Terug

2013_CBS_00147 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Katholiek Onderwijs Regio Antwerpen-Kiel vzw, VIIde-Olympiadelaan 25, 2020 Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/418/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 11/01/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_00147 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Katholiek Onderwijs Regio Antwerpen-Kiel vzw, VIIde-Olympiadelaan 25, 2020 Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/418/AV - Goedkeuring 2013_CBS_00147 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Katholiek Onderwijs Regio Antwerpen-Kiel vzw, VIIde-Olympiadelaan 25, 2020 Antwerpen. Dossiernummer: AN2012/418/AV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Katholiek Onderwijs Regio Antwerpen-Kiel vzw - Noorderlaan 108 - 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een schoolgebouw.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Katholiek Onderwijs Regio Antwerpen-Kiel vzw, Noorderlaan 108, 2030 Antwerpen, voor de inrichting gelegen op het adres: VIIde-Olympiadelaan 25, 2020 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp: de exploitatie van een schoolgebouw.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen

hoofdstuk 4.1,4.7,4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1,4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden - geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlage 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1,4.5.2,4.5.3, 4.5.4,4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

schouwspelzalen

afdelingen 5.32.3, 5.32.4 en 5.32.5;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures

afdeling 5.43.1 + 5.43.4;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW)

subafdeling 5.43.2.3.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:

  1. Bijzondere voorwaarden:

    Bij elk relevant renovatie- of vernieuwingsproject onderzoekt de exploitant de mogelijkheid het hemelwater af te koppelen van de openbare riolering en nuttig toe te passen.

  2. Brandweervoorwaarden: 
  • Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn. Gezien de omvang van de school wordt het aanbevolen om eveneens muurhydranten te voorzien.

 

  • Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bijvoorbeeld 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:

          -          nabij elke muurhaspel

          -          in risico-lokalen (labo's, keukens, ateliers, ... )

Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens één bluseenheid doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt.

 

  • Extra (nood)uitgangen te voorzien (deuren die openen in de vluchtzin) om de gewenste bezetting kunnen toe te laten (onder andere sporthal, feestzaal, .... ). Zoniet moet de bezetting beperkt worden op basis van de bruikbare uitgangen.

 

  • Enkele trappen moeten gecompartimenteerd worden zodat steeds een gecompartimenteerd trappenhuis te bereiken is.

 

  • In het gebouw dienen maatregelen genomen om melding van brand en alarm door te geven.

 

  • De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.

 

  • Een interventieplan dient opgesteld te worden voor de volledige instelling. Aan de hoofdinkom(men) van de instelling dient in een daartoe voorzien rood kastje voor de brandweer het interventieplan bewaard te worden, evenals alle noodzakelijke sleutels om toegang te verschaffen tot afgesloten lokalen en serviceflats. Het rood kastje dient duidelijk zichtbaar gesignaleerd te zijn door middel van het opschrift: "brandweer interventieplan" en het logo van brandweer Antwerpen. Als richtlijn voor het opstellen van het interventieplan wordt gebruikt gemaakt van het "Technisch Dossier nr.114" van het ANPI.

 

  • Verschillende mensen moeten worden opgeleid om in geval van brand of een incident adequaat te kunnen optreden. Ze moeten samen een interventieploeg kunnen vormen en voorbereid zijn op hun taken (aansturen ontruiming, eerste bluspoging, afsluiten gas en elektra, opvang brandweer, organiseren evacuatieoefeningen, ... ).

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 11 januari 2013 en eindigt op 11 januari 2033.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.