Samenstelling
Aanwezig
Patrick Janssens, burgemeester;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Luc Bungeneers, schepen;
Guy Lauwers, schepen;
Leen Verbist, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Robert Voorhamme, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Güler Turan, schepen;
Serge Muyters, waarnemend korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_07980 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - One Fleet Services nv, Boomsesteenweg 938, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/337/IB - Kennisneming
Motivering
Gekoppelde besluiten
Vlarem. Milieuvergunning klasse 2 aan Carinco n.v., (car-wash) v
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.
Aanleiding en context
Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden, conform de wetgeving, aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.
Argumentatie
De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.
Artikel 2
Het college wijst erop dat de volgende bijzondere voorwaarden van toepassing zijn:
- wegrijdende auto’s moeten droog zijn om ijzelvorming in de winter te vermijden;
- gevaarlijke producten moeten opgeslagen worden boven een voldoende grote inkuiping of opvangbak;
- de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen dat alle gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen, evenals de lediging van de olieafscheider, opgehaald werden door een erkende ophaler;
- de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen hoeveel wagens er gewassen worden;
- de mazouttank dient correct buiten gebruik gesteld en verwijderd te worden.
Artikel 3
Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.