te nemen was er ruim onvoldoende tijd.
De veiligheidsingenieur van patrimoniumonderhoud oordeelde dat deze situatie, met vele losliggende en losgekomen dakpannen boven het openbaar domein een ernstig risico inhoudt voor de openbare veiligheid. Teneinde de openbare veiligheid te verzekeren, werd onmiddellijk in de ochtend van 6 december 2011, na overleg met de stadsingenieur, de verkeerspolitie en De Lijn, de Van Wesenbekestraat en de omgeving rond de pagodepoort afgesloten voor alle verkeer.
In de ochtend van 6 december 2011 werden de aannemers Travhydro nv uit Antwerpen en Brebuild nv uit Antwerpen opgevorderd voor het plaatsen van een veiligheidsstelling rond de pagodepoort. Dit om het openbaar domein opnieuw te kunnen vrijgeven voor het verkeer. De stelling vormt ook een werkvloer voor dakinspectie en toekomstige herstelwerkzaamheden. De aannemers hebben de veiligheidswerken aan de pagodepoort onmiddellijk aangevat. De aannemers werden opgevorderd omwille van hun ervaring en know-how als uitvoerders bij de oprichting van de poort in 2010 (bestek SW/OD/08/5190).
De Lijn werd aangesproken voor het spanningsloos zetten, het loskoppelen en vastmaken van de bovenleidingen van de tram en voor het omleiden van tramlijn 12.
De stellingconstructie werd voltooid op zaterdag 10 december 2011. Op zondag 11 december werd de situatie volledig vrijgegeven en reed tram 12 weer normaal.
De volgende vorderingen werden ondertussen ingediend voor deze veiligheidswerken:
De huur van de stelling van Travhydro vanaf 1 januari 2012 is in deze bedragen niet inbegrepen en bedraagt 235,95 EUR inclusief btw per kalenderweek.
Om de toegang tot de stelling te verhinderen voor onbevoegden (risico voor beschadigingen, vandalisme, diefstal, elektrocutie enz.) werd een aanvullende prijsvraag opgestart voor het afsluiten van de stelling, onderaan op straatniveau, met een systeem van houten plaatmateriaal op houten kepers tot een hoogte van ca. 3,60 m boven de stoep. De uitgave voor deze werken, voor het afsluiten van de stelling, wordt geraamd op 8.000,00 EUR inclusief btw.
Naar aanleiding van de schade die door de veiligheidsingenieur werd vastgesteld tijdens de interventie van 6 december 2011, werd er een dossier opgestart met betrekking tot het onderzoek naar de oorzaak en de herstelling van de schade.
Op basis van het vastgestelde schadebeeld (verminderde hechting tussen de mortel en de dakpannen) werd er op 13 januari 2012 een eerste prijsvraag verstuurd voor een onderzoek naar de samenstelling van een mortelstaal. De onderzoeksmethodes die door de onderzoeksinstellingen worden aangeboden in de prijsofferte bleken bij nader inzien niet geschikt voor de gebruikte morteltoepassing. Onder meer om deze reden werd de eerste prijsvraag geannuleerd en werd er op 12 april een aangepaste prijsvraag uitgeschreven.
Op 12 april 2012 werd een plaatsbezoek aan de pagodepoort georganiseerd in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de stad Antwerpen en van de vzw CCP. Door de vertegenwoordigers van vzw CCP werd bevestigd dat de dakpannen normaal gezien vol in een kalkmortel hadden gelegd moeten worden en dat de huidige samenstelling van de kwestieuze mortel vermoedelijk niet beantwoordt aan de code van de goede praktijk.
Ter plaatse, in aanwezigheid van beide partijen, werd vastgesteld dat de schade aan het dak ondertussen erger wordt: grote volumetoename van de mortel, verlies van de hechting tussen de mortel en de dakpannen en verlies van de integriteit (stevigheid en hardheid) van de mortel. Dit schadebeeld doet zich globaal voor aan alle delen van het dak van de pagodepoort.
Op basis van de nieuwe gegevens uit het plaatsbezoek, werd er op 12 april 2012 een aangepaste prijsvraag uitgeschreven voor een expertise-opdracht naar de samenstelling van de mortel, de gebreken en de oorzaken van de schade.
De prijsvraag werd verstuurd aan de volgende onderzoeksinstellingen:
Het departement burgerlijke bouwkunde, Laboratorium Reyntjens, van de KU Leuven kwam als meest voordelige uit de prijsvraag en heeft de opdracht toegewezen gekregen. Op woensdag 2 mei 2012 werden in aanwezigheid van prof. dr. ir. arch. Koenraad Van Balen en van de veiligheidsingenieur een drietal mortelstalen genomen op verschillende plaatsen aan het dak van de pagodepoort.
Het rapport van het onderzoek werd door de KU Leuven aangeleverd op 25 mei 2012. Dit onderzoek en het rapport hebben geen tegensprekelijk karakter in de context van een schade-expertise met andere betrokken partijen aangezien het onderzoek eenzijdig werd besteld door de stad Antwerpen zonder betrokkenheid van de andere partijen bij de opdrachtomschrijving en de onderzoeksdaden.
In de conclusie van het rapport wordt onder meer het volgende gesteld:
Op 2 mei 2012 vond een overleg plaats tussen patrimoniumonderhoud en vertegenwoordigers van de vzw CCP over de schade en over de aansprakelijkheid voor de schade. De aard en de omvang van de schade zelf waren al eerder vastgesteld door beide partijen en worden zowel door de stad als door de vzw CCP erkend.
De stad vroeg aan de vzw CCP, die zich bereid verklaarde, om op te treden als intermediaire partij bij de contacten en onderhandelingen met de Chinese uitvoerder en ontwerper. De vzw CCP zou contact zoeken met de Chinese partner, Tianjin Metallurgical Planning & Designing Institute (TMP & DI), te weten de ontwerper-uitvoerder van het kunstwerk, om het schadedossier toe te lichten, om te wijzen op de verantwoordelijkheid van de uitvoerders en om te onderhandelen over de herstellingsmogelijkheden en over de financiering van de kosten.
Op 8 mei 2012 laat de vzw CCP weten dat een schrijven zal vertrekken aan TMP & DI waarin de vzw bij deze Chinese partner op zijn verantwoordelijkheden wijst.
Op 20 mei 2012 bezorgt de vzw CCP (de Nederlandse vertaling van) de brief aan TMP & DI en (de Nederlandse vertaling van) het antwoord van TMP & DI aan de vzw CCP. In deze laatste brief protesteert TMP & DI zijn verantwoordelijkheid als ontwerper-uitvoerder volledig.
Patrimoniumonderhoud oordeelt enerzijds dat de schade aan het dak een verborgen gebrek betreft dat onder de 10-jarige aansprakelijkheid valt van aannemer en architect, ongeacht de verkoop of schenking van het eigendom binnen deze termijn.
In de overeenkomst tussen de stad Antwerpen en de vzw CCP, werd anderzijds afgesproken dat de vzw CCP zou instaan voor ‘de aankoop van het kunstwerk en voor de afwerking ervan door Chinese gespecialiseerde arbeiders’. Uit aankoopfacturen blijkt bovendien dat de vzw CCP tijdens de realisatie van het dak van de poort, in de hoedanigheid van bouwheer, eveneens betrokken was bij de aankoop van materialen en grondstoffen.
Op basis hiervan en op basis van de conclusie in het technisch rapport van het mortelonderzoek door de KU Leuven adviseert patrimoniumonderhoud om de uitvoerder-ontwerper van het dak van de poort, met name de firma Tianjin Metallurgical Planning & Designing Institute, en de vzw CCP als bouwheer van het dak en als betrokken partij bij de aankoop van materialen en grondstoffen, in gebreke te stellen voor de schade aan het dak van de pagodepoort.
Bij de ingebrekestelling zal er bij de partijen op aangedrongen worden om binnen een redelijke termijn een plan van aanpak voor te leggen bij de stad, hetzij voor de herstelling van de schade met eigen middelen, hetzij voor de financiering van de herstellingswerken georganiseerd door de stad.
Al naargelang het antwoord en het ingenomen standpunt van de ingebreke gestelde partijen adviseert patrimoniumonderhoud om nadien:
Op basis van de nu beschikbare gegevens raamt patrimoniumonderhoud de kosten als volgt:
Patrimoniumonderhoud adviseert om voldoende kredieten vrij te maken voor de eventuele aanstelling van een onafhankelijk expert en voor een eventuele rechtsgang met eventuele aanstelling van een gerechtsdeskundige.
Patrimoniumonderhoud adviseert om, parallel aan het technisch onderzoek naar de oorzaken van de schade en parallel aan bovengenoemde (minnelijke of gerechtelijke) procedure, reeds technisch advies in te winnen over de mogelijke herstellingsmethoden die een garantie geven op een langdurige goede conditiestaat van de poort, en aansluitend reeds een procedure op te starten voor de aanbesteding van de herstellingswerken.
Op basis van de nu beschikbare gegevens raamt patrimoniumonderhoud de herstellingswerken aan het dak als volgt:
Patrimoniumonderhoud adviseert om deze kredieten te voorzien op de begroting van 2013 in afwachting van het technische onderzoek en van een akkoord over de verdeling van de aansprakelijkheden en de onkosten.
Het bedrag dat door stadsontwikkeling voorzien wordt voor jaarlijkse onderhouds- en beheerskosten, bedraagt 11.000,00 EUR. Dit bedrag blijkt, op basis van de gegevens uit het actuele schadedossier, veel te laag. Elke interventie voor nazicht of onderhoud aan het dak van de poort (gelegen boven de elektrische bovenleidingen van De Lijn) impliceert telkens volgende specifieke voorbereiding en kosten (bovenop de kosten van de onderhoudswerken):
De poort zal steeds een zorgenkind blijven voor de stad, door de technische moeilijkheden van de huidige locatie. Nochtans heeft de stad in haar contract met de vzw CCP het engagement aangegaan om de poort te behouden en te renoveren op de huidige locatie en om, indien het kunstwerk ooit verplaatst of afgebroken zou worden, daarover voorafgaandelijk overeen te komen met de vzw CCP.
Op donderdag 31 mei 2012 werd er door patrimoniumonderhoud, in overleg met de heer Guy Lauwers, schepen voor openbare werken, en de heer Ludo Van Campenhout, schepen voor stadsontwikkeling, volgend plan van aanpak uitgewerkt voor het verdere verloop in dit dossier:
Het college beslist om goedkeuring te verlenen aan hogervernoemd plan van aanpak.
Het college geeft opdracht aan:
|
Dienst |
Taak |
|
patrimoniumonderhoud |
de vzw CCP en de firma Tianjin Metallurgical Planning & Designing Institute in gebreke stellen voor de schade |
|
patrimoniumonderhoud |
technisch advies inwinnen over de mogelijke herstellingsmethoden en aansluitend een procedure starten voor de aanbesteding van de herstellingswerken |