Terug

2012_CBS_08835 - Interne staatshervorming doorbraak 63. Bevoegdheidsverdeling waterlopen - advies en collegiale brief - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 24/08/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_08835 - Interne staatshervorming doorbraak 63. Bevoegdheidsverdeling waterlopen - advies en collegiale brief - Goedkeuring 2012_CBS_08835 - Interne staatshervorming doorbraak 63. Bevoegdheidsverdeling waterlopen - advies en collegiale brief - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Met het besluit van de gemeenteraad van 20 maart 2000 (jaarnummer 619), aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307), kregen de districten de bevoegdheid over het decentraal publiek domein, groenvoorziening en openbare werken. Het stadsbestuur is mee bevoegd voor alle werken afgesloten binnen convenanten met andere overheden.

Aanleiding en context

In april 2011 is door de Vlaamse regering het Witboek Interne Staatshervorming goedgekeurd. Een van de beginselen van het Witboek is het streven naar minder bestuurslagen per beleidssector. Doorbraak 63, betreffende waterbeleid en waterbeheer, stelt als doel de inschaling van de onbevaarbare waterlopen te herbekijken in samenspraak met de betrokkene besturen. Het Witboek stelt dat de band tussen niveau (gewest, provincie, gemeente) en categorie (1, 2 en 3) blijft, maar dat de overnamepunten kunnen verschuiven, als daar op het terrein effectief nood aan is. Het doel is de versnippering van het lokale waterbeheer tegen te gaan.

De Vlaamse Milieumaatschappij leidt het overleg en heeft in november 2011 stad Antwerpen uitgenodigd voor het overleg rond de implementering van de doorbraak 63. Inmiddels hebben meerdere overlegmomenten plaatsgevonden. In een eerste studiefase zijn een zevental deelbekkens in Vlaanderen afgebakend. Het afstroomgebied van de Benedenvliet is als studiegebied geselecteerd. Hier beheert de stad Antwerpen een deel van de Grote Leigracht en een niet-geklasseerde waterloop gelegen langs het Klaverbladdreef.

De Provincie Antwerpen is eveneens een studie gestart naar bevoegdheidsverdeling van onbevaarbare waterlopen. De gemeenteraad keurde op 21 juni 2010 (jaarnummer 891) een samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken gemeenten en de provincie goed, om te participeren met een aandeel van 23.083,00 EUR. In opdracht van de provincie werkt een extern studiebureau aan een haalbaarheidsstudie voor het herklasseren en hernoemen van de waterlopen in het afstroomgebied van de Benedenvliet. In een brief van 4 december 2011 en tijdens de overlegmomenten stelt de provincie zich bereid het beheer van derde categorie waterlopen op zich te nemen. Dat geldt ook voor niet-geklasseerde oppervlaktewaterlichamen die in functie van het watersysteem een opwaardering naar een officiële waterloop vergen. Het provinciebestuur vraagt de gemeentebesturen een principieel standpunt in te nemen over doorbraak 63 en het voorstel voor bevoegdheidsherverdeling van waterlopen. Het eindrapport verwacht men in september 2012 en wordt ter kennisgeving overgemaakt aan de Vlaamse minister voor Leefmilieu.

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) roept in een brief van november 2011 de gemeenten op actief deel te nemen aan de studie. Concreet stelt de VVSG dat de gemeente goed geplaatst is de derde categorie waterlopen en grachten te beheren en een gelijkwaardige overlegpartner is.

 

Argumentatie

De Vlaamse Milieumaatschappij, de Provincie Antwerpen, alsmede een groot aantal gemeentelijke waterloopbeheerders in het studiegebied geven de voorkeur aan het opwaarderen van derde categorie onbevaarbare waterlopen naar de tweede categorie. Belangrijke argumenten zijn tekorten aan financiële middelen en kennis op gemeentelijk niveau om aan degelijk beheer en onderhoud te doen. Veel gemeentebesturen hebben inmiddels positief gereageerd op het aanbod van de provincie en dat in besluiten vastgelegd. Het college wordt gevraagd naar haar standpunt over het voorstel.

Het college wenst alvorens een advies uit te brengen eerst een uitgewerkt voorstel te ontvangen. Belangrijke punten die duidelijk beschreven dienen te worden, zijn:

  • afspraken omtrent de invulling van de beheerstaken, alsmede de eigendomsrechten van de waterloopbedding en de afstemming op huidige en toekomstige visies in het waterbeleid;
  • regels rond communicatie, overleg en inspraak dienen duidelijk en afdwingbaar beschreven te zijn.

Juridische grond

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, artikel 31, is van toepassing.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist nog geen advies uit te brengen over de voorgenomen herklassering in het kader van doorbraak 63 en beheersoverdracht van de waterlopen in het studiegebied deelbekken Benedenvliet. Het college wenst eerst verdere afspraken te maken en wacht op een uitgewerkt voorstel.

Artikel 2

Het college beslist de onderstaande collegiale brief gericht aan de Vlaamse Milieumaatschappij goed te keuren.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.