Artikel 2.2.14 §1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) dat zegt dat de gemeenteraad het ontwerp-RUP voorlopig vaststelt.
In 2005 keurde de Vlaamse regering het geactualiseerde Sigmaplan goed, waarin bepaald wordt dat de waterkering ter hoogte van Antwerpen van 8,35 m Tweede Algemene Waterpassing (TAW) tot 9,25 m TAW wordt opgehoogd om de stad in de toekomst te blijven beschermen tegen overstromingen.
Op 9 juli 2010 (jaarnummer 8556) keurde het college het Masterplan Scheldekaaien goed. Het Masterplan Scheldekaaien vormt het richtinggevend document voor alle uitvoeringsprojecten bij de heraanleg van de Scheldekaaien. In het Masterplan Scheldekaaien krijgt het Droogdokkeneiland een bestemming als grootstedelijk park en uitwaaiplek. De waterkering ter hoogte van het Droogdokkeneiland is in het Masterplan Scheldekaaien ingetekend als een vaste dijk langs een zachte oever.
Op 15 juli 2011 besliste de raad van bestuur van AG Stadsplanning om de studieopdracht voor het ontwerp en de uitvoering van de inrichting van het Droogdokkenpark aan de Tijdelijke Vereniging Van Belle & Medina architects en Vogt Landscape Architects te gunnen. Op 16 december 2011 (jaarnummer 17161) besliste het college om het wedstrijdontwerp voor het Droogdokkenpark en de aandachtspunten voor de verdere uitwerking naar een voorontwerp goed te keuren.
In het gewestplan is het Droogdokkeneiland bestemd als gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO's. De oeverstrook tussen dijk en Schelde is ingekleurd als gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen. Om de doelstellingen van het Masterplan Scheldekaaien te kunnen realiseren en het Droogdokkenpark te kunnen aanleggen, dringt een bestemmingswijziging zich op.
Op 30 maart 2012 (jaarnummer 3344) keurde het college de proces- en richtnota voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) "Droogdokkeneiland" goed. Op 1 juni 2012 (jaarnummer 5662) nam het college kennis van het voorontwerp en besliste om de adviesronde te doorlopen. Het plan werd voorgelegd en geadviseerd door onder meer de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO), het district Antwerpen en de besturen en openbare instellingen, zoals opgelegd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), Art.2.2.13.§1. Op 9 juli 2012 werd een plenaire vergadering georganiseerd op basis van het voorontwerp-RUP Droogdokkeneiland.
Tevens werd de impact op mens en milieu van deze reconversie gescreend door middel van een milieueffectenrapportage (MER)-screening. Deze werd binnen het raamcontract van de stad opgemaakt door Antea Group Belgium nv, Antwerpen.
Op 27 maart 2012 werd de screeningsnota voor advies opgestuurd naar alle adviesverlenende instanties zoals aangegeven door de dienst MER van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie. Naar aanleiding van deze adviezen werd de screeningsnota bijgewerkt en op 27 juni 2012 opgestuurd naar de dienst MER van de Vlaamse overheid met het verzoek tot ontheffing van de plan-MER-plicht. Op 31 juli 2012 deelde de dienst MER mee dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
Milieueffectenrapportage (MER)
| Stap | Datum |
| aanvraag adressen adviesinstanties | 1 februari 2012 |
| raadpleging adviesinstanties | 27 maart 2012 |
| rappelbrief raadpleging adviesinstanties | 27 april 2012 |
| dossier verstuurd aan dienst MER | 27 juni 2012 |
| beslissing dienst MER | 31 juli 2012 |
De dienst MER van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, gaf op 31 juli 2012 volgend advies op de vraag tot ontheffing van MER-plicht: "Op basis van de screeningsnota en de adviezen die door het studiebureau Anteagroup geadresseerd werden, is de dienst MER uiteindelijk van mening dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieueffecten en dat derhalve de opmaak van een plan-MER niet nodig is.”
Het voorontwerp-RUP zoals dat op 1 juni 2012 door het college ter kennisname werd aangenomen, werd, naar aanleiding van de adviezen (GECORO, plenaire en districtsraad), op onderstaande punten aangepast:
Afstemming gewestelijk RUP 'Afbakening Zeehavengebied' en gemeentelijk RUP 'Droogdokkeneiland'
Het meest noordelijke deel van het plangebied ligt binnen de afbakening van het gewestelijk RUP 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen', en meer bepaald binnen zone R3 'Grensgebied met het grootstedelijk gebied'. De zuidzijde van de Royerssluis is in de afbakening opgenomen om de renovatie van de Royerssluis mogelijk te maken. In het gemeentelijk RUP 'Droogdokkeneiland' is deze zone ook opgenomen en ruimer op vlak van mogelijke invullingen, met de bedoeling een maximale integratie van de vernieuwde Royerssluis in het park te kunnen verwezenlijken, alsook meer mogelijkheden te creëren voor de herbestemming van het erfgoed in de omgeving van de Royerssluis.
De voorschriften van een stedelijk RUP kunnen niet afwijken van deze van een gewestelijk RUP. Een stedelijk RUP kan enkel een verfijning zijn van het gewestelijk RUP en dat is hier niet het geval.
In overleg met het Vlaams Gewest (administratie ruimtelijke ordening), het gemeentelijk havenbedrijf en Afdeling Maritieme Toegang werd het voorschrift in het gewestelijk RUP 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen' aangepast tot 'grensgebied met grootstedelijk gebied' met bestemmingscategorie 'lijninfrastructuur'. Het aangepaste voorschrift bepaalt dat het gebied dat niet wordt benut voor de aanleg van de infrastructuur van de Royerssluis, bestemd wordt voor horeca, openbare groene ruimten en openbare verharde ruimten, socioculturele voorzieningen en recreatieve voorzieningen. Op die manier wordt een ruimtelijk kwalitatieve inpassing van de Royerssluis, de publieke ruimte en de bestaande gebouwen in het aangrenzend grootstedelijk gebied gegarandeerd.
De voorschriften in het gemeentelijk RUP worden aangepast zodat deze voor de zone rond de Royerssluis een verfijning zijn van het gewestelijk RUP. Hiertoe werd een apart deelgebied 'grensgebied met stedelijk gebied' met gebiedscategorie 'lijninfrastructuur' aangeduid op het grafisch plan.
Aanpassing toelichtingsnota
Aanpassing stedenbouwkundige voorschriften - grafisch plan:
De deelgebieden krijgen een nieuwe naamgeving: 'slikken- en schorrengebied' en 'water' wordt 'buitendijkse natuur'; 'parkgebied' wordt 'binnendijks park' en het overige deel van het plangebied wordt 'maritieme site'. De oppervlakte van de eerste 2 deelgebieden wordt als minimum vastgelegd in de stedenbouwkundige voorschriften. Het deelgebied 'grensgebied met stedelijk gebied' wordt toegevoegd als verfijning van het gewestelijk RUP 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen'.
Binnen het binnendijks park wordt een reductie van de bebouwingsmogelijkheden voorzien en dit zowel in het bouwkader alsook in het aandeel bebouwing dat verspreid wordt in het park. Voor de verspreide bebouwing in het park wordt een oppervlakte van 800m² voorgesteld in plaats van 1200m². In het bouwkader mag slechts 75% in plaats van 90% van de grondoppervlakte bebouwd worden. Belangrijk hierbij is dat gebouwen in functie van algemeen nut (zoals bij voorbeeld het pompstation) hier niet bij verrekend worden.
Voor de ‘ondergeschikte functies’ wordt vermeld dat deze enkel in het deelgebied ‘maritieme site’ zijn toegestaan. Grootschalige kleinhandel wordt expliciet uitgesloten. Voor bedrijvigheid worden enkel die activiteiten toegestaan die de maritieme zone ondersteunen. Voor wonen, handel en diensten worden geen beperkingen voorzien. De optie om verkeersgenererende functies te weren, wordt niet weerhouden.
De CHE-regel is ook op infrastructuur van toepassing.
De vraag van de districtsraad ( jaarnummer 58) om het plangebied op te delen in drie bestemmingszones (gemengde functies / parkgebied / natuurgebied) werd niet weerhouden omwille van volgende argumenten:
Aanpassing plan bestaande toestand:
De gebouwen die opgenomen zijn op de inventaris van het bouwkundig erfgoed worden aangeduid op het plan.
Artikel 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van een RUP.
Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s door de Vlaamse regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met - mogelijk - aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen.
Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §1 en 2.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten.
|
Stap |
Datum |
|
collegebeslissing: goedkeuring aangepaste proces-richtnota |
30 maart 2012 (jaarnummer 3344) |
|
collegebeslissing: kennisneming |
1 juni 2012 (jaarnummer 5662) |
|
GECORO advies |
4 juli 2012 |
|
plenaire vergadering + adviezen |
9 juli 2012 |
|
districtsraad Antwerpen advies |
25 september 2012 (jaarnummer 58) |
|
collegebeslissing: voorstel aan gemeenteraad om ontwerp-RUP voorlopig vast te stellen |
januari 2013 |
|
gemeenteraad: voorlopige vaststelling ontwerp-RUP |
januari 2013 |
|
openbaar onderzoek |
|
|
collegebeslissing: sluiting openbaar onderzoek |
|
|
GECORO: advies |
|
|
collegebeslissing: voorstel aan gemeenteraad om ontwerp-RUP definitief vast te stellen |
|
|
gemeenteraad: definitieve vaststelling |
|
|
deputatie: goedkeuring |
|
Data in vet cursief zijn raming
Op 9 juli 2012 werd een plenaire vergadering georganiseerd met de provincie Antwerpen, de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar en de andere adviserende instanties, zoals opgelegd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Deze meeste adviezen waren gunstig tot voorwaardelijk gunstig. De adviezen waren aanleiding tot aanpassingen in afbakening, voorschriften of louter in de toelichtingsnota van het voorontwerp-RUP.
Het voorontwerp-RUP Droogdokkeneiland werd toegelicht tijdens de GECORO zitting van 4 juli 2012. De GECORO adviseerde gunstig, maar formuleerde een aantal aandachtspunten:
- de GECORO is het eens met de herbestemming naar 1 zone voor gemengde functies met 3 deelgebieden met elk een eigen karakter en functionele invulling;
- de GECORO stelt voor om het huidige deelgebied ‘slikken- en schorrengebied’ een andere naam te geven. Niet heel het gebied wordt immers ingevuld als slikken- en schorrengebied. Er wordt voorgesteld om de zone als ‘buitendijkse natuur’ te benoemen;
- de GECORO vraagt een accuratere omschrijving van de bouwmogelijkheden in parkgebied;
- de GECORO stelt voor om het gewestelijk RUP te verkleinen en het betreffende gebied in het stedelijk RUP te herbestemmen.
De districtsraad beslist (2012_DRAN_00058) om het voorontwerp RUP "Droogdokkeneiland" gunstig te adviseren mits:
1° de bestemming zone voor gemengde functies (Ge) – Groen & Centrumfuncties beperkt blijft tot deelzone van de droogdokkensite
2° de bestemming van het toekomstige Droogdokkenpark (zone met landschapspark, Belvedère, evenementenplein, recreatiezone en Royerssluis) te wijzigen in parkgebied (P) en de bestemming van het slikken- en schorrengebied te wijzigen in natuurgebied (N).
Dit voorontwerp bestaat uit een grafisch plan, het grafisch register (planbaten/planschade), de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.
Het college neemt kennis van de voorlopige vaststelling van ontwerp-RUP "Droogdokkeneiland" en legt dit ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad. Dit ontwerp bestaat uit een grafisch plan, een plan van de bestaande feitelijke en juridische toestand, het grafisch register (planbaten/planschade), de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.