60.000 inwoners worden blootgesteld aan te hoge geluidsniveaus. Wegverkeer is hiervan de grootste oorzaak.
Berekeningen en praktijkervaringen tonen aan dat, zonder verstrenging van de geluidsemissienormen van de voertuigen zelf, alle andere mogelijke geluidsreducerende maatregelen samen voor maximum 5 tot 7 dB kunnen bijdragen aan de vermindering van de geluidsoverlast in de steden. Dit is onvoldoende om de leefkwaliteit in de steden te garanderen en de gezondheidsproblemen voortkomend uit geluidshinder te verminderen.
Een brongerichte aanpak, met andere woorden de geluidsemissie van de voertuigen zelf, is cruciaal om de geluidshinder aan te pakken. Gezien het feit dat het verkeer steeds meer toeneemt, is het voor steden van groot belang dat voertuigen zo stil mogelijk worden.
In de Europese richtlijn 70/157/EEG betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen worden maximale geluidsemissies opgelegd aan nieuwe motorvoertuigen. Deze geluidsemissienormen werden ondanks een stijgende verkeersdruk en betekenisvolle technologische vooruitgang sinds begin jaren ‘90 niet meer aangepast. De richtlijn is nu in herziening om de maximale geluidsemissies voor voertuigen te verstrengen. De Europese Commissie stelt voor om de maximale geluidsemissies voor nieuwe voertuigen te verstrengen in twee fasen:
In beide gevallen zal de eerste stap ingaan twee jaar na publicatie van de herziene richtlijn, de tweede stap wordt gepland 3 jaar na de eerste stap.
Eurocities publiceerde in mei 2012 een standpunt over de herziening van de richtlijn 70/157/EEG betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen. Eurocities stelt hierin dat het voorstel van de Europese Commissie te zwak is om een volwaardig antwoord te bieden aan de geluidshinder door wegverkeer in steden. Eurocities roept haar leden ook op om bij de eigen bevoegde ministers en leden van het Europees Parlement aan te dringen op een sterkere brongerichte aanpak van het probleem. Met de voorliggende collegiale brieven, die gebaseerd zijn op het standpunt van Eurocities, gaat de stad Antwerpen in op deze vraag. De stad Gent zal dezelfde actie ondernemen.
In de collegiale brieven wordt aan de bevoegde ministers en de Vlaamse leden van het Europees Parlement gevraagd om in de besprekingen over de herziening van de richtlijn te ijveren voor toevoeging van de volgende elementen:
Richtlijn van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgeving van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (70/157/EEG), PB L 42 van 23/02/1970, blz 16.
Het college keurt de collegiale brief, gericht aan de staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, de Vlaamse minister voor Leefmilieu en de Vlaamse minister voor Mobiliteit, over de herziening van de Europese richtlijn betreffende het toegestane geluidsniveau van motorvoertuigen goed.
Het college keurt de collegiale brief, gericht aan de Vlaamse leden van de Commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid van het Europees Parlement, over de herziening van de Europese richtlijn betreffende het toegestane geluidsniveau van motorvoertuigen goed.